Verslag Rock Olmen 2010 - School Is Cool, Thee Andrews Surfers en de andere hoogtepunten
Twee decennia bestaat Rock Olmen ondertussen. Ze vieren dat door een dag extra tegen het festival aan te plakken. En dus trokken we dit jaar al op donderdag richting de deelgemeente van Balen.
Vettige, van de brillantine blinkende Elviskapsels, een contrabas en enkele stevig pogoënde rakkers. Nog voor we één noot hoorden, wisten we dat The Black Cat Bone Squad rockabilly uit de oude doos speelt. Daar voegen ze een punkattitude aan toe en dat is een cocktail die duidelijk goed gesmaakt wordt. Een score gaan we niet geven, wij worden als recensenten ook niet graag beoordeeld op twee zinnen, maar de twee nummers die we nog konden meepikken, swingden wel als de tieten van Paris Hilton.
Ook Thee Andrews Surfers (****) zijn publiekslievelingen op Rock Olmen. De opvolger van het ter zielen gegane Fifty Foot Combo kreeg met zijn kenmerkende surfgeluid en een live reputatie straffer dan Steven Seagal heel wat festivalgangers aan het dansen. Vooral toen de band vervoegd werd door een extra drummer (dat trucje werkt al-tijd!) was het enthousiasme haast tastbaar.
Een dj die Bloc Party, Joy Division, Billy Bragg én The Clement Peerens Explosition in zijn set steekt en meer dan een uur over tijd gaat, is in onze wereld een goede platendraaier. Dat foute baardje en ditto naam, vergeven we DJ Monzy Madness (***1/2) dus met alle plezier. Extra halfje voor de twee meisjes die tijdens ‘There Is A Light That Never Goes Out’ van The Smiths op het podium gingen rock-‘n-rollen.
Een veel te korte nacht, een veel te warme dag, een kleine kater (*1/2) en 163 spelletjes petanque op de camping later, mocht School is Cool (*****) ons op vrijdag definitief wakker schoppen. Al snel was duidelijk waarom de Humo’s Rock Rally-jury zo onder de indruk was van deze jonge geweldenaars. Ons deden ze denken aan Arcade Fire ten tijde van ‘Funeral’. Niet enkel omwille van hun geluid, maar ook omdat de bandleden net als de Canadezen vlotjes van instrument wisselen en regelmatig mee staan te kwelen op het podium. Een lust voor het oog was het bovendien om de violiste in haar schattige jurkje en sexy botjes uitgelaten op een neer te zien springen. Mensen die van zo veel naïeve vrolijkheid geen glimlach op hun gezicht krijgen, hebben wellicht een cactus op de plaats waar hun hart zou moeten zitten. Of zijn familie van Herwig Van Hove, dat kan ook.
Een stevig contrast met Landfill (**), dat powerpop maakt die ergens op het kruispunt van Fall Out Boy en Teenage Fanclub resideert. Echt begeesteren konden ze immers niet en als het geluid dan nog eens meer wegheeft van een ongecontroleerde brij dan van een uitgebalanceerde mix, heb je het na twintig minuten wel gezien en gehoord. Dan zorgt de indiepop van Roadburg (***) voor een betere soundtrack bij het vallen van de avond. De Limburgers doen niets wereldschokkends, maar hey, Nederland speelde op het WK ook geen inventief totaalvoetbal maar geraakte wel in de finale.
Het enige rustpunt op de affiche was Marble Sounds (***1/2). Pieter Van Dessel stond vorig jaar al eens op de bühne van Rock Olmen met Yuko en dit keer heeft hij enkele maten van Isbells meegebracht. Samen maken zij dromerige muziekjes die meer dan eens knipogen naar The Go Find en The Notwist. Indietronica heet dat, met een bekakte genreterm. Heel mooi allemaal, maar echt onder de indruk waren we pas bij het slotnummer waarin de band het op een stevig postrocken zette.
Ken Stringfollow heeft zijn sporen al verdiend met The Posies en dat is aan het optreden van zijn nieuwe groep The Disciplines (***) te merken. De man, een enthousiast podiumbeest, is wel erg vriendelijk voor zijn publiek en in ruil draagt dat hem op handen. De muziek zelf is cliché en ietwat aan de belegen kant en de publieksinteractie haalt de vaart uit het optreden, maar als zoveel mensen zich collectief amuseren, wie zijn wij dan om hen daarvoor te bekritiseren?
De laatste keer dat we Mintzkov (***1/2) aan het werk zagen, heette die nog gewoon Mintzkov Luna. Om maar aan te geven dat we oud worden... De band rond Philip Bosschaerts en Lies Lorquet staat live als een huis en ook de nummers van het nieuwe album ‘Rising Sun, Setting Sun’ (goede titel!) blijven vlotjes overeind. De Lierenaren hebben dit jaar al op belachelijk veel podia gestaan. Dat is goed want daardoor zijn de muzikanten perfect op elkaar ingespeeld, maar Mintzkov moet wel oppassen dat het routinespook niet opduikt.
Net als vorig jaar toverde Merdan Taplak (***1/2) met zijn balkanbeats het publiek om in een zwoel dansende massa. Op naar de volgende twintig, Olmen!
door Tom Peeters
Links:
Rock Olmen website
Rock Olmen Facebook
Dit artikel delen met je vrienden?

Helemaal mee eens? Of net helemaal niet? Klik hier en laat het ons weten op de discussion board van onze Facebook group!