Verslag Rock Werchter 2010 - Editors, Muse en de andere hoogtepunten
Het grootste festival van België, en één van de toppers wereldwijd, het spreekt voor zich dat ook Indiestyle aanwezig was. Hieronder vind je de recensies van de groepen die wij op vier dagen boordevol muziek en feest aan het werk konden zien.
Dag 1
Onder een verzengende hitte mocht De Jeugd van Tegenwoordig (***) Rock Werchter feestelijk openen. We zijn er nog steeds niet uit of we de mix tussen electro en hiphop van deze geflipte Nederlanders razend irritant of net ontzettend cool vinden, maar momenteel neigen we naar de tweede categorie. Naar het einde leek elk nummer nog meer op het vorige, en in zaal of tent presteren ze ongetwijfeld beter, maar toch kon het publiek zich uitstekend vermaken met komische doch sfeervolle schijven als “Watskeburt”, “Deze Donkere Jongen Komt Zo Hard” en afsluiter “Hollereer”. Zanger P. Fabergévond ons een “gekke, geile bende”, en dat kan omgekeerd ook gezegd worden.
Het zeskoppige Midlake (***1/2) was ons tweede optreden van de dag: hun pas uitgekomen derde plaat “The Courage Of Others” werd een voltreffer, en in de Marquee bewezen ze waarom precies. Hun melancholische folk is erg rustiek, maar kan soms rekenen op erg scherpe gitaaruithalen. Deze Texanen flirten hier en daar met postrock, te merken aan de gestage opbouw en hypnotiserende drumlijnen. Hun voorliefde voor lang uitgesponnen nummers met een episch slot bleek ondermeer in “Core Of Nature” en de geweldige afsluiter “Head Home”, die beiden een pak langer duurden dan op CD. Een geslaagd experiment!
In eigen land is het Franse Phoenix (****) niet bijster populair, over het Kanaal en de Atlantische Oceaan echter des te meer. En terecht, want hun tastbare poprock met verslavende synths werd ook door het Werchterpubliek (toch dat in de eerste vakken) uitstekend gesmaakt. Opener en tophits “Lisztomania” en afsluiter “1901” werden uitbundig meegezongen, en frontman Thomas Marswas energiek en enthousiast. De set bestond vooral uit nummers van doorbreekplaat “Wolfgang Amadeus Phoenix”, waarbij vooral “Girlfriend” (gekruid met een verslavend deuntje) en “Rome” (speciaal dankzij de ellenlange soundscapes en het geweldige slot) eruit sprongen. Ook oudere nummers als het vrolijke “Consolation Prizes” en het snelle “Run, Run, Run” deden het goed. Een groep om in de gaten te houden!
De jongens van Stereophonics (**1/2) zijn intussen al achttien jaar actief, en dan durft het spook van routine wel eens om de hoek te loeren. Dat was alleszins onze indruk na hun show op Werchter, waarin de groep rond zanger Kelly Jonesnogal op de automatische piloot leek te berusten en er betrekkelijk weinig aan deed om er een bijzonder optreden van te maken. Het publiek dat voor de helft al op Muse stond te wachten hielp ook niet bijzonder veel, en van Jones’ bindteksten verstonden we gemiddeld anderhalf woord. Toch was niet alles kommer en kwel: Stereophonics beschikt wel degelijk over een repertoire vol stevige en strakke nummers, die af en toe ook goed gebracht werden. “Trouble” is up-tempo en sfeervol, en afsluiter “Dakota” beschikt over een geweldig refrein, maar wij vonden “Maybe Tomorrow” het leukste, meteen ook het enige liedje waarbij het publiek zich echt aan een potje meezingen durfde te wagen.
Na donderdagavond is het voor ons duidelijk: Muse (*****) is de beste liveband van het decennium. Met hun laatste album “The Resistance” hebben Matthew Bellamyen co een grote stap voorwaarts gezet, niet in het minst bij hun optredens. Zelden zagen we een groep zo ontzettend strak en met zo ongelofelijk veel “cool” performen. De sfeer op de wei was navenant, want het gros van de nummers werd door een grote schare fans enthousiast meegebruld. Het gitaarwerk van Bellamy is even briljant als extravagant (met “Hysteria” en “Stockholm Syndrome” als uitschieters), en over de setlist kunnen we een boek schrijven: de betere oudere hits passeerden de revue (zoals “New Born”, het in ons land al even niet meer gespeelde “Bliss” en de perfecte meezinger “Time Is Running Out”), maar ook het stevige nieuwe materiaal kreeg voldoende aandacht (met opener “Uprising” als hoogtepunt). Alles werd met akelige perfectie gebracht, en de visuals waren met momenten even indrukwekkend als in het Sportpaleis begin november, zoals bij het bloedmooie “Feeling Good”. En ja, de overvloed aan bombast is soms op het randje, en de ellenlange in-en outro’s –bassist Chris Wolstenholmenam zelfs even de tijd om een pijp op te steken– zouden misschien iets korter mogen, maar wanneer we een groep met zo’n sprekend gemak een hele wei zien inpalmen is een dosis gezonde arrogantie best op z’n plaats. Afsluiter “Knights Of Cydonia” is misschien wel een van de meest epische nummers uit de geschiedenis, in stijl ingezet door Wolstenholmes mondharmonica en magistraal afgewerkt door Bellamy’s gitaarkunstjes. Rock zoals rock zou moeten zijn, en meteen een uitstekende afsluiter van de eerste festivaldag!
Dag 2
Oftewel: “haal-eens-je-fans-op-het-podium”-dag. Zowel bij Paramore, 30 Seconds To Mars als Green Day werden enthousiaste bakvissen uit de eerste rij uitgenodigd op het podium. In het begin was het nog leuk, maar na een tijdje ging zelfs dat vervelen. Gelukkig kregen we ook nog bakken goede muziek voorgeschoteld:
35 graden of niet, Customs (****) lieten het weer niet aan hun hart komen en openden de tweede dag van Werchter op Main Stage strak in het pak gehesen. Dat verhinderde hen er niet van een set te brengen die evenzeer onder de noemer “strak” te classificeren viel. Veelgenoemde invloeden als Interpol, Editors en White Lies glipten ook onder de middagzon geregeld onze gedachten binnen, maar het spreekt in het voordeel van de Leuvense band dat ze zeker niet al te veel moesten onderdoen voor hun internationale tegenhangers. Zanger Kristof Uittebroek heeft alvast een pak meer charisma dan de voorman van White Lies en groeide ook vocaal doorheen het optreden. Zijn donkere stemtimbre gaf ironisch genoeg net de juiste kleur aan de songs die zijn groep op het publiek afvuurde, waardoor niet alleen hitsingles “Rex” en “Justine”, maar ook tracks als “Talk More Nonsense” en “We Are Ghosts” een stevige indruk nalieten. Kers op de taart was een prima cover van Joy Divisions “Transmission” – verre van vernieuwend, maar wel met zorg en met respect voor het origineel gebracht. (LVE)
The Morning Benders (***1/2) werden aangekondigd als een soort van moderne Beatles, “omdat ze goed in het oor liggende popmuziek maken die toch de nodige inhoud heeft”. Nu ja, dat is sowieso al een beetje een vreemde manier om de Beatles te omschrijven, en daar komt nog eens bovenop dat de gelijkenis tussen beide groepen wel erg vergezocht is en niet verder gaat dan de onvermijdelijke invloed die de Fab Four op zowat elke zichzelf respecterende groep hebben gehad. De zomerse, zacht gedijende set van de band uit Californië deed ons vooral denken aan The Beach Boys of meer recent, een wat gemoedelijkere versie van The Drums. Hoe het ook zij, Chris Chu & co hebben het popgevoel in zich, al bewezen ze dat nog niet altijd ten volle in de dampende Marquee. Vooral tegen het einde van hun set (inclusief een ambitieuze cover van “Ceremony” - ja, alweer Joy Division – en single/meezinger “Excuses”) kwam de groep echter meer en meer los en maakte ze ons zwaar benieuwd naar wat ze nog in petto heeft. (LVE)
We stonden gelukkig al goed op tijd in de Marquee voor The Gaslight Anthem (****), want zij begonnen twintig minuten vroeger dan in het programmaboekje aangekondigd aan hun set. En we zijn maar wat blij dat we er niets van gemist hebben, want deze New Jersey-rockers (de petekinderen van Bruce Springsteenals het ware) trokken zich niets aan van de verzengende hitte en speelden een dijk van een concert. Reeds van bij openingsnummer “American Slang”, tevens de titel van hun pas uitgekomen plaat, was het publiek mee met de stevige, doch catchy rock van dit viertal. Hun recept: geen franjes en show, gewoon pure rechttoe-rechtaan rock die zelden stilvalt. Nieuwe en oudere songs wisten stuk voor stuk te overtuigen, en bescheiden hit “The “59 Sound” werd zelfs luidkeels meegezongen. Het tragere en bloedmooie “Here’s Looking At You, Kid” bleek dan weer hét kippenvelmoment voor de fans. Afsluiter “The Backseat”, dat beschikt over een zinderend slot, werd dé kers op de taart die bevestigt wat wij al een hele tijd weten: deze jongens gaan nog ver komen.
Paramore (**1/2) is één van dé bands van het moment, niet in de laatste plaats dankzij de muzikale bijdrage die de groep leverde aan de ultieme tienerhype “Twilight”. Of de groep zichzelf rekent tot Team Jacob of Team Edward zijn we niet te weten gekomen, maar de band gaf wel prijs meer te zijn dan zomaar het snoepje van de dag. Let’s face it – klassiekers hebben we niet te horen gekregen tijdens het optreden van Hayley Williams en de haren. Toch zou het niet eerlijk zijn Paramore af te rekenen op hun mainstream succes. Anders dan veel van hun lotgenoten weten ze zich op zijn minst te profileren als een groep met een eigen smoel, met een focus op de muziek, en met een wel erg sympathiek overkomende frontvrouw. Met “That’s What You Get” en “Misery Business” werden we af en toe zelfs getrakteerd op enkele best te smaken nummertjes. (LVE)
Dat Jared Letoeen uitstekend acteur was, wisten we al na Requiem For A Dream en –meer recent– het Belgische Mr. Nobody, maar de muzikale fratsen van de man zijn we iets minder genegen. Dat bleek uit het concert van Thirty Seconds To Mars (*1/2), oftewel: emorock ten top, met hoofdzakelijk gillerige vijftienjarige meisjes op de eerste rijen. We gaan er niet onnozel over doen: op hun laatste CD “This Is War” staan enkele stevige songs, zoals de titelsong, “Kings And Queens” en “Vox Populi”. Jammer genoeg bleken de nummers live iets minder overtuigend: Leto, met een kanjer van een gele hanenkam op z”n hoofd, beperkte zich vooral tot het bespelen van het publiek. Bij elk nummer vragen “of we er klaar voor zijn” en dan opnieuw een fletse vertoning afleveren werkt jammer genoeg niet. Een optreden om snel te vergeten, al zullen de jonge groupies het daar ongetwijfeld niet mee eens zijn.
Te midden van catch-all groepen als Green Day, Paramore en 30 Seconds To Mars leek Editors (*****) een beetje de vreemde eend in de bijt op Main Stage. Maar daar trok de groep uit Birmingham zich hoegenaamd geen zier van aan. Volledig in de traditie van hun vele passages in België gedurende de afgelopen jaren, walsten Editors ook de Werchterweide plat. In tegenstelling tot Jared Leto – no offence Jared, ondergetekende heeft ook van het zicht genoten – liet Tom Smith al zijn kleren aan, maar de man had meer dan genoeg aan zijn adembenemende bariton en de superieure songs van zijn groep om iedereen te overtuigen. Even dreigde een knappe jongen in het publiek de grote schermen en de aandacht van de toeschouwers in te palmen, maar uiteindelijk waren het toch Smith en co die de meest onvergetelijke indruk nalieten. Intens (“Escape The Nest”), zelfrelativerend (“Eat Raw Meat=Blood Drool”), intiem (“No Sound But The Wind”) of groots (“Papillon”) – ze kunnen het allemaal. De perfecte liveband. (LVE)
We vroegen ons vooraf af waarom Green Day (***) 2u30 nodig had. Het antwoord bleek eenvoudig: show, show en nog eens show. We zagen tonnen vuurwerk, gepersonaliseerde Green Day-confetti, een hele meute fans die op het podium mocht komen zingen, dansen en crowdsurfen, zanger Billie Joe Armstrong die God-weet-waarom met een Belgische vlag over het podium paradeerde en meer van dat moois. Wij hebben niets tegen een stevige portie spektakel, maar overdaad lijkt wel degelijk te schaden: het optreden werd meer en meer een karikatuur, en wanneer ze zelfs eigen nummers beginnen te verkrachten (het geweldige “Minority” klonk aan het eind als een foute carnavalschijf, het oudere “Longview” werd professioneel geruïneerd door drie jeugdige vrouwelijke fans die mochten inzingen) stellen we ons toch vragen. De fans aten stuk voor stuk uit Armstrongs hand, maar het feit dat velen niet ouder dan zestien waren bevestigt het kiddiepunk-imago van Green Day. En dat is jammer, want hun geweldig repertoire aan songs verdient meer respect: de titelsong van de laatste CD “21st Century Breakdown” (tevens het openingsnummer), Holiday, Basket Case (die beiden de weide in vuur en vlam zetten), Jesus Of Suburbia (hét hoogtepunt van het optreden),… Stuk voor stuk knallers, waarbij de kunde van Green Day wel degelijk bewezen werd. Hadden ze dit nu in anderhalf uur gebracht in plaats van er nog een uur nutteloze show aan te breien, waren we laaiend enthousiast geweest.
Dag 3
Was vrijdag nog de punkdag, dan stond zaterdag grotendeels in het teken van show: P!nk en Rammstein waren de absolute headliners, en zoals geweten zijn geen van beiden vies van een stevige portie spektakel. Van deze twee acts konden we geen review voorzien, maar er stond gelukkig nog veel meer op het programma. We kampeerden zowat een hele dag voor de Marquee, en dat bleek een goede keuze:
Net als op Pukkelpop vorig jaar kreeg Delphic (****) de ondankbare eer om de Marquee op het middaguur voor geopend te verklaren. De drie kwartier durende set van deze Britten bleek een uitstekende opwarmer voor deze derde festivaldag. Terwijl buiten de eerste regendruppels van het festival hun opwachting maakten, werd het publiek in de Marquee uitstekend verwarmd met electro-rock in de lijn van New Order, of recenter, Klaxons. De muziek is erg dansbaar, de overgangen vloeiend. James Cook en co kozen voor een uitstekende set, met de beste nummers vanop debuutplaat “Acolyte”, die samen één vloeiend geheel vormden. Opener “Clarion Call”, single “This Momentary”, het lange “Counterpoint” –we blijven de genialiteit van de melodie tot in der eeuwigheid herhalen– en afsluiter “Acolyte”, waarin openlijk met de betere trance geflirt wordt: stuk voor stuk bevestigden ze de terechte hype rond deze jonge groep.
Liefhebbers van atmosferische, ritmische rock hadden het optreden van The Temper Trap (***1/2) met stip in hun agenda aangekruist. Deze Australiërs vallen op door hun lang uitgesponnen riffen en door de hoge, ijle stem van zanger Dougy Mandagi. Niet slecht, maar wij waren vooral onder de indruk van bassist en tweede stem Jonathon Aherne, die de ziel uit z’n lijf speelde. Met “Sweet Disposition” heeft dit viertal hun eerste hitsingle al beet, maar dat zorgde er meteen ook voor dat een groot deel van het publiek enkel daarvoor kwam en de andere nummers vaak niet bijster goed kende. En hoewel sommige songs de middelmaat niet overstijgen, waren anderen wel van hoge kwaliteit: het catchy “Fader”, gekenmerkt door een aanstekelijke melodie, het instrumentale “Drum Song” (opzwepende drums staan hier centraal, zoals U misschien wel kon vermoeden), of het door donkere synths gekleurde “Love Lost”. Het duurde echter tot de eerste noten van “Sweet Disposition” voor de tent echt in vuur en vlam kwam te staan. Voor de zichtbaar geëmotioneerde band was dit echter al meer dan voldoende, en na afsluiter “Science of Fear” dook Mandagi dan ook met plezier het publiek in. Bands die met plezier performen, daar hebben we altijd wel een boontje voor.
De jongens van Yeasayer (***1/2) zijn net als MGMT afkomstig uit Brooklyn, en ook muzikaal zien we overeenkomsten: erg psychedelische rockmuziek, met veel elektronica en technische snufjes, en in de eerste plaats ontzettend experimenteel. Het resultaat: muziek die niet altijd even toegankelijk is, maar toch garant staat voor een bijzonder aangename trip. De stijlenmix is opmerkelijk: van de meest donkere rock tot catchy electronica, en hier en daar hoorden we zelfs enkele uit countrymuziek geleende rifjes. Op het dit jaar verschenen “Odd Blood” vinden we enkele sfeerbrengers terug, en die brachten ook de Marquee probleemloos in beweging: het catchy refrein van “Ambling Alp” bleef nog wel een tijdje hangen nadat de laatste noten weggestorven waren. Op 28 oktober valt dit collectief weirdo’s te bewonderen in de AB: alvast een aanrader!
Met de set van Porcupine Tree (***1/2) gingen we de iets hardere toer op: zij maken hele integere, harde progressive rock, waarvoor gretig geleend werd van de betere metal en postrock. De mooie beelden op het scherm achter het scherm bleken een perfecte aanvulling bij de muziek en overspoelden het optreden met een duister sfeertje. Porcupine Tree, al lang actief, is een ontzettend explosieve band, die live met tonnen energie speelt. Dat ze ook tot zachtere dingen in staan zijn, werd bewezen met de knappe REM-achtige ballad “Lazarus”. In afsluiter “Blackest Eyes” werden dan weer alle registers opengetrokken voor een stevige scheut progrock op z’n best.
De tijd dat The Ting Tings (**) hip en “the next big thing” waren ligt al een jaar of twee achter ons, en helaas zijn ze er sindsdien nog niet in geslaagd om te evolueren. Nog steeds wordt geteerd op dezelfde CD en dezelfde hits. Daarnaast bleek de weide van Werchter te groot om te kunnen overtuigen: dat bleek vooral bij “Fruit Machine” en zelfs afsluiter en prijsbeest “That’s Not My Name”. Enkel “Shut Up and Let Me Go” slaagde er enigszins in om het publiek wakker te schudden. Hun nieuwe CD “Massage Kunst” is zo goed als klaar, maar toch kreeg het publiek geen enkel nieuw nummer te horen. Des te vreemd, want het duo verliet twintig minuten vroeger dan gepland het podium. Anderzijds was het misschien ook best om de set zo kort mogelijk te houden, want het leek ons niet dat hier nog veel uit te halen viel.
Een serieus verschil met Florence + The Machine (waar we geen beoordeling op plakken wegens niet lang genoeg aan het werk gezien), waarbij het publiek tot ver buiten de Marquee stond te drummen om toch maar een glimp van de nieuwe popdiva te kunnen opvangen. De eerste noten van hitsingle “You Got The Love” en afsluiter “Rabbit Heart” waren reeds voldoende om het publiek mee te krijgen. Florence Welch was zelf zichtbaar onder de indruk van zoveel aandacht voor haar persoon, en heeft duidelijk nog een grote toekomst voor zich.
De prijs voor “meest knotsgekke act van het festival” is alvast voor Empire Of The Sun (****). We gingen naar de Marquee om een goede portie electropop op ons bord te krijgen, maar wat we zagen oversteeg alle verwachtingen. Het was eigenlijk niet echt een optreden, maar eerder een spektakel met klank, licht en dans. Empire Of The Sun is één grote ode aan de jaren ’80, en dat uit zich in een hoop pure kitsch die zo over the top is dat ze ronduit geniaal wordt: het duo had duidelijk een bezoekje gebracht aan de plaatselijke carnavalwinkel (zo was frontman Luke Steele verkleed als een soort Egyptische Zonnekoning met een hanenkam-pruik waar Jared Leto jaloers op zou zijn). Ook de vier excentrieke danseressen leken van een gekostumeerd bal weggelopen, en hadden enkele hilarisch idiote choreografieën ingeoefend. Het hele gedoe werd opgefleurd door visuals: van de standaardbeelden (de ruimte, een zonsverduistering, U kent het wel…) tot bevreemdende taferelen als een zwemmende kwal. Zelfs de afscheidgroet werd kitsch in de meest zuivere zin van het woord: een langzame, diepe buiging met een brandende zon als achtergrondbeeld. En muzikaal? Nogal wisselvallig, maar de Marquee wist zich toch perfect te vermaken met de aanstekelijke electropop. Nu en dan hoorden we heerlijke dansnummers met een psychedelisch kantje en pompende beats, en de hitjes “We Are The People” en vooral afsluiter “Walking On A Dream” volstonden om de tent even op z’n kop te zetten. Geen idee in welke mate dit serieus bedoeld is, maar wij zijn onvoorwaardelijk fan!
Dag 4
Slotdag van het festival, en de vermoeidheid na vier dagen Rock Werchter begon bij de festivalgangers duidelijk toe te slaan. Toch stonden ook op zondag nog enkele mooie namen op het programma, waarmee we in schoonheid afscheid konden nemen:
De laatste festivaldag op Main Stage in de vroege namiddag: we kunnen ons betere settings voor bluesrock indenken. The Black Keys (***1/2) lieten het echter niet aan hun hart komen, en maakten er een erg stevig optreden van. Geen extravagante show of franjes, gewoon rauwe americana die het midden houdt tussen Black Rebel Motorcycle Club en Admiral Freebee. De muziek gaat nooit in overdrive, maar blijft toch spannend door de scherpe en hoekige gitaarlijnen. Het aanstekelijk ritme in “Everlasting Light” mag een uitstekend voorbeeld zijn van wat we daarmee bedoelen. Afsluiten deden ze ook al in schoonheid: hitje “I Got Mine” bouwt quasi perfect op én beschikt over een knap refrein. Dave Grohl keek backstage toe en zag dat het goed was.
De keren dat we Vampire Weekend (****) aan het werk zagen (de Marquee van Pukkelpop vorig jaar en een nokvolle AB) ging het dak er telkens af. Aangezien een weide geen dak heeft, lag dat hier wat moeilijker: de sfeer was niet zo uitbundig dan we (en de groep zelf misschien ook) gewend zijn. Toch hing er gedurende de hele set een zomerse stemming, niet in het minst beïnvloed door de Afrikaanse touch in zowat elk Vampire Weekend-nummer. Deze Brooklyners hebben twee geweldige platen uitgebracht, en stelden een quasi perfecte setlist samen: sfeerbrengers als “Cousins”, “A-Punk”, “One (Blake’s Got A New Face)” (met assistentie van het publiek, dat door zanger Ezra Koenignu toch verplicht werd om mee te zingen) en “Campus” werden afgewisseld met diepgaandere, maar nog steeds vrolijke songs als “Giving Up The Gun” en “Oxford Comma”. Het venijn zat in de staart: “Mansard Roof” is kort maar krachtig, en de melodie van “Walcott” kunnen we nog honderd keer horen zonder ‘m beu te worden.
Enkele supermuzikanten samen is niet noodzakelijk een garantie voor een supergroep: dat was de indruk die we hadden toen we de debuutplaat van Them Crooked Vultures (***) te horen kregen, en dat werd op Werchter nogmaals bevestigd. De groep kan een telefoonboek aan adelbrieven voorleggen, maar wij hadden de indruk dat het hen aan echt goede nummers ontbreekt. Josh Hommes, John Paul Jones en Dave Grohl zijn uiteraard stuk voor stuk geniale muzikanten, maar bij Them Crooked Vultures lijkt de indruk net iets teveel op die personages in plaats van op sterke songs te liggen. De nummers klinken vooral als B-kantjes van een Queens Of The Stone Age-plaat, en worden zelden spannend: Hommes en co kleuren net iets te keurig binnen de lijntjes. Het is een plezier om drie genieën aan het werk te zien (we hebben wel honderd geweldige gitaarriffen of drumlijnen gehoord), maar wij verkiezen toch het werk dat deze mythische figuren bij hun eigen groep verrichten: in augustus staat Josh Hommes met z’n eigen Queens Of The Stone Age op Pukkelpop, en dat zegt ons al heel wat meer.
Drie jaar geleden was het optreden van Arcade Fire (****) op Pukkelpop de soep ingedraaid wegens geluidsproblemen, nu was daar geen sprake van: de Canadezen speelden een enthousiast en mooi (visueel én muzikaal) concert, waarbij het geluid van op de geniale CD’s weliswaar niet helemaal bereikt werd: zo misten we bij “Haiti” en “Tunnels” de subtiele pianotouch van op de plaat. Hun nieuwe album “The Suburbs” verschijnt pas in augustus, en de nieuwe nummers hebben nog wat tijd nodig. Dat is vanzelfsprekend, want Arcade Fire is nu eenmaal geen lichtverterende kost. De oude songs stonden er echter als een huis: met “Keep The Car Running” en “No Cars Go”, beiden van op album nummer twee “Neon Bible”, was de start alvast veelbelovend. Later kwamen er met “Power Out”, “Rebellion (Lies)” (inclusief een briljante overgang tussen deze twee) en “Intervention” (met een majestueus orgelgeluid) nog enkele kleppers bij. Het publiek neuriede de ingenieuze melodieën mee en ging vlotjes mee in de georchestreerde chaos en kakofonie die deze band zo mooi maakt. En wat dan over afsluiter “Wake Up” gezegd? Innemend en meeslepend, en dan nog eens een geniale versnelling in het slot. Vakmanschap, en dus zijn we nog eens extra benieuwd naar die nieuwe CD.
Van afsluiter Pearl Jam konden we niet alles volgen, dus geven we ook geen beoordeling. Wel vermeldenswaardig: de mooie singalong van de hele wei bij het prachtige “Alive” en het gastoptreden van Dave Grohl (op tamboerijn) bij slotnummer “Kick Out The Jams”. De Amerikaanse bands hadden trouwens backstage een barbecue georganiseerd om de Amerikaanse nationale feestdag te vieren, en dat het een gezellig feestje geweest is bleek wel uit de levensvreugde die zowel Eddie Vedder als Grohl uitstraalden, al dan niet met de hulp van de nodige hoeveelheid alcohol. Na de laatste noten knalde het slotvuurwerk en was Rock Werchter 2010 officieel ten einde. Het was zeker niet de beste editie ooit en zal vooral herinnerd worden als een ontzettend warme Rock Werchter, maar toch kregen we weer enkele mooie optredens voorgeschoteld, zowel verwacht als verrassend. De zomer is bij deze officieel begonnen, en we hebben nog een pàk mooie festivals voor de boeg….
door Filip Van Der Elst en Laura Van Eeckhout
Links:
Rock Werchter website
Rock Werchter Facebook
Dit artikel delen met je vrienden?

Helemaal mee eens? Of net helemaal niet? Klik hier en laat het ons weten op de discussion board van onze Facebook group!