|    Registreren
   

foto copyright Rocj-a-fieldVerslag Rock-A-Field 2011 - Goose, Arcade Fire, Elbow en de andere hoogtepunten

Het was een hete dag voor het eendaagse Rock-A-Field festival in Luxemburg (Roeser). De weide - volledig afgelegen in een prachtig park - was ondanks zijn beperkte oppervlakte niet uitverkocht (17000 toeschouwers), wat misschien wel te maken had met de onsamenhangende programmakeuze. Naast de optredens waren er ook geen nevenactiviteiten, al was er geen tijd voor verveling. Zo konden de grootste muziekfreaks, die geen optreden willen missen, constant hollen tussen de twee podia – naast elkaar gepoot met een grote tent in het midden. Indiestyle mocht dit niet missen en zet alles op een ritje:

You Me At Six (**) was geboekt als pakket met Blink 182, maar die cancelden omdat de nieuwe plaat nog niet klaar is. Drie jaar geleden werd You Me At Six een grote hype, dankzij schot-in-de-roos-album 'Take off Your Colours' en de benoeming van Best British Band op de Kerrang Awards. Allemaal mooi en wel, maar op een circlepit en enkele moshers na, bleef de ambiance steken op met de armen gekruiste luisteraars. Josh Franceschi schreeuwde zich de longen kapot, kreeg op verzoek slechts enkele crowdsurfers en reageerde zijn frustraties af op het zittende publiek. Het was misschien een ondankbare taak te openen, maar meer dan wat lawaai zonder inhoud was het dan ook niet. Het interessante was de kledinglijn, want drie van de bandleden hebben een eigen merk: 'Cheer up! clothing', 'Down but not out' en 'Become antique'.

Met The Gaslight Anthem (***1/2) staat er altijd wat Springsteen op het podium. De godheid zelve is grote fan en vergezelde het viertal al menig maal bij ‘The 59 song’. Frontman Brian Fallons’ enthousiasme is minstens zo groot. Zijn présence en stem uiteraard niet, maar laten we niemand met The Boss vergelijken. Vorige week was de band nog publiekslieveling op Pinkpop vanwege de vele grappen en het entertainment. Daar was nu weinig van te merken. Blijkbaar hadden ze een mindere dag. Met een groot doodshoofd op de achtergrond werd ieder nummer in volle vaart afgerammeld. Nochtans wist de punk-rock-bluesy stijl voor het eerst het publiek op te warmen. Met als fenomenale afsluiter ‘The Backseat’ was ons vat vol levenswijsheden al gespijsd.

Nu Blink 182 cancelde, kreeg All Time Low (**) de zware taak het publiek te entertainen met seksmopjes. Leadzanger Alexander William beloofde zelfs zijn penis te tonen, maar liet uiteindelijk verstek vanwege een ziekte, zo bleek. Ocharme de jongen. Nu ja, de graad der sexyness was nog nooit zo groot in Luxemburg en Zack fleurde volledig op met zijn roze gitaar. Al konden de punkpopliedjes of Alexanders nieuwste kapsel ons niet van kaart brengen. Het werd tijd om de weide wat te verkennen en het Luxemburgse bier te proeven: Bofferding.

Ondertussen werd het al drieën, snikheet en vier zwartuitgedoste Deense metalheads betraden het podium, niet echt het droomuur van Volbeat (****) om voor een te relaxte menigte te staan. Gisteren waren ze nog co-headliner op Graspop, alwaar vandaag de meeste headbangers nog zullen vertoeven. En toch krijgt de band met gemak de weide mee. Vrolijke punkriffs en scheurende gitaren raasden door je lichaam. En als aflossing van de vele anthems speelden ze leuke covermomenten van ‘Sad Man’s Tongue (Johnny Cash) en het onpassende ‘I Only Wanna be With You’ (Dusty Sprinfield). Poulsen was in vorm en we hebben het geweten.

Het is alweer tien jaar geleden dat Jimmy Eat World (**) hun grote doorbraak ‘Bleed American’ vierde en toch lijkt er weinig veranderd: de populaire klassiekers die nog identiek klinken als op cd, dezelfde podiumprésence en zanger Jim Adkins die nog geen haar veranderd is. Of hoe routineus het leven van een rockartiest wel kan zijn. De creativiteit is nostalgie en de nieuwe songs zijn Amerikaanse commercie, maar het publiek had er zoveel zin in en aan geladenheid was er geen gebrek. In een ruk vliegt de set voorbij en met als afsluitende kleppers ‘The Middle’ en ‘Sweetness’ blijft er toch nog iets hangen.

“Geen hiphop op de affiche!” dachten we bij ons eerste blik op het programma, maar dan waren we te voorbarig natuurlijk, want er was De Läb (****), twee mc’s and een dj uit Luxemburg. Het moet een hoogdag zijn voor het trio, om op het hoofdpodium te staan van hun vaderlandse festival. Ze moeten hun ambities bijstellen en België veroveren, want we staan perplex van de old skool non bling bling hiphop vol scratchende intermezzo’s, opfleurende samples en loungy jazzsferen. En wat een vreemd taaltje, overigens, dat Lëtzebuergesch: ‘Staarken Tubak am Dissney land’ of ‘Lénks ass wou den Domm riets ass’.

En dan krijgen we zowaar ambiance. De Duitse party animals van Die Fantastischen Vier (****) zijn er duidelijk megapopulair. Tot achteraan werd woord voor woord meegezongen. Een mc en drie dj’s brengen, met redelijk gestijfde danspasjes, een mix van reggae tot 90’s dance, van zomerse hiphop tot postrock, op smaak gebracht met overbekende samples en een resem aan instrumenten, waarvan sommige zelf ontworpen. Logisch dat het publiek meeging: melodieën van The Jackson 5, over Salt-N-Pepa tot The Prodigy zijn voor de hand liggende fuifkrakers. Het optreden leidt tot een climax wanneer Smudo zijn torso showt en triphop brengt op Tricky’s wijze. Onze smile bereikt een hoogtepunt.

Dan wordt het zijpodium voor het eerst overladen, want daar zijn The Wombats (****) , die met hun nieuwe poppy sound duidelijk nog populairder zijn dan voorheen. Het Liverpoolse trio is een grootmacht voor de pasgeboren indiekids, die nu al rondlopen met T-shirts van Ian Curtis en volmondig hits als 'Tokyo' en ‘Techno fan' tot een klassiekerstatus brullen. Op de tweede plaat maakte de postpunksound plaats voor keyboards, maar live werd voor de gulden middenweg gekozen. Vanaf opener ‘Our Perfect Disease’ tot afsluiter ‘Let’s Dance to Joy Division’ bulkt de band van de energie, ondanks het duidelijk in de kleren zittende dagje Glastonbury. Helaas kwamen de zwakste albumnummers er live ook niet uit, maar de kans om te beginnen geeuwen, werd direct weggeblazen door een nieuwe lading gitaarexplosies, synthesizervloedgolven en daverende bassen.

Op slakkentempo liep de weide vol voor de Canadese hitmachine van de laatste jaren. De meningen over de laatste Werchterpassage van Arcade Fire (****1/2) zijn verdeeld: nogal slordig en tegelijk toch geniaal. Dit jaar waagt de familie zich niet op onze zomerfestivals. Geheel toepasselijk opende de set van amper een uur en een kwartier met ‘Ready to Start’, opgefleurd met visuals van een road movie door de Noord-Amerikaanse suburbs en grijze verjaardagsvlagjes. Het Luxemburgse publiek genoot, maar was bang zijn enthousiasme te uiten. Gelukkig volgde vrij snel het eerste hoogtepunt met ‘No Cars Go’. Wel zonde dat de geweldige saxsolo plaatsmaakte voor een keyboard. Straf overigens hoe iemand van op 40 meter de violiste kon raken met een kartonnen bierhouder. Zo gemakkelijk als iedereen meeging, zo snel verdween de uitgelatenheid. Nummers als ‘The Suburbs’ werden op automatische piloot gespeeld. Voor ons mocht het meer kinky: we bespeurden geen onverwachte twists, groepsimprovisaties of aanhoudende outro’s. Allemaal puntjes van kritiek die werden weggespoeld met het tweeluik ‘Month of May’ en ‘Neighbourhood #1’: scheurende gitaren op enerverende belichting. Het werd nog knallen met ‘Neighbourhood #2’ en Rebellion (Lies)’. Nu rest de vraag: ‘Hoe lang moeten we wachten op een nieuw spektakel?’

Rock-A-Field heeft één nadeel: je krijgt nooit de tijd om na te genieten, want het volgende optreden vangt meteen aan. Het plein is nog zo goed als leeg als onze favoriete nonkel Guy Garvey van Elbow (****1/2) stralend het podium betreedt. Elbow had duidelijk zin om de triomftocht van Arcade Fire verder te zetten. Opener ‘The Birds’, ‘The Bones of You’ en het met gigantische discobal verlichte ‘Mirrorball’ bewijzen nogmaals hun gevoel voor intieme perfectie. De leuke vriendengroep werd gerugsteund door drie violen en een cello die uitsluitend nummers van de laatste twee cd’s speelden. De eerste climax kwam bij ‘Ground of Divorce’, waarop Garvey het publiek “Ohohooo” liet meebrullen. Onverwacht barstte er een luid applaus los toen hij opmerkte dat er in België luider werd geroepen. Het wordt wel eens tijd dat Luxemburg ook bezwijkt, want Elbow viert reeds zijn twintigste verjaardag. Het optreden barstte pas echt open met het magistrale ‘The Loneliness of a Tower Crane Driver’, het prachtig intimistische ‘Lippy Kids’ en het triomfale ‘Open Arms’, die werden opgeluisterd door twee gigantische, dansende luchtpoppen. Vreemd genoeg wilden velen een mooie plaats bemachtigen voor Arctic Monkeys, zelfs terwijl iedereen wist dat we prijsbeest ‘One Day Like This’ nog mochten verwachtten.

Het was afwachten wat het optreden van Arctic Monkeys (***) zou geven. Alex Turner heeft de voorbije jaren verscheidene muzikale uitstapjes gemaakt. Zal er op hun setlist genoeg plaats zijn voor het gitaargeweld, waarvan we de Monkeys leerden kennen, dat nauwelijks hun laatste album ‘Suck it and See’ haalde? Het antwoord is overduidelijk ‘ja’. Ze kozen dan ook voor een authentieke rockshow. De set begon wat rommelig met ‘Library Pictures’ en ‘Brianstorm’, maar kwam al snel op zijn pootjes terecht. Zonder veel tralala stond Turner er opnieuw als een huis, al zul je hem zelden betrappen op meer enthousiasme. Door de rode en paarse stroboscopische effecten leek het alsof we een seventieslegende aanschouwden. Het waren oude gedienden ‘The View from the Afternoon’, ‘I Bet you Look Good on the Dancefloor’ en ‘Teddy Picker’ die het publiek moesten meetrekken. Zonde dat er weinig ruimte was voor de rustige zijsprongetjes waar ‘Suck it and See’ zo rijk aan is. Pareltjes ‘She’s Thunderstorms’, ‘The Hellcat Spangled Schalala’ en ‘Cornerstone’ boetten live geen kracht in. We misten wel de power waarmee ze twee jaar geleden Pukkelpop afsloten. Maar de tournee is pas begonnen, hopelijk zijn ze beter opgewarmd voor Werchter.

En dan moest het beste nog komen. Vol Belgische trots mocht Goose (****1/2) het festival afsluiten. Het laatste album is zodanig opgebouwd dat het live nog eens zo sterk uit de hoek komt, wat we met opener ‘Synrise’ enkel kunnen beamen. Op zijn Kraftwerks, met zijn vieren naast elkaar, worden de heerlijkste bassen afgevuurd en het laatste beetje energie uit de wei geperst. Hoe kan het ook anders: als je voor een liveshow vol zweverige gemoedstoestanden, mokerslagen van beats en belichte soundscapes kan kiezen uit een repertorium met nummers als ‘Black Gloves’, ‘Low Modes’ en ‘Words’. En nog voor we het beseffen, zit alles er al op, wat jammer dat het slechts drie kwartier duurde.

Ondertussen zijn de andere ganzen en het overige bosgedierte allang weggejaagd. Voor ons ook hoog tijd om het Luxemburgse nachtleven te ontdekken.

Door Wouter Jaques


Dit festival gemist? Schrijf je in op de newsletter via
www.atelier.lu/raf/ om volgend jaar wel op de hoogte te blijven.


Rock-A-Field Facebook

Dit artikel delen met je vrienden?

 

Share/Bookmark

Helemaal mee eens? Of net helemaal niet? Klik hier en laat het ons weten op de discussion board van onze Facebook group!





Meer Indiestyle

foto copyright twitter

copyright facebook

 copyright last fm

Contact    |    Copyright 2008-2011 Indiestyle.be     |    Privacybeleid    |    Gebruiksovereenkomst