|    Registreren
   

copyright bell x1Interview Bell X1 - In Ierland moeten we ons vermommen met valse neuzen en brillen

Hoewel ze reeds bestaan sinds 1999,  inmiddels al aan hun vierde studioalbum toe zijn en razend populair zijn in thuisland Ierland, zijn er helaas nog maar weinigen in ons land vertrouwd met de knappe muziek van Bell X1. Paul Noonan, David Geraghty en Dominic Philips zaten in een vorig leven nog samen met Damien Rice in de band Juniper (fans van Damien herinneren zich Bell X1 misschien wel nog als zijn voortreffelijke voorprogramma in het Koninklijk Circus in 2007), maar slagen er  nu al een decennium lang in zonder diens hulp de mooiste nummers uit hun instrumenten te toveren. Hun derde studioalbum ‘Flock’ opende voorzichtig de eerste deuren naar internationaal succes, maar met de nieuwe plaat ‘Blue Lights on the Runway’ willen de Ieren graag alle registers opentrekken. Een Belgisch optreden staat momenteel nog niet gepland, maar de band nam alleszins wel de moeite naar Brussel af te zakken om de pers te woord te staan. Indiestyle had een aangenaam gesprek met de beminnelijke zanger/gitarist/percussionist Paul Noonan en leadgitarist/tweede zanger/pianist David Geraghty.

Jullie vorige album ‘Flock’ betekende de echte doorbraak voor Bell X1, zeker internationaal gezien. In welke zin heeft dat succes jullie persoonlijke leven en de manier van werken met de band beïnvloed?

P: We moeten ons vermommen telkens we ons huis willen verlaten. Met valse neuzen en brillen, weet je wel. (lacht) Nee, ik denk niet dat ons persoonlijk leven grote veranderingen heeft gekend. Het is totnogtoe allemaal een grote, geweldige reis geweest. Feit is dat het album onderweg op onze reis ineens omarmd werd door heel wat mensen.
Het was allemaal een beetje vreemd omdat de plaat eerst in Ierland en kort daarop in de rest van de UK uitgebracht werd, maar pas sinds vorig jaar – meer dan twee jaar na de Ierse release - ook Noord-Amerika en Europa bereikte. We hebben veel getoerd in Amerika en speelden daar dan songs die voor ons al drie, vier jaar oud waren. Door ze te spelen voor een publiek dat de nummers nog niet kende, kregen ze voor ons ook weer een zekere frisheid. Wanneer we tussen het toeren door naar huis terugkeerden en werkten aan de nieuwe plaat, voelde het aan alsof we andere hoofden moesten opzetten en dat er andere delen van onszelf aan het werk waren. We waren blij dat we de cd ook in Amerika en Europa konden uitbrengen, maar het was wel een beetje raar. Voor het nieuwe album hebben we een internationale release gepland.

Was het door de verschillende releases van ‘Flock’ en de bijhorende tours niet lastig om tijd vrij te maken voor de nieuwe plaat?

D: Eigenlijk was het net een voordeel. Wanneer we toerden door Noord-Amerika en Europa kregen we de kans om de studio en ‘Blue Lights on the Runway’ even te ontvluchten en nadien weer met een fris hoofd terug te keren. Het gaf ons de kans om een zekere afstand te behouden, meer dan wanneer we een maand of twee aan een stuk door gewerkt zouden hebben. In dat geval zouden we nadien vast teveel gaan piekeren zijn over kleine details, simpelweg omdat je teveel tijd hebt om erover na te denken. Dat was nu zeker niet het geval.

En zo komen we uit bij het nieuwe album ‘Blue Lights on the Runway’. In wat verschilt deze plaat van het vorige werk van Bell X1?

D: Euh…
P: Het is nog beter.
D: …er komt ‘blue’ in de titel voor?
(gelach)
P: Ik denk dat we iets nieuws met dit album wouden proberen in de zin van het gebruiken van nieuwe instrumenten en een lossere omgang met de songstructuren. De spieren mochten wat ontspannen. We wouden beginnen met geschreven songs vanuit dewelke we dan telkens zouden verder bouwen. Bestaande geraamtes aankleden met beats and meer synths, speeltjes waar we nooit eerder mee gewerkt hadden. Voor sommige songs ging het echt zo, voor andere ook weer niet. We wouden het proces ook niet forceren als het niet leek te passen voor de nummers. Zo zijn we uiteindelijk tot een soort van mengelmoes gekomen, stilistisch gezien is de plaat zowat all over the place.  
D: Onze consistentie schuilt in die inconsistentie.
P: We stonden er ook meer voor open om de tape te laten rollen en af te wachten wat er gebeurde. Op die manier hebben we, bijvoorbeeld in nummers als ‘How your heart is wired’, ‘Amelia’ en ‘Better band’, dingen weten te vangen waar we vroeger weigerachtig tegenover gestaan zouden hebben om ze op te nemen in onze plaat. Nu zitten we wel met een aantal songs van rond de zeven minuten. (lacht) Maar je haalt veel voldoening uit studiomomenten waarbij je dingen weet te grijpen die je nooit meer opnieuw zal kunnen doen. Als je toevallig op iets interessant botst en het nadien nog eens tracht te herhalen, wordt het vaak te doordacht en verlies je de magie ervan.

Geloof je dan dat er bij de vorige albums nog teveel denkwerk aan te pas kwam?

P: Ik denk dat het nu eenmaal in onze aard ligt om op een gegeven moment in de afwerking van het album alles goed te doordenken en nog eens op het geheel terug te keren. We blijven prutsen aan onze nummers tot we moeten stoppen. Ik geloof dat we nu eenmaal zo in elkaar steken en dat het van weinig authenticiteit zou betuigen om dat te proberen veranderen.
D: Het is wel zo dat er bij het nieuwe album veel minder het gevoel speelde dat alles op een bepaalde manier moest gaan om juist te zijn. Doordat we de vaste songstructuren loslieten, voelde het proces deze keer veel vrijer aan. We gingen er na het gebruikelijke laatste refrein niet van uit dat de take af was, maar we lieten de tape verder opnemen en hervatten het nummer. Die aanpak nam veel druk weg. Ik hou zelf ook van dat soort muziek. Ik ben fan van, en ik denk jij (tegen Paul) ook, van Talk Talk (Paul stemt in) en hun album ‘East of Eden’. Is het ‘East of Eden’?
P: ‘Spirit of Eden’.
D: Ik blijf maar refereren naar albums waar ik titels niet van ken. (lacht) Maar het zijn zulke albums die je kan opzetten om je te laten meevoeren in de stemming waarin je verkeert, als het ware als een joint. Niet zomaar een tracklist, dus. Daar heb ik op zich ook niks op tegen, maar ik hou nu eenmaal van dat soort platen als ‘Spirit of Eden’ en ik denk dat we met ons nieuw album er ook in geslaagd zijn zo’n reis te creëren.

Je bent naar verschillende bijzondere locaties getrokken voor de opnames, zoals een oud Iers kasteel en een leegstaande fabriek.

D: We zijn ook bij onze vorige albums al naar verschillende huizen getrokken, maar dat was dan puur voor de preproductie, het eerste werk aan de songs en de structuren. We gaan altijd tewerk alsof we in de studio bezig zijn, met ons eigen materiaal. Bij ‘Flock’ hebben we uiteindelijk een deel van die opnames voor het album gebruikt, dus vroegen we ons af waarom we onze nieuwe plaat niet op locatie zouden opnemen. Het schenkt veel voldoening om je eigen studio en materiaal op te zetten, zeker omdat we toch al aan ons vierde album toe zijn en beter weten waar we mee bezig zijn. Het produceren en het nemen van beslissingen is nu onze zaak en niet meer die van een platenfirma (de band heeft ‘Blue Lights on the Runway’ op het eigen label BellyUp Records uitgebracht) of een producer. Dit voelt goed aan, zo hoort het te zijn.
Dit keer hebben we inderdaad voor een oud kasteel gekozen. We hebben er eerst drie weken, dan twee weken en tenslotte nog eens tien dagen doorgebracht, gewoon met het spelen van de songs. Dan gingen we naar de garage van onze bassist voor het in elkaar steken van kleine stukjes gitaar en keyboard. En tenslotte, zoals je al zei, ook nog naar een oude fabriek. 

Denk je dat die locaties een invloed hebben gehad op de sound van het album?

D: Het was niet dat we op voorhand een specifieke locatie voor ogen hadden waar de opnames moesten plaatsvinden.
P: Ik denk dat het de sound beïnvloed heeft in die zin dat we niet de druk voelden van het opnemen in een studio en de kosten die daarmee gepaard gaan. We kregen de kans om te relaxen, om dingen uit te proberen en te laten ontwikkelen 

De teksten op het album komen me veeleer over als verhalen dan gewoon als thema’s…

P: Klopt.

Waar haal je die verhalen vandaan?

P: De gebroeders Grimm, en… (aarzelt) Veel nummers bevatten stukken uit mijn eigen leven of dat van andere mensen, of verhalen die ik van iemand hoorde. Die verwerk ik dan tot iets meer…smakelijk…oogverblindend…glinsterend. (lacht) Je doet gewoon wat nodig is om de het nummer te laten werken. Je hoeft niet noodzakelijk trouw blijven aan wat er werkelijk gebeurd is. Soms wil ik ook wel een boodschap meegeven of een statement maken met een song, dat hangt echt af van nummer tot nummer.

Het Britse muziekmagazine NME beschreef Bell X1 in een recensie als ‘Radiohead zoals Radiohead nu zou moeten klinken’. Dat kan tellen als compliment, maar snap je de vergelijking? 

P: Tot zover dat we een groep jongens zijn die gitaar, drums en keyboards spelen, geloof ik.
D: Onze zanger is wel groter.
P: Ja, ik heb geen Napoleoncomplex. (lacht) Nee echt, ik weet niet goed waarom ze dat schreven.
D: We lazen het en dachten ‘what the fuck?’. En dan kwam het terecht op de stickers die ze op onze albums plakten, dus het bleef automatisch hangen. Het is maar iets geks om te zeggen. Radiohead zoals Radiohead zou moeten klinken… Is het niet aan Radiohead zelf om dat te dicteren?
P: We zijn wel grote fans van Radiohead. Ik vind het een prachtige band. Niet alleen hun muziek is baanbrekend, ook de manier waarop ze hun carrière aanpakken. Ze zijn altijd heel inspirerend geweest. Maar laat hen klinken zoals zij klinken, en ons klinken zoals wij klinken.

Groter worden dan Bono? Wel, Bono is best wel klein hoor.

In de Philadelphia Daily News vroeg men zich dan weer af of Bell X1 ‘op termijn groter dan Bono’ kan worden. Wat denk je zelf?

D: Wel, Bono is best wel klein hoor.
(gelach)
P: Ik denk niet dat zoiets zal gebeuren. Ik denk dat de dagen van zulke enorme bands voorbij zijn. Er is gewoon niet meer diezelfde machine aanwezig die zo’n bands tot stand kan brengen. Wat ik een goede zaak vind, het laat kansen aan meerdere little fellas in plaats van aan één big fella. Maar ja, misschien weten ze iets meer dan ons, daar bij de Philadelphia News.

Misschien zijn jullie dan nog geen Bono, het is in ieder geval overduidelijk dat Bell X1 steeds groter wordt. Is dat een ontwikkeling die jullie aanmoedigen of voelt het toch wat angstaanjagend aan?

P: Nee hoor, we vinden het leuk dat we erin slagen echt dingen te laten gebeuren. Neem nu België, hier hebben we alleen nog maar als voorprogramma gespeeld. We zouden het geweldig vinden om terug naar hier te komen en onze eigen shows te doen en de liefde van het Belgische volk te voelen. (lacht)

Komt er eigenlijk een Belgisch concert? Ik heb jullie Europese data eens bekeken, maar zag er toch nog geen optreden op Belgische bodem tussen staan.

P: Ik weet het, ik hoop in ieder geval dat het er toch van komt. We hebben hier al vaak als première partie gespeeld, dus er zijn al genoeg mensen die weet van ons hebben.
D: Altijd het bruidsmeisje, nooit de bruid.
P: Dus hopelijk krijgen we gauw onze time to shine.

Jullie livecd/dvd ‘Tour de Flock’ was een groot succes. Wat maakt jullie zo geliefd als liveband?

D: Ik denk de dansers…de lichtshow, we hebben echt goede lichten. (lacht) Ik weet het niet. Ik denk dat we gewoon heel graag live spelen. Om terug te komen op wat je daarnet zei, we zijn niet bang om een grotere band te worden. We hebben zowat alles gedaan wat we konden doen in Ierland en concentreren ons nu op Amerika en Europa. Het zou fijn zijn om een niveau hoger te geraken waarbij onze vorm van transport iets minder bescheiden is en we op een ietwat comfortabelere manier kunnen doen waar we mee bezig zijn. Maar goed, wat was de vraag ook alweer? (lacht)
P: Ik denk dat het publiek aanvoelt wanneer een band zich amuseert op het podium en daar ook op reageert. Op de dvd kan je een optreden zien dat we in Dublin deden ter afsluiting van onze tour rondom ‘Flock’. Het was onze grootste show in Dublin op dat moment, in een concertzaal – The Point - waar we zelf allemaal al geweest waren om naar andere bands te komen kijken, wat het toch wel een bijzonder moment maakte om op te nemen in de dvd. Het was een mooie afsluiter voor de Ierse ‘Flock’-tour.

Het wordt moeilijker en moeilijker om in Amerika binnen te geraken met al die VISA-hindernissen en anale sondes.

Bell X1 toert ook doorheen Amerika. Hoe wordt de band daar onthaald?

P: Het wordt moeilijker en moeilijker om in Amerika binnen te geraken met al die VISA-hindernissen en anale sondes.
D: Ik heb geen anale sonde gekregen. (lacht)
P: Misschien moest dat alleen bij mij. Ik ben de leadzanger weet je, pick me pick me! (lacht)
D: De leadzanger heeft een anale sonde aangevraagd. (lacht)
P: Maar wanneer we binnengeraken, is het altijd geweldig. We zijn er vorig jaar vier keer geweest. We hebben de kans gekregen rond te reizen doorheen een groot deel van de staten. Het was interessant om er te vertoeven ten tijde van de verkiezingen omdat de mensen er zo betrokken bij waren. Ik heb er heel wat boeiende conversaties kunnen voeren met Amerikanen over de richting dat hun land opgaat. In januari waren we opnieuw in New York voor de inauguratie van Obama, dat voelde beslist als een historisch moment aan.
D: Het is geweldig om in Amerika te toeren omdat de verschillende staten allemaal landen op zich zijn. Er zijn zoveel dingen te zien, mensen te ontmoeten…
P: …eten te eten. (lacht)

Voor jullie echte doorbraak circuleerde de naam Bell X1 al een tijdje als the next best thing uit Ierland. Nu kan ik jullie echter dezelfde vraag stellen: wat is het nieuwe aanstormende Ierse talent waar we zeker naar uit moeten kijken?

D: Villagers?
P: Ja, dat wou ik ook zeggen.
D: In november deden we drie shows in Vicar Street in Dublin om voor het eerst ons nieuwe materiaal voor te stellen. Voor één van de optredens verzorgden zij het voorprogramma. De bands van de twee andere avonden zijn ook de moeite waard: One Day International en…
P: Halves.
D: Ja, die maken elektronische muziek met gitaren en ritme-instrumenten erbij, echt enorm interessant. En dan is er nog Tadgh Cooke, een gast die heel goede muziek maakt.

We zullen ze zeker eens uitchecken! Bedankt voor jullie tijd!

door Laura Van Eeckhout

Links:
Bell X1 MySpace
Bell X1 homepage

Regelmatig Indiestyle updates ontvangen? Klik hier en maak je lid van onze Facebookgroep

                               


Contact    |    Copyright 2008-2011 Indiestyle.be     |    Privacybeleid    |    Gebruiksovereenkomst