Verslag Pukkelpop 2009 - Glasvegas, The Temper Trap en andere hoogtepunten
204 bands, dj’s en comedians keken het Pukkelpop publiek de afgelopen 3 dagen opnieuw recht in de ogen en deden dat voor ongeveer 60.000 bezoekers per dag. Op de smalle doorgang tussen Marquee en hoofdpodium na leverde dat traditiegetrouw nergens opstoppingen op. Pukkelpop 2009 ontkrachtte regelmatig de mythe dat "het Belgisch publiek" een saai zootje is. Vraag maar aan Shantel & Bucovina Club Orkestar, Blood Red Shoes, Little Boots en anderen die moeiteloos een volledige tent plat kregen.
Pukkelpop voerde enkele veranderingen door om het comfort van de bezoeker te verhogen: de ligging van de Marquee, bijvoorbeeld, en de oppervlakte van de Club en de Boiler Room. Aanpassingen die zeker hun doel niet voorbij geschoten zijn. De middengang in de Marquee mag wat ons betreft dan weer zo snel mogelijk verdwijnen en komt de beleving van de concerten zeker niet ten goede. LVE, FVDE, PE en BS trokken 3 dagen lang van podium naar podium om jullie een zo volledig mogelijk verslag voor te schotelen.
Dag 1, donderdag 20 augustus
The Maccabees (****) mochten Pukkelpop 2009 officieel openen op de Main Stage en maakten van de gelegenheid gebruik om een zeer goede indruk na te laten. Vooral nieuwe nummers passeerden de revue en de band trok dan ook voluit de kaart van hun recentere, meer Arcade Fire-getinte sound. Songs als ‘Love You Better’ en ‘No Kind Words’ speelden het uitgesproken stemgeluid van zanger Orlando Weeks zo vroeg op de dag al meteen uit als één van de blikvangers van het festival. (LVE)
De Britse Baddies (***) blijven muzikaal gezien het zwakkere broertje van Futureheads, maar het moet gezegd worden: de band was perfect gecast als eerste band in de Club om het publiek definitief wakker te schudden en de temperatuur nóg een stuk de hoogte in te jagen. Dat de nummers allemaal wat op elkaar lijken en zelden echt blijven hangen, kunnen we dan wel even vergeten. (LVE)
Hun optreden op Pukkelpop bevestigde enkel wat we reeds lang wisten: The Twang (****) is – alvast in onze regionen – een zwaar onderschatte band. Martin Saunders – de backing vocalist die mee vooraan op het podium de show mag komen stelen – mag dan vooral voorzien in publieksentertainment terwijl het vooral Phil Etheridge is die een stem geeft aan de groep, tóch is het gegeven van twee zangers een drijvend element achter The Twang. Het plaatje klopte helemaal en leidde tot knappe uitvoeringen van klassieke songs als ‘Either Way’ of het fenomenale ‘Wide Awake’, terwijl ook de nieuwe nummers uiterst veelbelovend klinken. (LVE)
Vetiver (***) brengt plaatjes uit bij labels als Sub Pop en Bella Union en maakt opgewekte, vooral akoestische feelgood-popnummers die je op plaat willens nillens nopen tot een vrolijk hoofdschuddend op en neer wippen op je stoel alsof je de muggen uit de lucht probeert te happen. In de Chateau kwam de groep op donderdag echter vooral over als een slechte kruising tussen Simon & Garfunkel en The Everly Brothers. Gaan kijken naar de mensenzwerm die op dat ogenblik ongetwijfeld toestroomde op de wei van Kiewit ware ongetwijfeld interessanter geweest. (BS)
Howling Bells (***) heeft een zangeres met een lief snoetje en weet een publiek te bespelen. We waren wel te spreken over de de hoeveelheid zuiver geluid die zo'n klein, tenger meisje kan produceren. De songs van hun laatste album "Radio Wars" boeien echter nog steeds niet, zodat het optreden van Howling Bells een beetje hetzelfde lot beschoren is als de CD. Niet slecht, maar een beetje de weg kwijt. Zonder betere 3de langspeler waarschijnlijk richting vergetelheid. (BS)
Het zit die arme James Yuill (**1/2) niet echt mee in ons land. Bij zijn passage in de Botanique als voorprogramma van Peter, Björn and John ging de aandacht van het publiek niet iets te nadrukkelijk en voorwaardelijk uit naar het Zweede drietal, ondanks een erg goede show van de Brit. Nu eindelijk alle ogen op hem gericht waren, liep het weer mis: de zogeheten laptoptroubadour sukkelde met … zijn laptop. Een zichtbaar aangeslagen Yuill probeerde nog te redden wat er redden viel, maar het werd – niet bepaald onlogisch, wetende dat de feilloze mix van folk en elektronica net het meest bepalende aspect is in de muziek van de jonge Brit – een nogal vlakke show. Chapeau voor het publiek dat de arme singer-songwriter ondanks de moeilijkheden in de armen sloot. (LVE)
Ghinzu (****) kreeg lang geen poot aan de grond in Vlaanderen terwijl Franstalig België al jaren storm loopt voor hun taalgenoten. Gewapend met hun laatste album "Mirror Mirror" nemen ze stilaan ook onze kant van de taalgrens in. Tegen zoveel kwaliteit zeg je simpelweg geen 'neen'. Op sleeptouw genomen door een frontman die voor 't gemak het Engels hanteerde om een gemengd Vlaams, Waals en Engels publiek te bespreken slaagde Ghinzu erin om het publiek te paaien met nieuwe songs als "Mirror Mirror" en "Take It Easy", maar ook met klassiekers als "Do You Read Me". Afsluiten deden ze met knaller "Chocolate", een nummer dat binnenkort mogelijk furore zal maken in een versie van ZED & The Party-Belt. (BS)
Op elk festival kom je wel een groep tegen waarvan je niet goed weet wat je ervan moet verwachten, en die je 40 minuten later doet beseffen dat je opvatting over muziek nooit meer dezelfde zal zijn. Shantel & Bucovina Club Orkestar (*****) is een Duitser en zijn groep met Boekoviense (regio die ongeveer voor de helft in Roemenië ligt en voor de helft in Oekraïne) roots die werkelijk de volledige Marquee 40 minuten lang in vuur en vlam zette met zijn Oost-Europese feestmuziek. Ongetwijfeld het heetste moment op de warmste dag ooit. Dit najaar live te zien in verschillende Nederlandse en Belgische zalen en een aanrader van jewelste. (BS)
Paolo Nutini (***) versterkte het heerlijke zomerse sfeertje ongetwijfeld met zijn zwoele songs en dito stem. De Schotse zanger met Italiaanse roots deed exact wat er van hem verwacht werd. Fans zullen tevreden terugkijken op het optreden van hun idool, maar we betwijfelen dat Nutini innemend genoeg was om veel nieuwe belangstellenden over de streep te trekken. (LVE)
Pukkelpop is hét festival bij uitstek om ontdekkingen te doen. Hoog gerangschikt binnen die categorie behoorde dit jaar The Big Pink (****), een Londens duo dat klinkt als een kruising tussen Ministry en The Stone Roses. Vooral naarmate de set vorderde, raakten we meer en meer opgezogen in het intense geluid van deze veelbelovende band. Binnenkort doen ze de AB Club aan, en u kan er maar beter bij zijn. (LVE)
De Amerikaanse band Bon Iver (****) draait vooral rond singer-songwriter Justin Vernon. Hij heeft op het album For Emma, Forever ago een negental heel mooie indiefolk songs bij elkaar geschreven, waarvan de single Skinny love waarschijnlijk de meest bekende is. De marquee zat dus stampvol. Ze openden met het nummer Flume, eveneens opener op het album. De sfeer zat er meteen goed in, maar het eerste hoogtepunt kwam er pas bij Skinny Love, dat iedereen luidkeels meezong. Naar het einde van de set werd gevraagd om tijdens The Wolves (act I and II) de zin ‘What might have been lost’ mee te zingen, steeds luider en luider tot het uitbarst in één grote YEAH. En jawel, het publiek gehoorzaamde. Een zeer leuk optreden met enkel één klein minpunt. Enkele nummers werden wat uitgerekt, waardoor het soms een beetje eentonig klonk. Voor de rest echter niets op aan te merken. (PE)
Maxïmo Park (***1/2) heeft het in feite allemaal: knallende songs (‘Apply Some Pressure’, ‘Our Velocity’, ‘Graffiti’, ‘Books From Boxes’…), een onmenselijk hoge aanstekelijkheidgraad en een frontman die lijkt te overleven op charisma. Er was tijdens hun optreden te Kiewit dan ook maar één probleem: de nieuwe nummers hebben hét niet. (LVE)
Port O'Brien (***1/2) maakt frivole maar ook fragiele gitaarpop. Als je om 16u35 al 8 andere concerten hebt gezien, waaronder enkele knallers, bestaat het risico dat de verveling dan toeslaat. Een half puntje meer dan de 3 sterren die we normaal voorzien voor pure middelmaat omdat "I Woke Up Today" écht wel een wereldnummer is dat ons alsnog de Marquee deed verlaten met een glimlach op onze smoel. (BS)
Het valt moeilijk te verklaren waarom Dizzee Rascal (***) er in tegenstelling tot andere rappers schijnbaar zo gemakkelijk in slaagt ingang te vinden bij een publiek dat zich normaliter op een veilige afstand houdt wanneer het hiphop betreft. Al ligt het antwoord hoogstwaarschijnlijk ergens in het midden van het aanstekelijke ‘Dance Wiv Me’ en het beukende ‘Bonkers’. (LVE)
In de club was het bloedheet, maar dat bleek de perfecte temperatuur te zijn voor de heren van Passion Pit (***1/2). Het vijftal uit Boston zette er een hallucinant electropop optreden neer. Het energierijke deel van het publiek danste vlijtig mee, de anderen keken goedkeurend toe. Heel het debuut Manners kwam aan bod en ze eindigden met hun nieuwe single The Reeling, dat voor de echte climax zorgde. De stem van zanger Michael Angelakos klinkt live nog een pak hoger dan op band. Dat vond Ik persoonlijk wel amusant, maar sommigen vonden het blijkbaar toch lichtjes enerverend werken. De muziek van de songs van Passion Pit is zo catchy dat de stem eigenlijk niet veel uitmaakt. Ik denk dat we nog veel gaan horen van deze Amerikanen. Hun doortocht op Pukkelpop zal niet snel vergeten worden. (PE)
Soap & Skin (**1/2) werd verstandig genoeg in de Chateau geplaatst, gezien haar emotioneel krachtige pianomuziek vooral in een wat intiemere omgeving pas helemaal tot zijn recht komt. Maar zelfs de Chateau bleek nog een maatje te groot en vooral een pak te rumoerig, want Anja Plaschg zakte zowel vocaal als instrumentaal meer dan eens weg in de menigte, een aantal pakkende momenten ten spijt. (LVE)
De eerste echte grote teleurstelling van de dag was hoegenaamd La Roux (*1/2). Met haar dansbare electropop op zich is er weinig mis, wel met de uitvoering ervan. Live werd meer dan ooit duidelijk dat Elly Jackson geen stem heeft om lang naar te luisteren zonder naar de aspirientjes te moeten grijpen. (LVE)
Wat een verschil met dat heerlijke stemgeluid van de heer Andrew Bird (****1/2)! Naast een steengoed zanger is Bird ook een gezegend violist en een meester in het fluiten, en op Pukkelpop gooide hij al die talenten in de strijd. Een lekkende Chateau weerhield hem er niet van voor één van dé hoogtepunten van het festival te zorgen met een haast perfecte en toch erg charmante set. Met als hoogtepunt de geweldige afsluiter ‘Fake Palindromes’. (LVE)
Grizzly Bear (-) stond uiteraard op ons verlanglijstje, maar helaas ook op dat van vele anderen. Toen we na de show van Andrew Bird aankwamen bij de Club zat deze al barstensvol. Meeluisteren lukte ook niet, want een of andere creatieve geest had besloten om Bob Marley zodanig hard uit de speakers van het hoofdpodium te laten knallen dat je 5 meter achter de ingang van de Club helaas vooral reggae hoorde en geen Grizzly Bear. Geen oordeel dus, en afspraak verschoven naar het najaar als de groep onder meer komt optreden in Brussel, Amsterdam en Den Haag. (BS)
Terwijl het gros van de Pukkelpoppers bij The Offspring stond mee te springen, stonden de 14-jarige meisjes bij Freaky Age (****). Een beetje zonde eigenlijk dat er buiten die leeftijdscategorie vaak nog een pak reservaties bestaan rondom de jonge Belgen, want hun muziek kan zich meten met het werk van de betere indiebands uit het buitenland. Ook de nieuwe songs klinken catchy én puntig, en schreeuwen om meer erkenning. (LVE)
Het moet ergens in 1998 geweest zijn, toen we voor het eerst naar “Americana” van The Offspring (****) luisterden, ongetwijfeld geïnspireerd door de videoclip van “Pretty Fly (For A White Guy)”, die toen op MTV grijsgedraaid werd. Op 10-jarige leeftijd ging er aldus een hele nieuwe wereld voor ons open. U hoort het: het was een gevoel van kinderlijke nostalgie dat ons donderdagavond richting Main Stage dreef om onze punkhelden van weleer nog eens aan het werk te zien. En hoewel frontman Dexter Holland, intussen al goed in de 40, op tien jaar tijd vooral in de breedte gegroeid is (de man heeft een buikje om U tegen te zeggen) kunnen we niet zeggen dat de tand des tijds vat op dit rockkwartet gehad heeft. Sinds Americana heeft The Offspring nog drie albums uitgebracht, maar het waren toch vooral de klassiekers vanop Americana en “Smash”, uit 1994, die luidkeels door het publiek meegekeeld werden. Met een solo-pianonummer poogde Holland wat meer diepgang in het optreden te brengen, maar dat werd niet meteen een succes. Wij hebben liever dat deze band het houdt bij geweldige schijven als “Come Out And Play”, “Staring At The Sun”, “Why Don’t You Get A Job?”, “The Kids Aren’t Alright”, Pretty Fly en afsluiter “Self Esteem”. De wei lustte er wel pap van. Ook nog als kind naar geluisterd, misschien? (FVDE)
Ladyhawke (***1/2) mag het dan minder goed in de hitlijsten doen dan generatiegenote La Roux, wij kiezen toch voor de Nieuw-Zeelandse zangeres. De knappe blondine is voorzien van een al even mooie stem en klinkt als een artistiek verantwoorde versie van Madonna in de eighties. Het hoogtepunt van de set? De indringende afsluiter ‘My Delerium’. (LVE)
Beirut (****) heeft eigenlijk geen introductie meer nodig. De zeer talentvolle Zach Condon heeft zichzelf al genoeg bewezen, maar dit jaar verbaasde hij toch iedereen. Na Gulag Orkestar en The Flying Club Cup bracht hij de dubbel EP March of the Zapotec/ Holland uit. Het eerste deel bestaat uit Mexicaanse volksmuziek, het tweede staat vol electro. Ik was vooral benieuwd hoe hij deze combinatie live ging overbrengen. Het ging hem toch wel feilloos af. De electro sound bleef misschien iets achterwege, maar voor de rest kregen we een mix uit alle albums. Het bleek soms moeilijk om al die verschillende klanken op dezelfde manier over te brengen als op cd, maar dat is dan ook een onmogelijke opdracht. Zach en de band hebben alles eruit gehaald wat ze konden en het uur vloog voorbij. (PE)
We vreesden eigenlijk een beetje dat een reünieoptreden van Faith No More (*****) hooguit een gezellige trip down memory lane zou worden. Niets was minder waar. Oké, zanger Mike Patton begint meer een meer op de zanger van Electric Six te lijken, which is – tenzij je werkelijk de zanger van Electric Six bent – not a good thing. Maar Patton en co toonden aan dat ze nog even zwaar kunnen rocken als weleer, which is a good thing. Heerlijk ook om te zien hoe de frontman nog steeds met zijn venijnige lachje en die duivelse blik kan uitpakken. Soms meliger dan een brood (een cover van Peaches & Herbs’ ‘Reunited), meestal snediger dan een pas geslepen mes (‘Epic’, ‘We Care A Lot’, ‘Caffeine’, ‘Midlife Ciris’…): dat is Faith No More, ook nog in de tweede episode van hun carrière. (LVE)
Daar waar Faith No More triomfeerde, slaagde My Bloody Valentine (***) er helaas niet in volledig aan de verwachtingen te voldoen. De schuld daarvoor lag in de eerste plaats bij het feit dat het er in de Marquee zó hard aan toeging dat het vaak moeilijk werd om de muziek terug te vinden in de brij van loeiende instrumenten. Echte klasse kan natuurlijk nooit helemaal verstopt worden, maar het blijft toch zonde. (LVE)
Dag 2, vrijdag 21 augustus
Dag twee ging van start met de Vlaamse ‘veteranen’ van Das Pop (***1/2). Dankzij een flinke dosis ervaring, zelfvertrouwen, charisma en talent hadden Bent en co er weinig moeite mee om de weide reeds ’s middags in beweging te zetten. (LVE)
Het was aan de Britten van Delphic (***) om de Marquee op vrijdagochtend voor geopend te verklaren. Zij maken rock met hevige elektronische invloeden, en verzorgden in februari al het voorprogramma van Bloc Party in de Ancienne Belgique. Helemaal niet slecht, en dus meteen een reden om te kijken wat zij voor de eerste vroege vogels op vrijdagochtend te bieden hadden. Op het eerste zicht niet zoveel meer dan in februari, maar toch wisten James Cook en collega’s ons probleemloos 40 minuten te vermaken. De nummers vloeiden perfect in mekaar over, waardoor het geheel soms iets meer weghad van een DJ-set dan van een echt optreden. De nummers klonken fris, erg dansbaar, maar soms weinig verschillend van het vorige. Wij waren vooral fan van afsluiter “Counterpoint”, reeds verschenen als single (op een full-CD is het nog eventjes wachten): lange en catchy gitaarriffs en makkelijk meezingbaar. Een band met potentieel, maar het is er nog niet helemaal uitgekomen. Om in de gaten te houden, dus. (FVDE)
Wie – weinig waarschijnlijk – nog niet helemaal wakker geschud was door Das Pop, werd dat wel bij Metric (***1/2). Vooral het manvolk was danig onder de indruk van het ultrakorte kleedje van zangeres Emily Haines, maar er viel nog meer te beleven dan enkel dat. Ook muzikaal zat het zeker snor. Met voornamelijk nieuw materiaal zetten de Canadezen een overtuigende en vooral erg dansbare set op poten. Hoogtepunten: het drieluik ‘Help I’m Alive’, ‘Gold Guns Girls’ en ‘Gimme Sympathy’. (LVE)
Men neme een hobbit-lookalike als toetsenist, een wereldvreemde bassist en een schreeuwend Iers wijf: ziedaar, het recept van van Fight Like Apes (**1/2). Vreemde vogels, en hoewel ze met “Fight Like Apes And The Mystery Of The Golden Medallion” een aardige debuutplaat afleverden, wisten ze dat niet geheel overtuigend over te brengen op het publiek in een goed volgelopen Club. Degelijke indiepopnummers als “Tie Me Up With Jackets”, “Lend Me Your Face” en “Jake Summers” klonken net iets rommeliger dan op CD, en daar kwam dan nog eens bij dat niet elk nummer van dit kwartet voldoet aan een kwaliteitsstandaard. Van “Digifucker” bijvoorbeeld, kregen wij zelfs mét oordopjes pijn aan de trommelvliezen. Een hele meute Ierse fans hielden de sfeer er echter goed in ( die eerder vermelde toetsenist dook met zangeres MayKay dan ook eens het publiek in), waardoor het optreden toch niet helemaal in elkaar zakte. Maar toch betwijfelen we of we deze band binnenkort nog eens aan het werk zullen zien. (FVDE)
We verdenken Alberta Cross (***1/2) er stiekem van dat de jongens vanaf eind september met rasse schreden de wereld zullen veroveren, op een manier die een zekere Adolf zodanig tot toorn zal drijven in zijn cel in de hel dat die dan pas echt onblusbaar zal branden. Momenteel kennen we van deze Amerikanen echter nog niet veel liedjes, zodat echt opgaan in hun muziek er nog niet bij was. Het nummer "ATX" in hun MySpace player is in elk geval representatief voor de rest van hun muziek: op een jaren 70 leest geschoeide gitaarrock. (BS)
A Place To Bury Strangers (***) tekende vorige week een deal met het legendarische Mute en moet dus zeker ooit iets gedaan hebben om de ouwe rotten van dit platenlabel, die al vele artiesten de revue hebben zien passeren, te overtuigen. De show die deze Amerikanen op Pukkelpop neerzetten was er echter eentje die geen blijvende sporen zal achterlaten in ons muzikale geheugen. Stonden gisteren een beetje een derderangs Jesus & Mary Chain te zijn, en zorgden ervoor dat onze aandacht in volle siësta vrij snel verslapte tot het niveau van de aanval van landskampioen Standard Liege. (BS)
Voor een treffende beschrijving van de term ‘jeugdig enthousiasme’ moet u maar eens kijken naar een optreden van Bombay Bicycle Club (***1/2). Met een brede en schijnbaar onuitwisbare glimlach pakten de jonge Engelsen iedereen in, met hun catchy indiesongs waren ze ook al goed op weg. Enkel jammer dat een schitterend nummer als ‘How Are We’ na amper twee EP’s en één album al uit de setlist verdwenen is. (LVE)
Terugkerend naar het hoofdstuk ‘interessante ontdekkingen op Pukkelpop 2009’ komen we uit bij The Chapman Family (*****). De groepsnaam deed ons het ergste vermoeden en mental pictures van The Kelly Family of de Waltons waren niet ver weg. Gelukkig kregen we in de Chateau net het tegenovergestelde te zien: bezeten, gitzwarte postpunk, gedreven door een net zozeer getergde als tergende bas en een vervaarlijk sexy frontman die het best te omschrijven valt als een kruising tussen Ian Curtis en Lux Interior. Naargeestige maar geniale muziek en een complete rock ’n roll act met stukgegooide gitaren. Hier moeten we meer van horen! (LVE)
Na het verdwijnen van McLusky in 2005 kwamen zanger Andy Falkous en drummer Jack Egglestone met een nieuw project op de proppen. Het resultaat: Future Of The Left (***1/2), intussen reeds vader van twee uitstekende studio-albums en een aardige liveplaat. In een niet zo goed gevulde Shelter staken Falkous (bijgenaamd Falco, what’s in a name?) en co meteen het vuur aan de lont met het geweldige “Arming Eritrea”, tevens openingsnummer op “Travels With Myself And Another”, hun recent verschenen album. Ook andere rechttoe-rechtaan rocksongs als “Chin Music”, “Manchasm”, "You Need Satan More Than He Needs You" en “adeadenemyalwayssmellsgood” grepen ons onmiddellijk naar de keel. Het enige probleem met dit optreden: de nogal lauwe reactie van het publiek. Wij begrijpen het niet, want wij zagen een stevig collectief met killers van rocksongs. Op 28 september in de Botanique, U moest uw ticket al gekocht hebben! (FVDE)
Door Pitchfork werd The Airborne Toxic Event (****) volledig de grond ingeboord, wij zijn eerder geneigd net het tegenovergestelde te doen. Wat kan men immers inbrengen tegen een bezielde band met klassesongs als ‘Wishing Well’, ‘Gasoline’ en ‘Sometime Around Midnight’? Juist ja, niets. (LVE)
Het muzikale recept van The Virgins (***1/2) is zo simpel als dat van pizzadeeg, maar hé, laat pizza nu net een van onze favoriete gerechten zijn. Helaas hadden de kok en de kelner blijkbaar hun dagje niet. Frontman Donald Cumming liet niet na om werkelijk tussen alle nummers te zeggen hoe goed de groep zich amuseerde en hoe blij ze waren op dit magnifieke festival te spelen enzovoort. Dat was eerlijk gezegd niet de indruk die we hadden. The Virgins haspelden op klasse, cruise control en automatische piloot een set af die absoluut het potentieel bezat om de Club te laten ontploffen, maar dat helaas niet deed. (BS)
België heeft altijd al een speciale relatie met Air Traffic (***1/2) gehad. Het debuut van de groep scoorde een stuk beter in onze regionen dan in thuisland Groot-Brittannië, waardoor de band ons publiek vanzelfsprekend een warm hart toedraagt. Ook op Pukkelpop was er weer sprake van een mooie wisselwerking tussen de enthousiaste toeschouwers en de band, die opteerde voor een setlist waarin de hitsingles centraal stonden maar waarin er toch ruimte werd gelaten voor enkele nieuwe songs. Degelijk optreden. (LVE)
In het Verenigd Koninkrijk zijn ze nu al een waar fenomeen, bij ons blijft een echte doorbraak tot dusver jammer genoeg uit. Glasvegas (*****) deden nochtans hun uiterste best om verandering in die situatie te brengen. De reacties op hun optreden zijn wisselvallig, maar voor ons is het zo klaar als een klontje: Glasvegas mag zich gerust in het rijtje plaatsen naast Oasis en Kasabian. Nummers als ‘Fuck You, It’s Over’, ‘Geraldine’, ‘Go Square Go’ en ‘Daddy’s Gone’ schreeuwen erom luidkeels meegezongen te worden – als u past, doen wij het wel. (LVE)
Van het Franse duo Kap Bambino (****) verwacht je geen finesse, maar wel een raid op je geestelijke gezondheid. Alle schroeven los, en een klein uur lang de vernietiging tegemoet gaan als een Lada zonder remmen die aan een steeds hogere snelheid de Mont Ventoux af raast. Compris? Wij in elk geval wel. (BS)
Met een nieuw kapsel – waar hij enkele dagen eerder al enthousiast over Twitterde – en een euh, bijzonder gouden pakje, was Patrick Wolf (****1/2) helemaal klaar voor zijn optreden op Pukkelpop. Of hij nu de piano, viool of gitaar bespeelde/verleidde, de flamboyante zanger verkeerde in bloedvorm. Zijn set was ongetwijfeld een groot succes, mede ook doordat de songs van Patricks laatste plaat ‘The Bachelor’ stuk voor stuk met luid gejuich onthaald werden. Hopelijk wordt het over enkele maanden net zo’n feest in de Botanique! (LVE)
Liefhebbers van simpele, catchy indierock/pop hadden het optreden van Vampire Weekend (****1/2) met stip in hun agenda genoteerd. De muziek van deze New Yorkers voldoet namelijk perfect aan deze omschrijving, hier en daar overgoten met een exotisch sausje. Hun debuutplaat werd op alle banken met luid applaus onthaald, en reeds met de eerste noten van openingsnummer “Mansard Roof” hadden ze probleemloos de hele Marquee op hun hand. Iedereen zong en danste vrolijk mee op de catchy tunes van geweldige nummers als “Campus”, “A-Punk”, “M79” en afsluiter “Walcott”. Ook de iets rustigere nummers “I Stand Corrected” en “The Kids Don’t Stand A Chance” bleven perfect overeind. Het nieuwe werk, een voorbode van het eind 2009 te verschijnen album, heeft nog wat meer luistertijd nodig, maar de songs bleken nu al uitstekende sfeerbrengers. En toen frontman Ezra Koenig het publiek nodig had als echo bij “One (Blake’s Got A New Face)” hoefde hij het maar gewoon te vragen. Intussen hebben we reeds zowat de hele setlist overlopen, en dus mag het duidelijk zijn: een geweldig optreden van een band die ons ook op de donkerste winterdagen makkelijk in zomerstemming zou kunnen brengen. (FVDE)
We wisten het eigenlijk op voorhand al, maar toch hebben we er opnieuw van genoten: Snow Patrol (*****) heeft nog maar eens een perfect optreden afgeleverd. Zelfs niet-fans moeten het hem nageven: die Gary Lightbody weet verdomd goed hoe hij een show tot en goed einde kan brengen. Met een setlist om van te smullen (zorgvuldig verdeeld over de drie laatste Snow Patrol-albums) en een zanger die aan de top van de eerste klasse meedraait, moet iedereen – ook al is het waarschijnlijk niet echt cool om te doen – toegeven dat Snow Patrol een wereldgroep is. (LVE)
The Black Box Revelation (-) mocht in de Club spelen. De Wablief?! zou ongetwijfeld veel te klein geweest zijn. De Club ook. We kwamen terug van een hapje eten en Snow Patrol, en een glimp opvangen van het jonge Belgische duo bleek ongelukkigerwijs totaal onmogelijk voor wie te laat was. Dit jaar dus geen beoordeling. Volgend jaar The Black Box Revelation in de Marquee of op de Main Stage? (BS)
Fever Ray (***) was adembenemend goed. Zeiden mijn vrienden. Ik geloof hen graag, maar vond het vooral een beetje arty en hoogdravend. De stem van Karin Dreijer Andersson kent weinig gelijken, het podium was mooi ingekleed, maar de trance die zich van ons meester had moeten maken liet zich moeiteloos aftroeven door een zere rug. Geef mij maar The Knife. (BS)
We kennen de setlist van de huidige Placebo(****)-tour al ongeveer uit het hoofd, want het is alweer de derde maal dat Brian Molko en de zijnen dit jaar ons land aandoen. De spanning is er dan ook een beetje van af, wat tevens uit de performance van de band blijkt. Maar professionals blijven onder alle omstandigheden professionals, zo ook Placebo. Dankzij die instelling leverden ze ook deze keer weer een prima optreden af. (LVE)
Op basis van hun reputatie als één van de beste opkomende bands maakten Crystal Antlers (**) het me eenvoudig om Placebo op het hoofdpodium de rug toe te keren en richting Chateau te trekken. Ging die percussionist even te keer zeg. En slaagde die groep er even in om een kakofonie neer te zetten. Wat op zich geen kwaliteitslabel is ten huize Somers. Een steeds leger wordende chateau, op een ogenblik dat er slechts 3 bands tegelijkertijd speelden op het festivalterrein, sprak wat mij betreft boekdelen. (BS)
Iedereen die er vorig jaar (zelfde tijd, zelfde plaats) bij was, weet het: België houdt van Blood Red Shoes (****1/2), en omgekeerd is dat minstens evenzeer het geval. Ook dit jaar werd het publiek in een overvolle Club murw geslagen met harde, doch zeer catchy en dansbare rocksongs. Binnenkort verschijnt hun tweede langspeelplaat, en we werden reeds getrakteerd op een voorproefje van wat we mogen verwachten, uiteraard afgewisseld met de betere nummers van die geweldige debuutplaat “Box Of Secrets”. Met “It’s Getting Boring By The Sea” (tijdens hun optreden in de Botanique eind 2008 werd het podium bij dit nummer nog bestormd door een schare enthousiaste fans) kon de set haast niet beter beginnen. Laura-Mary Carter zag er even beeldschoon uit als anders en drummer Steven Ansell martelde ook dit keer zijn drums vol overgave. De zang was, net als de bindteksten, niet altijd even verstaanbaar, maar dat deerde het publiek niet echt: in een uitzinnige sfeer raasde het duo naar het einde van de set, met topschijven als “You Bring Me Down”, “Say Something, Say Anything” en vooral “I Wish I Was Someone Better”, nog luidkeels nagebruld door het publiek toen Carter en Ansell allang van het podium verdwenen waren. Gelukkig was er nog een even geweldige bisronde, en hoewel we liever “ADHD” als afsluiter hadden gehad, konden we ook moeiteloos vrede nemen met “Doesn’t Matter Much”. De chemie die tussen deze band en het Belgische publiek bestaat, blijft opmerkelijk. Ansell noemde hun Pukkelpop-passage vorig jaar de beste van hun festivaltournee. Wij twijfelen er niet aan dat dit optreden opnieuw met stip bovenaan z’n lijstje te vinden zal zijn. (FVDE)
Of je nu electro-minded bent of niet, een optreden van Kraftwerk (****1/2) is sowieso een belevenis. Zelfs met nog maar één overgebleven origineel bandlid (de 63-jarige Ralf Hütter) is de groep nog steeds übercool. In combinatie met geweldige visuals is het een lust om de Duitsers nummers als ‘Autobahn’, ‘Radio Activity’ en ‘Tour De France’ te horen/zien brengen. Deutsche Qualität! (LVE)
Black Lips (***) hebben de reputatie een zootje ongeregeld van de ergste graad te zijn. Op hun laatste album gaat het er voor deze Amerikanen plots veel serieuzer aan toe, en ook op Pukkelpop deed de band ons vaker denken aan een groepje weliswaar prettig gestoorde cowboys dan aan een bende losgeslagen outlaws. De tand des tijds of gewoon een mindere dag? (BS)
Dag 3, zaterdag 22 augustus
Telepathe (****) wist ons enkele maanden geleden tijdens Les Nuits Botanique al te overtuigen van hun kunnen. Deze dromerige, op zware synths gestoeide zweefliederen zijn dan ook uiterst geschikt om een zaal als de Rotonde 's avonds laat tot een hoger niveau te stuwen. De meisjes uit Brooklyn hadden duidelijk geen last van een ochtendhumeur, en wisten ook de Chateau op zaterdagmiddag al om te toveren tot een uiterst fijne plek om te vertoeven. "So Fine" sloot de set af en bewees zijn degelijkheid als muzikale drug. De perfecte aanzet voor de 3de festivaldag. (BS)
Telkens we het debuutalbum van The Temper Trap (*****) nog eens opzetten, lopen we uren nadien nog na te zwijmelen. Na het optreden van de Australiërs op Pukkelpop was dat niet anders. De groep combineert een ontroerende bevlogenheid met een overdosis aan talent. ‘Sweet Disposition’ was misschien wel hét allermooiste moment van deze Pukkelpop, niet in de laatste plaats met dank aan die fabelachtige stem van Dougy Mandagi. (LVE)
The Rifles (****) waren eerder dit jaar al te gast in de Botanique. Toen maakten ze er een zeer genietbaar optreden van, en op Pukkelpop deden ze dat nog eens vlotjes over. Zowel de nummers van het debuutalbum als de songs van op de opvolger ‘Great Escape’ staan garant voor klassieke indierock zoals ze die alleen in Groot-Brittannië maken. The Rifles zijn bezwaarlijk vernieuwend te noemen, maar toch weer iedere keer de moeite waard om nog eens aan het werk te zien. (LVE)
Jack Peñate (***1/2) zal gelukkig geweest zijn met de opkomst voor zijn optreden in de Marquee. Enkele jaren terug, nog net voor zijn Belgische doorbraak, moest de arme kerel nog performen voor twee man en een paardekop. Letterlijk (toch dat van die twee man). Anno 2009 ziet het er gelukkig een stuk beter uit voor Peñate, al vertaalt zich dat niet noodzakelijkerwijs naar zijn muzikale prestaties. Een leuk optreden was het ook nu weer, een echte vooruitgang niet per sé. (LVE)
Met al dat nieuw talent van tegenwoordig (Black Box Revelation, Freaky Age, The Hickey Underworld, Team William…) zou men wel eens durven vergeten dat er nog een band als Absynthe Minded (***1/2) bestaat. Het enige wat we daarop te zeggen hebben is: niet doen! De groep heeft een nieuwe cd uit en die bevat net als zijn voorgangers weer een zeer aangename mix van pop, rock en lichtelijk atypische instrumenten als orgel en viool. De main stage was misschien niet het dankbaarste podium voor deze band, al hebben de mannen zonder twijfel hun kans gegrepen om zichzelf weer op de kaart te plaatsen. (LVE)
We bleven tot op het einde plakken bij Jack Peñate in de Marquee, en misten dus sowieso 10 minuten van het concert van Team William (*****). Voor straf moesten we nog 10 minuten aanschuiven, want de tent zat stampvol en er mocht niemand meer binnen. We mochten dan eindelijk richting podium stuiven tijdens "Lord Of The Dogs" en zagen een show die wat ons betreft nog eens bewees dat de kracht van Team William live niet op de CD is beland. De groep speelde, tegen de zin van hun management, onder meer een nummer dat ze pas 2 weken geleden hadden geschreven. Whatever, als managers artistiek willen zijn moeten ze zelf maar muziek maken. We hadden een objectieve Engelsman in ons midden die Team William "superb" vond. Hopelijk mogen Floris en co binnenkort gaan toeren aan de andere kant van de Noordzee en gaat de rest van de UK dan ook plat. (BS)
In de vroege namiddag werden we met Deerhunter (***1/2) getrakteerd op sfeervolle, naar ambient neigende rock. De ietwat psychedelische muziek van de groep rond Bradford Cox komt ongetwijfeld het beste ’s avonds tot zijn recht, en dus vreesden we wat voor de kwaliteit van dit optreden. Toch zagen we een heel intense set, met een nagenoeg perfecte sound. De lang uitgesponnen gitaarriffen kwamen uitstekende tot hun recht in de Marquee, en hoewel niet iedereen de aparte muziek van deze sound leek te appreciëren, was de publieksreactie toch overwegend positief. Wij waren vooral op slag verliefd op afsluiter “Calvary Scars”. Deerhunter is ongetwijfeld nog beter in een intieme zaal of op een donkere avond met een wondermooie sterrenhemel om naar te staren, maar we kunnen nu ook niet alles hebben. Eentje om te onthouden. (FVDE)
Hanne Hukkelberg (***1/2) balanceert op de grens tussen fascinerend en saai. 2 jaar geleden zagen we de Noorse van op de allereerste rij in de Chateau en vielen achterover van bewondering en verbazing. en vonden toen al dat de allereerste rij van de zaal de ideale plaats was om haar concert te volgen, kwestie van alle details te zien en de verveling geen kans te geven. Op zaterdag in de Club hadden we niet het geluk om op de eerste rij te geraken, en stonden we constant met onze mond open. Nu eens van bewondering, dan weer eens van een geeuw. (BS)
Enter Shikari (***) zorgde ongetwijfeld voor het energiekste moment van de dag in de Marquee. Hun mix van hardcore en rave is zonder meer aanstekelijk te noemen, al stak de schreeuwerige stem van ‘zanger’ Rou Reynolds al redelijk gauw tegen. Gelukkige herpakte de band zich aan het einde van de set om er onder meer met de gewéldige nieuwe single ‘Juggernauts’ nog een laatste keer een stevige lap op te geven. (LVE)
Ik heb eerbied voor jouw grijze haren. Waardig Ouder Worden. Zinnen die je hoe langer hoe meer kunt toepassen op J Mascis van Dinosaur Jr (***). De relevantie van de groep begint zich helaas vaker en vaker te weerspiegelen in de invloed die Dinosaur Jr heeft gehad op bands van nu dan in de eigen prestatie. "Freak Scene" blijft natuurlijk een wereldsong, en dat zal nooit ofte nimmer veranderen. Hetzelfde geldt voor een aantal andere liederen van deze bende. Maar de toekomst is aan de jongeren. Ook Paolo Maldini bleef, ondanks zijn onbetwistbare talenten, niet sjotten tot in de eeuwigheid... (BS)
Met The Whitest Boy Alive (***1/2) zit je altijd goed. Computernerd/podiumbeest Erlend Oye verwende ook dit keer weer het publiek met zijn typerende minimalistische indiejazz, die live altijd dat tikkeltje meer blijkt te hebben. Hoogtepunten waren zoals gewoonlijk ‘Burning’ (die supersingle van het debuut) en de beruchte Robin S.-cover ‘Show Me Love’. (LVE)
Florence and The Machine (****1/2) maakt al maandenlang het mooie weer aan de andere kant van het Kanaal, al is mooi weer in de UK natuurlijk altijd een heel klein beetje erg relatief. Anyway, het staat in bepaalde kringen uiteraard erg goed om te spotten met Britse hypes, maar deze jongedame bewees met haar band dat ze een potentieel heeft dat reikt van het zuidoostelijkste punt van Australië tot het noordoostelijkste hoekje van Canada. De Club heeft zich de laatste jaren meermaals ontpopt tot dat hoekje van de Pukkelpop-wei dat kan ontploffen als geen ander, en de neus het dichtst aan het venster heeft van de aanstormende hypes. Florence and The Machine was er zo één, daar steken we onze handen voor in 't vuur. (BS)
In de Shelter heerste in de vooravond een vrolijke stemming, want met Mad Caddies (***1/2) stond een band met feestgarantie op het programma. Deze ska-punk, ondersteund met geweldig coole blazers, kreeg moeiteloos een hele hoop mensen aan het dansen. De muziek van dit zestal valt met momenten haast als folky te omschrijven, met verwijzingen naar een vroeg-Flogging Molly-tijdperk. Het allemaal niet té serieus nemen is de boodschap, hoewel een nummer als “State Of Mind” echt nog wel van een hoge kwaliteit is. De set had misschien nog net iets meer uit pure, simpele spring-en-dans-nummers mogen bestaan, maar we konden het zo ook al perfect vinden met deze pretentieloze en vrolijke punk. Het hoeft ook niet altijd darkness, dood en andere kommer en kwel te zijn, daar in die Shelter. (FVDE)
Klaxons (**1/2) is het typevoorbeeld van een groep die door de hype meer geworden is dan hij eigenlijk aankan. Sure, ‘Golden Skans’ en ‘It’s Not Over Yet’ blijven uitstekend partymateriaal, maar door al de heisa die er destijds gemaakt werd rond dit Londense kwartet, staan de verwachtingen nu veel te hoog gespannen voor wat eigenlijk maar een doorsnee indiebandje is. Het viertal slaagde er dan ook niet in om een hele set lang op niveau te presteren, en – het lijkt wel hét syndroom van deze Pukkelpopeditie – de nieuwe songs zakten weg tussen de oude hits. (LVE)
Hoewel (LVE) beweert dat ondergetekende verliefd is op Little Boots (****1/2), hebben we ons geen uur lang tegen het voorste hek gezet om als tieners op de eerste rij in 't midden te staan, maar wel om onze rug te laten rusten. Officiële versie. In elk geval hebben we ons 't op de eerste rij in 't midden staan geen seconde beklaagd. Little Boots wist te beklijven met haar electropop die de hele Club al snel in de ban had. Zelf vond ze ons het beste festivalpubliek van de ganse zomer. Die hard fans rond ons die haar een hele zomer lang volgen bezworen ons dat ze dit op al die andere festivals niet heeft gezegd. En wij trots. (BS)
Nid & Sancy (****) leren hun volk nu al enkele jaren lang electro-punken, en ze doen dat goed. Een stomende Wablief?! kreeg een kadobon voor een uur gratis sauna, en nam deze gretig in ontvangst. De Gentenaars op het podium weten al een hele tijd waar de klepel hangt. The kids want noize. Zeker op de manier waarop Nid & Sancy die brengen. 't Was verre van hun eerste keer op een Pukkelpop podium, en hopelijk ook niet hun laatste. (BS)
Wat een bonkende afsluiter had moeten worden, werd een lichte tegenvaller. Arctic Monkeys (***) verschenen niet alleen vreselijk lusteloos op het podium, ze leden ook onder een slecht uitgebalanceerde setlist. ‘Teddy Picker’, ‘When The Sun Goes Down’ en zowat alle Monkey-klassiekers werden onvergeeflijk ‘vergeten’, terwijl we moedeloos aanhoorden hoe geen van de nieuwe songs er in slaagt om aan te sluiten bij het niveau van die oude nummers. Dat alles ten spijt hebben we toch weer mooi genoten van ‘Fluorescent Adolescent’, ‘I Bet That You Look Good On The Dancefloor’ en ‘Brianstorm’. Slecht waren de Monkeys niet, maar een headliner waardig nog veel minder. (LVE)
door Laura Van Eeckhout, Bart Somers, Filip Van Der Elst en Phara Elsen
Links:
Pukkelpop homepage
Pukkelpop MySpace