Verslag Noah & The Whale in de ABClub op 19 april - fun! fun! fun!
Noah and the Whale is misschien wel de meest veelzijdige groep uit de florissante Londense folkscene. Op debuut ‘Peaceful, The World Lays Me Down’ spelen ze met vrolijke anti-folk, terwijl frontman Charlie Fink op opvolger ‘The First Days of Spring’ zijn demonen stevig in de ogen kijkt na zijn relatiebreuk met mede-folkie Laura Marling. De derde van de Londenaars, ‘Last Night on Earth’, springt weer een andere richting uit. Op die plaat graaft Noah and the Whale uitgebreid in de rijke Britse en Amerikaanse popgeschiedenis, daarbij vooral verloren pareltjes van The Kinks opdiepend. Spijtig genoeg offeren ze daar een klein beetje eigenheid voor op.
Van de folk uit de begindagen is nog weinig te bespeuren op ‘Last Night on Earth’ en dat is ook te merken aan de stevige rockversie van ‘Give a Little Love’ waarmee Noah and the Whale de set in de volgelopen ABClub opent. Later die avond zouden ze de fans van het eerste uur wel nog plezieren door onder andere ‘Rocks and Daggers’ en ‘Shape of my Heart’ wel in hun oorspronkelijk folkjasje te laten zitten. Netjes verdelen de vijf charmante mannen – allemaal strak in het pak – hun tijd over de drie albums, want na het openingsnummer uit het debuut volgen het pseudo-hoopgevende troostliedje ‘Blue Skies’ en het levenslustige ‘Tonight’s the Kind of Night’.
Die variatie behoudt Noah and the Whale een hele set lang en er is slechts een klein dipje, tijdens wat Charlie Fink ‘het romantische gedeelte’ noemt. De spelvreugde druipt van de band – die uitbundige samenzang tijdens ‘Love of an Orchestra’ en ‘Life Is Life’! – en ook het publiek geniet met volle tuigen. Wanneer Fink vertelt dat zijn Belgische crew al tijdens de hele tour zo hoog oploopt met het vaderlandse publiek en dat die hoge verwachtingen ruimschoots ingelost worden, joelt en juicht het volk alsof het een collectieve aanval van hondsdolheid krijgt.
‘The First Days of Spring’ begint met zware en dreigende paukenslagen en een countrygitaarlijntje en schept de beangstigende sfeer van een donkere film. Als meest epische nummer van de Londenaars – bij momenten schurkt het aan tegen postrock – is het de ideale afsluiter van de reguliere set. Het beste heeft Noah and the Whale echter bewaard voor de bisronde. ‘Old Joy’ is slechts een opwarmertje voor de fantastische verhalende single ‘L.I.F.E.G.O.E.S.O.N.’, een nummer dat 50 procent ‘Lola’ van The Kinks, 25 procent ‘Walk on the Wild Side’ van Lou Reed en 25 procent ‘Tangled Up in Blue’ van Bob Dylan combineert tot iets wat 100 procent Noah and the Whale is. In het obligate fluitdeuntje ‘5 Years Time’ neemt violist Tom Hobden de zachte backing vocals van Laura Marling voor zijn rekening. Het nummer heeft de potentie om een alternatief zomervolkslied te zijn en levert ook de perfecte samenvatting voor de avond: It was fun! fun! fun!
Door Tom Peeters
De AB zet de komende weken onder meer Balthazar (24.04), Cat's Eyes (19.05) Thurston Moore (29.05) op het podium. Klik hier voor tickets, de volledige kalender en verdere info.
Noah & The Whale live zien kan in april 2011 nog in Lille (L'Aéronef, 26.04, info & tickets)
Noah & The Whale MySpace
Album verdeeld door V2
Dit artikel delen met je vrienden?

Helemaal mee eens? Of net helemaal niet? Klik hier en laat het ons weten op de discussion board van onze Facebook group!