|    Registreren
   

foto copyright rock werchterVerslag Rock Werchter 2011 - Arctic Monkeys, Kasabian, Elbow en andere hoogtepunten

Hoe was jouw Rock Werchter 2011? Tentsletje gevonden, in comateuze toestand in de buurt van je gecrasht of vol bulten en blauwe plekken na de zoveelste moshpit? Ook al was het weer niet zo tropisch als vorig jaar, Schueremans en de zijnen hebben de zomer deze afgelopen vierdaagse officieel voor geopend verklaard. Wij kwamen thuis van vier dagen Werchter met geweldige herinneringen, enkele fenomenale ontdekkingen en bevestigingen, en opvallend weinig ontgoochelingen.

DONDERDAG 30 JUNI

Ons festival opende met TV On The Radio (***1/2), die er na het overlijden van bassist Gerard Smith aan longkanker niet bepaald een fijn jaar hebben opzitten. Daarvan was in de Marquee echter niet veel te merken: de ietwat atypische band uit Brooklyn koos voor een stevige en sfeervolle set, boordevol nummers die qua swinggehalte hun gelijke niet kennen (dankjewel, blazerssectie!). De aanstekelijke ritmes, die variëren van stevige indierock tot flamboyante funk, klonken overtuigender dan op plaat en hadden bijgevolg weinig moeite om de tent op te zwepen. Afsluiter ‘Wolf Like Me’ zette de tent helemaal voor een eerste keer in vuur en vlam. (FV)

We hadden het optreden van The Hives (****) net zo goed vooraf kunnen beschrijven. Ze zouden strak in het pak op het podium verschijnen, ditmaal als lookalikes van De Burgemeester uit Samson & Gert, inclusief hoge hoed, en beroepsnarcist Howlin’ Pelle Almqvist zou het blik publiekstrucjes met geweld opentrekken. The Hives hebben echter een aardige back catalogue die haar plaats heeft in de geschiedenis van de garagerock. Het publiek maalde niet om zoveel voorspelbaarheid en ging net als wij volledig los op klassieke rammelschijven à la ‘Walk, Idiot Walk’ en ‘Die, All Right!’, en ook de nieuwe nummers konden op behoorlijk wat bijval rekenen, met ‘Patrolling Days’ als hoogtepunt. Het afsluitende feestje tijdens het geniale ‘Tick Tick Boom’, waarbij Almqvist zijn band en vooral zichzelf nog eens uitgebreid in de bloemetjes zette, maakte nog maar eens duidelijk waarom The Hives een uitstekende festivalband zijn. Niet meer, maar zeker ook niet minder. (FV)

We konden het optreden van Aloe Blacc niet lang genoeg meepikken om er een beoordeling op te kleven, maar het mag duidelijk wezen dat de Californische rapper ook live een en ander in z’n mars heeft. De mooie stem van Egbert Dawkins, want zo heet de man echt, en de swingende ritmes van zijn uitstekende begeleidingsband vormden een prima cocktail voor een uurtje aanstekelijke soul. En uiteraard was er de lang uitgesponnen versie van hitje ‘I Need A Dollar’, luidkeels meegebruld door een volle tent en nog eens hernomen als outro van het optreden.  (FV)

James Blake (*), je moet ervan houden waarschijnlijk. En vooral niet naast de boxen gaan staan zonder oordopjes, want al snel dreunen de bassen je trommelvlies kapot. Ondertussen huilt James er wat doorheen, pingelt wat met toetsen en geeft de indruk een artiest te zijn die enorm gehyped is, maar eigenlijk niets te bieden heeft. Ook het publiek is wat tam en niet erg onder de indruk. Al na één nummer vervaagt de aandacht, en ook James voelt dat de muziek niet heel erg aanslaat. (CdG)

Sinds we Queens of the Stone Age (****) vorig jaar nog op Pukkelpop zagen schitteren, is er niet zo gek veel veranderd. Josh Homme was zijn scheerapparaat vergeten, maar was er wederom snel bij om het alcoholisme als levenswijze te huldigen en koos opnieuw voor een set vol strakke rock ’n roll. Met de geweldige opener ‘Feel Good Hit of the Summer’ was de toon meteen gezet voor een uur waarbij de Queens vooral voor hun greatest hits opteerden, opnieuw net zoals op Pukkelpop. Een ietwat beschonken Homme ging even de mist in bij ‘3s en 7s’, maar het afsluitende drieluik ‘Go With The Flow’, ‘No One Knows’ en ‘Song for the Dead’ maakte alles goed. Meer verwachten we niet van goede rock: snoeihard en het sein voor het publiek om het spreekwoordelijke dak er helemaal af te blazen.  (FV)

Wie gedacht had dat Eels (****1/2) in de Marquee zou teruggrijpen naar het intiemere werk, kwam licht bedrogen uit. Eels ging resoluut voor een rock & roll aanpak, genre Blues Brothers inclusief blazers, maar dan wel met een resem klassesongs. Ze begonnen als een goed geoliede machine aan een best wel verrassende setlist. Hierbij had E alles perfect onder controle, tot het publiek besliste om tijdens 'The Look You Give That Guy' een tandje bij te steken. E, toch iemand met jaren podiumervaring, was even de kluts kwijt. Helemaal niet erg, want net die onverwachte wending bracht een zekere spontaniteit teweeg die Eels boven zichzelf deed uitgroeien. We werden meegezogen naar een geweldig rockende finale in een uitzinnige tent. (GT)

Laten we beginnen met wat open deuren in te trappen: neen, Beady Eye (***) is geen Oasis en Liam Gallagher heeft nog niet half het songschrijvertalent van broer Noel. Dat is geen reden om het kind met het badwater weg te gooien, want op een half jaar tijd is Liam er wel in geslaagd om enkele fraaie nummers, geheel in de Oasistraditie, te schrijven. Die fleurden dan ook met verve het eerste halfuur van de set op: het hoofdzakelijk Britse publiek op de eerste rijen ging moeiteloos mee op de tonen van opener ‘Four Letter Word’ en single ‘Bring The Light’. Daarna was het vet echter van de soep en werd de set gevuld met snel te vergeten Britpop. En Liam was Liam: aardig beschonken, in zijn klassieke handen-op-de-rug pose en sinds zijn laatste Werchterpassage met Oasis klaarblijkelijk niet meer langs de kapper geweest. Al bij al was het fijn om eens te zien, maar het mag duidelijk zijn dat Oasis minus Noel nog wel wat werk voor de boeg heeft. (FV)

Bombastische, nichterige electropop: normaal is dat voor ons het sein om richting uitgang te spurten, maar Hurts (****1/2) bewees het tegendeel. Zij verhieven kitsch tot een kunstvorm, een beetje zoals Empire of the Sun vorig jaar, en pakten bovendien uit met de ene kleverige, maar geweldig aanstekelijke schijf na de andere. Het leukste vonden wij de hilarische operazanger, die het hele optreden in dezelfde stijve pose bleef staan en bij ‘Verona’ zelfs een solo op zich mocht nemen. Het publiek stoorde zich evenmin aan het foute element van deze band en gaf zich volledig op knallers als ‘Sunday’, ‘Illuminated’ en ‘Stay’. Na de heerlijk opzwepende afsluiter ‘Better Than Love’ schreeuwde de tent nog minutenlang voor meer. Noem het fout, maar ook wij genoten met volle teugen van dit uurtje onbeschaamde pathos. (FV)



VRIJDAG 1 JULI

Het vierkoppige Mona (***) stond voor de moeilijke opdracht om de festivalgangers op vrijdagmiddag wakker te schudden. Erg veel mensen lokten ze niet naar de wei, waardoor hun poppy melodieën en aanstekelijke refreinen snel verloren gingen. Toch stonden hun uitstekende singles ‘Teenager’ en ‘Listen To Your Love’ garant voor een aangename opening van de dag. Hun sound ligt in de lijn van de latere sterren van de avond, Kings of Leon: zo klinkt ‘Lines in the Sand’ alsof het door Caleb Followill himself ingezongen wordt. Maar alvorens de jongens van Mona zelf zo groot worden als hun grote voorbeelden hebben ze nog wel een lange weg af te leggen, zo bleek op vrijdagmiddag. (FV)

2010 was het jaar van de definitieve doorbraak voor Triggerfinger (***1/2), 2011 zorgde voor de bevestiging. Werchter liep dan ook storm voor de charismatische Ruben Block en de bluesrock die hij en zijn kompanen aan de dag leggen. Block verloor nooit het publiek uit het oog en stond met een behoorlijk gevoel voor show op het podium. Hun set was kort maar krachtig, al werd ze iets te lang gerekt door een wat overbodige solo van drummer Mario Goossens. De weide ging probleemloos overstag voor het ritmische ‘All This Dancin’ Around’ en ook bij de krachtige afsluiter ‘Is It’ gingen de handen over heel het festivalterrein enthousiast op elkaar. (FV)

De meningen over ‘Ritual’, de laatste nieuwe worp van White Lies (***1/2), zijn verdeeld, maar live blijken de Londenaren toch wel enige progressie geboekt te hebben. Harry McVeigh en co kozen ervoor om prijsbeesten als ‘Farewell to the Fairground’ en ‘To Lose My Life’ al meteen in de strijd te gooien. Een riskante zet, maar ook nadien zakte het optreden nooit echt in en werden we nog getrakteerd op enkele stevige opvoeringen. Uiteraard hadden de klassiekers van hun geprezen debuutplaat weinig moeite om de wei in te palmen, met ‘Death’ als grote uitschieter, maar ook enkele songs van op ‘Ritual’ kwamen live tot hun recht: het synthriedeltje in ‘Is Love’ en de outro van ‘The Price of Love’ mochten gehoord worden. Het afsluitende duo ‘The Power & The Glory’ en ‘Bigger Than Us’ baadt dan weer in kracht en pathos en beschikt over een hoog meezinggehalte, uitstekend voor op een festivalweide. (FV)

Reeds bij de Bob Dylan’s ‘The Man In Me’-intro waren we verkocht voor het optreden dat The National (****) zou geven. De onbeholpen, gepassioneerde uitstraling van Matt Berninger was alweer meteen voldoende om van meetaf aan mee te gaan in de vibe die deze unieke band creëert. Door het lange toeren is er duidelijk wat vermoeidheid ingeslopen, maar toch werkten de outro van ‘Slow Show’ en Berninger’s betere schreeuwwerk tijdens ‘Squalor Victoria’ en het oudere ‘Abel’ opnieuw mateloos hypnotiserend. En er gaat niets boven het afsluitende vierluik ‘England’, ‘Fake Empire’ met zijn weergaloze intro en blazers, ‘Mr. November’ waarin Berninger het beetje wat nog overschoot van stem aan gort schreeuwde en vooral ‘Terrible Love’. Berninger ging als een ware rockster op wandel door het publiek, en meteen ontdekten we de ondankbaarste job ter wereld: Matt Berninger’s kabelman zijn. Zijn micro was hij intussen kwijt, maar hij schreeuwde gewoon voort en werd perfect aangevuld door een opgelaten publiek. (FV)

De nare Pukkelpopherinnering van 2009 is helemaal weggeveegd: Arctic Monkeys (*****) putten dit keer niet zowat uitsluitend uit hun laatste album en hielden hun intussen indrukwekkende back catalogue in ere. Het gevolg was een heerlijke rock ’n roll show waarbij het publiek op zowel nieuwe nummers (single ‘Don’t Sit Down ‘Cause I’ve Moved Your Chair’ en ‘Brick By Brick’ hebben een hoog meezinggehalte) als op klassiekers uit hun eerste twee platen alle remmen losgooide. Frontman Alex Turner was opvallend interactief, had door dat het publiek niet zat te wachten op tragere nummers als ‘Cornerstone’ en smeet er dan maar wat songs tegenaan die ons helemaal mee terugvoerden naar 2006, toen we op slag verliefd werden op de compromisloze rammelrock van deze jongens. ‘The View From The Afternoon’, dat tot drie keer toe lijkt uit te doven om dan weer in alle hevigheid los te barsten, en ‘When The Sun Goes Down’ klonken beter dan ooit tevoren. Met het heerlijk opbouwende ‘505’ eindigden de Monkeys in schoonheid. (FV)

Chase & Status (****1/2) bestaat uit de Londense producers Saul Milton (Chase) en Will Kennard (Status). Omdat Chase & Status bijna tegelijk met Arctic Monkeys staat geprogrammeerd is het meeste volk aanwezig bij de Main Stage. De Marquee heeft hierdoor ruimte voor de echte dubstep/drum 'n bass fans. Er wordt dan ook een knetterhard feestje gebouwd met dreunende bass beats. Een MC rapt de muziek aan elkaar en vormt een geweldig alternatief voor Arctic Monkeys. Het publiek danst en springt zich helemaal gek. Zonde dat zoveel mensen het gemist hebben. (CdG)

Goose (***1/2) staat altijd wel garant voor een feestje. Er komt dan ook veel volk op af. Gestart wordt met nummers van het nieuwste album, waaronder ‘Synrise’ en ‘Can't Stop Me Now’. Hierna volgen gelukkig ook de knallers van het debuutalbum, ‘Bring It On’ en ‘British Mode’. Deze songs krijgen het publiek toch nét iets enthousiaster, voor zover dit nog mogelijk was want iedereen ging al compleet uit zijn naad. Goose moet wel een beetje oppassen dat ze nummers niet te langdradig maken en zo de energie eruit halen. (CdG)

Het is zo vaak hetzelfde verhaal met Kings of Leon (***): goede nummers, weinig sensatie. De familie Folowill was met een knappe lichtshow en een fijne mengeling van oud en nieuw werk naar Werchter afgezakt, maar ook dit keer slaagden ze er niet in om de wei echt mee te krijgen. Songs als ‘The Bucket’, ‘Back Down South’ en ‘California Waiting’ zijn van hoge kwaliteit, maar niet van die mate dat ze moeiteloos de Main Stage kunnen inpalmen. Andere nummers beschikken dan weer over een te hoog stadionanthem-gehalte en te weinig kwaliteit, met opener ‘Radioactive’ als schoolvoorbeeld. Enkel op het einde, met ondermeer ‘On Call’ en de voor de hand liggende keuzes ‘Use Somebody’ en ‘Sex On Fire’ slaagden de Koningen er echt in om te bewijzen dat ze die plaats als headliner echt waard zijn. Het doet alweer de vraag rijzen of hun groei niet veel te snel verlopen is? (FV)

De hard-to-get-tactiek van Arsenal (****) heeft gewerkt: verscheidene aanbiedingen afgewezen, om uiteindelijk beloond te werken met een afsluitende stek op de Main Stage. Hendrik Willemyns en John Roan maakten de verstandige keuze om voor een set vol hits te opteren en onbekender werk van hun laatste CD ‘Lokemo’ achterwege te laten. De wei bouwde een feestje op dansbare platen als ‘Estupendo’, ‘Saudade Pt. 2’ en vooral ‘Lotuk’, dat er twee jaar geleden ook al in slaagde om de Marquee in vuur en vlam te zetten. Na afsluiter ‘Melvin’ zong het publiek nog minutenlang de melodie na en werd presentator Luc Janssen uitgefloten toen bleek dat een bisronde er echt wel niet meer inzat. De show had niet de kracht van hun vijf recente passages in de AB, maar toch kan dit een optreden in hun carrière genoemd worden. Het weze hen van harte gegund. (FV)


ZATERDAG 2 JULI

Geïnspireerde teksten over het leven in “the American dream”, stevige rock ’n roll en een uiterst aimabele frontman (een glimlach van Brian Fallon maakt onze dag goed): The Gaslight Anthem (***1/2) heeft alles om een mooie toekomst voor zich te hebben. De kans lijkt ons klein dat ze ooit een Sportpaleis zullen uitverkopen, maar wij durven ervoor wedden dat het songschrijvertalent van Brian Fallon wel de tand des tijds zal overleven. Op Werchter speelde de combinatie van het vroege uur, het te grote podium en een aanvankelijk matige geluidsmix de band weliswaar parten. Toch genoten wij met volle teugen van opzwepende songs als ‘Casanova, Baby’, ingeleid met een heerlijk potje gitaarjammen, ‘Great Expectations’ en afsluiter ‘The Backseat’. The ’59 Sound’ heeft dan weer alles om uit te groeien tot hét anthem van deze groep: zelfs op de Werchterweide werd “ain’t supposed to die on a Saturday night” heel even het collectieve mantra. (FV)

Coco Sumner kreeg in de Marquee met haar band I Blame Coco (***1/2) dé kans om te bewijzen dat ze meer was dan gewoon de “dochter van Sting”. En met succes: haar sfeervolle electropop werd goed gesmaakt door de tent, en ook nadat hitsingle ‘Self Machine’ reeds als tweede nummer in de strijd werd gegooid bleef de sfeer opperbest. Zo sprong het publiek vlijtig op en neer bij het aanstekelijke refrein van ‘Quicker’. Andere songs hebben dan weer te kampen met een acuut geval van bloedarmoede, maar de innemende stem en excentrieke uitstraling van Sumner maakt veel goed. (FV)

Elbow (*****) en Werchter, dat is een relatie die op wederzijds respect gebouwd is. Elbow zorgt voor breekbare liedjes met een snuifje drama en het publiek laat zich gewillig meeslepen in hun wondere wereld. Ook nu weer zorgde Elbow ervoor dat de wei gekluisterd was aan muziek die je eigenlijk niet associeert met feestende festivalgangers.  Zanger Guy weet ondertussen als geen ander het publiek te bespelen, tot zelfs een mexican wave toe. De set was heel intelligent opgebouwd en groeide gestaag naar een zinderende finale. Het intimistische 'Lippy Kids' greep je bij het nekvel. Waarna 'Open Your Arms' en 'Day Like This' de wei in lichte extase zetten. Een concert om in lijsten. (GT)

Wie naar de Marquee was afgezakt om de zachte indiefolknummers van Bright Eyes (***), als daar zijn ‘Lua’ en ‘The First Day of My Life’, te horen kwam bedrogen uit. Die bleven in de kast, en in ruil daarvoor opteerde frontman Conor Oberst voor rauwe americana. De combinatie van uiterst begenadigde muzikanten en de geweldige stem van Oberst is op papier een recept voor succes, maar wij bleven toch wat op onze honger zitten. Sowieso lijkt Bright Eyes ons een band die eerder in het Koninklijk Circus past dan in de Werchtermarquee in de namiddag. Los daarvan wist niet elk nummer van de nieuwe plaat ‘The People’s Key’ te overtuigen. Een explosief ‘Shell Games’ deed dat wel, en op het einde zorgde het geweldige ‘I’m Wide Awake, It’s Morning’ van de gelijknamige en al even geweldige CD dan toch nog voor een mooi hoogtepunt van dit optreden. (FV)

Je kunt gemakkelijk doorlopen naar voren tijdens PJ Harvey (**). Het ontbreekt behoorlijk aan publiek, ondanks deze grote naam. Al snel wordt duidelijk waarom zo weinig mensen zich laten zien. In een wit gewaad en witte takjes of iets dergelijks in haar haar, staat PJ Harvey op het podium. Ze staat inderdaad. Haar enorme mond beweegt, maar dat is dan ook alles. Hits laten op zich wachten en het is maar een saaie bedoening. Logisch dat de mensen niet blijven hangen voor deze flinke tegenvaller. (CdG)

Wanneer je een kijkje wilt gaan nemen bij de Marquee wordt duidelijk waar al het publiek dat je bij PJ Harvey had verwacht gebleven is, namelijk bij Selah Sue (****). Zelden hebben we het zo druk gezien in en rondom de Marquee, iets wat we niet verwachtten bij Selah Sue. Niet omdat haar muziek niet goed is, in tegendeel, maar omdat je zou denken dat België haar nu wel zo'n beetje gezien heeft. Maar Selah is nog helemaal hot en ook met band mag deze jongedame enorm fier zijn op haar populariteit op Rock Werchter. (CdG)

We hebben al bij al weinig klachten over deze Werchter line-up, maar bij de plaatsing van Portishead (***) voor Coldplay hebben we toch onze bedenkingen. Aan de groep zal het zeker niet gelegen hebben: de hypnotiserende triphop van Beth Gibbons en collega’s staat steevast garant voor kwaliteit. De wei vol jeugdige Coldplay addicts die met de minuut ongeduldiger werden voor de komst van hun idolen, had het echter heel wat minder begrepen op deze fragiele chilloutband. In de eerste rijen gingen de meesten er gewoon bij zitten, vanachter op de wei werd er gebabbeld en gezeverd als ware het een voetbalkantine. Zonde, want goede nummers als ‘Wandering Stars’ en ‘Glory Box’ kregen zo lang niet de waardering die ze nochtans wel verdienen. Volgende keer in de Marquee, liefst als het reeds pikdonker is? (FV)

Underworld (****1/2) bestaat al sinds 1986 en is toch een actuele naam die nooit echt weg is geweest en nog net zo hip is als twintig jaar geleden. Underworld laat dan ook weten dat ze hier al vijftien jaar komen, van toen sommigen van ons nog in de pampers zaten. De Pyramid Marquee is een uitstekende en intieme plek om lekker los te gaan. Hoogtepunten blijven toch wel ‘Cowgirl’ en ‘Born Slippy’, tijdloze nummers die ook aanslaan bij de nieuwe generatie festivalgangers. (CdG)

Massahysterie: beter kan het optreden van Coldplay (****) niet omschreven worden. Tot ver achterin de weide was het drummen geblazen om een glimp van Chris Martin en de zijnen op te vangen. Niet helemaal onterecht, want ook nu bleek dat de Britse koningen van de softrock een repertoire hebben om U tegen te zeggen: reeds in het eerste halfuur passeerden talloze klassiekers als ‘Yellow’, ‘In My Place’ en ‘The Scientist’ de revue. Het nieuwe werk klonk dan weer heel wat minder overtuigend, al kon afsluitende single ‘Every Teardrop Is A Waterfall’, de nogal inhoudsloze tekst en het hoge covergehalte buiten beschouwing gelaten, wel op heel wat bijval rekenen. Je kan voor of tegen Coldplay zijn, maar vast staat dat het een geoliede machine is met een geweldige entertainer aan het roer. Chris Martin deed wat Caleb Followill 24 uur eerder niet kon: de wei in beroering brengen. ‘Viva La Vida’ was het feestmoment bij uitstek, en ‘Fix You’, cheesy of niet, zal zaterdagavond weinigen onberoerd gelaten hebben. (FV)


ZONDAG 3 JULI

Vlak voor het optreden van The Vaccines (****) galmde ‘Chelsea Dagger’ van The Fratellis door de boxen van de Marquee. Welnu, de up-tempo rammelrock van deze Vaccines beschikt over eenzelfde feestgehalte, het soort songs dat je meebrult in overvolle pubs. Hun typisch Britse indierock is voorspelbaar, maar daarom niet minder leuk: met potloodscherpe schijven als ‘Wrecking Bar’ en ‘If You Wanna’ kregen ze de tent moeiteloos op hun hand. Zelfs tragere nummers als ‘Blow It Up’ en ‘Family Friend’ bleven met sprekend gemak overeind. Rock met punch over meisjes in modebladen en sex met je ex: typische levenswijsheden die je net zo goed van net ontgroende pubers kan opsteken. Bovendien hebben ze sinds hun passage in de Botanique begin dit jaar heel wat podiumpresence bij gewonnen: zanger Justin Young straalde zelfvertrouwen en speelvreugde uit, en dat maakt een optreden altijd leuker. (FV)

Tame Impala (**1/2) is nog niet zo'n bekende naam onder het Rock Werchter-publiek. Het overgrote deel kiest dan ook voor Kasabian op de Main Stage, terwijl deze vier Australische jongens een mooie psychedelische set neerzetten. Het publiek weet dit enorm te waarderen en geniet van de jonge surfdudes. Er komen veel instrumentale stukken voorbij en zelfs een cover van Massive Attacks 'Angel'. Helaas mist de band wel uitstraling. De jongens staan weinig enthousiast te spelen waardoor het optreden wat vlak is. De muziek is goed, maar de bezieling ontbreekt. (CdG)

In thuishaven Engeland zijn ze een pak bekender dan op het continent, maar toch bleek zondagnamiddag dat Kasabian (****) ook in België op een aardige fanbasis kan rekenen. De stoere frontman Tom Meighan liet geen gelegenheid onbenut om het publiek mee in lijn te krijgen met hun opzwepende, soms naar psychedelica neigende rock. Het is opvallend hoe deze groep een heel uur kan vullen met aanstekelijke refreinen vol “oeh”’s en “aah”’s die zich uitstekend lenen voor een festivalpubliek. Alle nummers zijn ondergedompeld in een mysterieus sfeertje: zo klinkt de outro van ‘Fast Fuse’ alsof ze rechtstreeks weggeplukt is uit een Westernfilm. Kasabian grossiert in potentiële stadionhits, met opener ‘Club Foot’ en afsluiter ‘Fire’ als hoogtepunt. De melodie van ‘L.S.F.’ werd na het optreden nog een tijdlang  meegebruld. (FV)

Wie zin had in een vrolijk, complexloos feestje moest zondagnamiddag naar de Marquee trekken: Two Door Cinema Club (****1/2) pakte reeds vanaf de eerste noot de volledige tent in met hun vrolijke indierock. De nummers zijn onderling wel vaak perfect inwisselbaar, maar dat kon snel vergeten worden dankzij het hoge aanstekelijkheidsgehalte en het welgemeende optimisme van ideale schoonzoon Alex Trimble. De Marquee sprong en zong een uur lang op de tonen van fijne singles als ‘Something Good Can Work’ en afsluiter ‘I Can Talk’. Binnenkort schrijven ze aan een nieuwe plaat: als ze het opzwepende karakter in hun songs kunnen bewaren, zit het snor. De schare enthousiaste fans hebben ze na zondag alvast zeker. (FV)

Kaiser Chiefs (****) op Rock Werchter, dat is zo goed als een thuismatch. Nog voor ze goed en wel op het podium staan, staat het publiek al op scherp. Als je in zo'n sfeer kan starten, ligt het helemaal aan jezelf als je het verknoeit. Maar dat deden Kaiser Chiefs niet, ze speelden een heel degelijke set. Met 'Ruby', 'I Predict a Riot', 'Angry Mob' en 'Oh My God' hebben ze dan ook meer dan voldoende songs in huis om een wei plat te spelen. De nieuwere nummers laten vermoeden dat Ricky en de zijnen wel nieuwe paden durven bewandelen. Het valt nog af te wachten hoe dat uitdraait, want voorlopig zijn het toch de anthems die de handen op elkaar krijgen. Die nieuwere songs werden trouwens subtiel tussen de hits door gebracht zodat de set van meezing- naar meeklapmoment raasde. Alweer een homerun op Werchter voor Kaiser Chiefs.

Wat moet je doen als je eigen werk te matig uitvalt? Simpelweg terugvallen op het repertoire van die andere, betere band van jezelf. Brandon Flowers (***1/2) maakte voor zijn optreden de veilige keuze: hij behield enkel de beste nummers van op zijn soloplaat, zoals een aardige akoestische versie van ‘Welcome to Fabulous Las Vegas’ en ‘Only The Young’, een van de weinige Killers-waardige nummers van die CD. De rest, vier van de tien songs, vulde hij op met covers: eentje van het knappe ‘Bette Davis Eyes’, en drie van The Killers. Een keuze die op moreel vlak misschien te betwijfelen valt, maar het hoeft niet te verbazen dat die aanpak wel werkte: ‘Read My Mind’ en zeker afsluiter ‘Mr. Brightside’, op de tonen van de remixversie, zetten de tent moeiteloos in vuur en vlam. (FV)

Grinderman (****), Nick Cave en de helft van zijn Bad Seeds, liet vanaf het eerste akkoord in hun kaarten kijken. Ze gingen resoluut voor een snoeiharde, recht voor de raapse set met een broeierige mix van punk en blues, de ongekuiste versie dan nog. Cave was in een uitstekende vorm en ging weer als een bezeten duivelsuitdrijver tekeer. Hij ging zowaar het publiek in en riep een van de vrouwelijke fans op het podium om haar bordje te signeren en vervolgens haar te trakteren op de niet mis te verstane openingszinnen uit 'Kitchenette'. King Crow op en top. Ook compaan Warren Ellis liet zich niet onbetuigd en toonde ons dat je met een paar sambaballen nog iets anders kan dan carnavalsmuziek maken. De set raasde aan een onwaarschijnlijk tempo vooruit en Cave gunde zichzelf geen seconde rust. We vermoeden dat ook wel wat Iron Maiden-fans die al op de eerste rij stonden, overdonderd werden door zoveel rauw podiumgeweld. Grinderman speelden misschien niet het luidste, maar zonder twijfel wel het vuilste concert van Rock Werchter 2011. Deze bende vijtigplussers kan prat gaan op een energie en overgave die nog veel jonge gasten doet verbleken.

Terwijl Robin Pecknold van Fleet Foxes (****) van zijn thee nipte, keek hij naar de massa die zich tot ver buiten de Marquee voor zijn groep verzameld had. De band was oprecht aangedaan door zoveel enthousiasme, maar op de kwaliteit van de muziek had dat hoegenaamd geen effect. Het blijft uniek hoe de breekbare folk van de Amerikanen zo ver kan dragen en nooit voorspelbaar wordt. Uiteraard waren het vooral de bekendere nummers die voor echte kippenvelmomenten konden zorgen: ‘Mykonos’ en ‘White Winter Hymnal’ worden gedragen door de magistrale stem van Pecknold en brachten moeiteloos de tent in vervoering. Afsluiten deden ze met ‘Helplessness Blues’, van de gelijknamige tweede plaat, die alweer bewijst dat Fleet Foxes veel meer dan een one-hit-wonder zijn. (FV)

De laatste festivaldag is voor de oudere mannen in zwarte Maiden-shirts die enkel vandaag komen voor dit ene optreden. En die waar krijgen voor hun geld. Iron Maiden (****) geeft nog steeds een heftige show, met aankleding als vanouds. De fans sinds jaar en dag gaan compleet uit hun dak en staan te springen en te headbangen op de muziek van hun helden. Jammer is het dat er in het publiek al vier dagen iemand rondloopt met een laserpen. Ook tijdens Iron Maiden zit deze persoon op het podium te richten en schijnt in de ogen van Bruce. De zanger reageert hier kwaad op: "You fucking cocksucker trying to shine in my eyes with a laser! Will you cut it the fuck out or I will break your fucking arm!". Hopelijk hebben de omstanders van deze leutige laserpenfestivalganger actie ondernomen, want dit zijn geen grapjes meer. (CdG)

Dansbare electropop ’s avonds in de Marquee: het lijkt een recept voor succes, en dat was het bij Robyn (****) eens te meer. De excentrieke Zweedse beschikt intussen over enkele uitstekende singles, en die wisten de Marquee en de massa daarbuiten moeiteloos op te zwepen. Uiteraard was er het geweldige ‘Dancing On My Own’, luidkeels meegebruld door een hele meute enthousiaste fans. Sommige nummers klonken wel wat minder overtuigend dan op plaat, maar toch vulde Robyn haar tijd met een pak uiterst dansbaar materiaal: ‘Indestructible’, ‘Hang With Me’ en afsluiter ‘With Every Heartbeat’ dreven de tent tot het kookpunt. (FV)

Wij danken Rock Werchter en zijn publiek opnieuw voor vier dagen muziek en sfeer, en kijken al uit naar volgend jaar. Hopelijk moeten we tegen dan niet Rock Brustem zeggen, want er gaat wat ons betreft toch maar weinig boven deze festivallocatie


Door Filip Van Der Elst, Gert Thijs en Cathelijne de Groen


Dit artikel delen met je vrienden?

 

Share/Bookmark

Helemaal mee eens? Of net helemaal niet? Klik hier en laat het ons weten op de discussion board van onze Facebook group!


 

 

 

 

 




Beluister onze tips voor Dour

 

Indiestyle Mix for Dour Festival on Mixcloud



Meer Indiestyle

foto copyright twitter

copyright facebook

 copyright last fm

Contact    |    Copyright 2008-2011 Indiestyle.be     |    Privacybeleid    |    Gebruiksovereenkomst