|    Registreren
   

foto copyright dour festivalVerslag Dour Festival 2010 - The Futureheads, The Very Best, Dum Dum Girls en de andere hoogtepunten

Dour Festival 2010 presenteerde zich op voorhand als een vierdaagse zonder spraakmakende headliners. Een blik op de PDF met de uurschema's leerde ons al snel dat het programma in de breedte garant stond voor een veelbelovende combinatie van mogelijke revelaties ontdekken en snoepen van al langer bekend lekkers. Van lekkers gesproken: dikke pluim voor het aanbod van eten en drank op het terrein, met onder meer een erg uitgebreide keuze voor vegetariërs, een groep festivalgangers die op andere evenementen weleens uit het oog verloren wordt, tenzij je 3 keer per dag friet, en dat enkele dagen na elkaar, een volwaardige maaltijd vindt.

DAG 1, donderdag 15 juli

Door omstandigheden kwamen we donderdag veel later dan voorzien aan op de festivalweide, zodat we in de verte nog het energieke geluid van Hadouken! konden horen, maar The Maccabees (***) eigenlijk de eerste band waren die we echt aan het werk zagen. De Britten hadden voor de gelegenheid 3 blazers meegebracht, wat wel past bij hun stijl die niet uitblinkt door de grote hits maar wel door afwisseling en subtiliteit. Ondanks de zich steeds uitstekend amuserende gitarist Felix White en opwindende momenten tijdens onder meer "Young Lions" en "Precious Time" hadden we steeds de indruk dat Orlando Weeks en co vaak met de handrem op speelden.

Opbouwen naar een climax is één van de specialiteiten van Wovenhand (***1/2) en dat was op Dour Festival weer helemaal zo. Dat is natuurlijk nog iets anders dan voorspelbaar. Meer dan anders gaf frontman David Eugene Edwards de kans aan zijn muzikanten, en dan voornamelijk de strijkers, om zichzelf via instrumentale folky intermezzo's in de kijker te spelen. Mede hierdoor kregen we een gevarieerd geheel dat soms luchtiger klonk dan jullie adem in de vele opgeblazen condooms die in Dour constant door de lucht vlogen, en soms donkerder dan The Sisters of Mercy.

Een groep die normaal niet op Indiestyle aan bod komt is Faith No More (***). Mike Patton en co behoorden op Pukkelpop 2009 naar verluidt tot het allerbeste wat dat festival te bieden had. In Dour viel het allemaal nogal mee wat dat betreft. Bij hits als "From Out of Nowhere" stond het geluid slecht afgesteld en hoorde je niet alle instrumenten. Andere successen die de revue passeerden waren onder meer "Surprise, you're Dead", "Midlife Crisis" en hun absolute tophit "Easy".

Afsluiten deden we donderdag met de aangename verrassing van de dag: Moderat (****). Met zulk een verzameling mooie namen kan het natuurlijk moeilijk mislopen, we hadden het moeten weten. Modeselektor, Apparat en VJ Pfadfinderei zorgden middels een combinatie van dansbare melodieën en fascinerende visuals voor een set die de gemiddelde dance show overstijgt. De Duitsers legden de link tussen electronica van verschillende generaties en ze deden dat naar behoren.

Waarna de zoektocht naar onze Festihut (***) kon beginnen, wat geen lachertje bleek. Niemand van de stewards die we onderweg tegenkwamen bleek echt op de hoogte van het bestaan ervan en van pijlen of andere aanduidingen was er ook geen spoor. Ondergetekende testte deze vorm van 'kamperen' op een festival voor het eerst uit. Dat het concept toekomst heeft, leed voor aanvang van Dour al geen twijfel: alle hutten vonden een huurder nog voor het festival begon. Op de cabines (houten chalets zoals je ze in de winter vaak tegenkomt op kerstmarkten) bevatten comfortabele bedden. De omgeving is beduidend rustiger dan de gewone camping wat verderop. Wat meer toiletten en douches waren verre van een overbodige luxe geweest. Wasbakken om je te scheren en je tanden te poetsen ook niet. Met een paar kleine aanpassingen hebben de Festihuts een onbetwistbare toegevoegde waarde.

DAG 2, vrijdag 16 juli

Na een voor ons eerder korte eerste festivaldag stonden we op vrijdag om 14u40, na een hele korte nacht (ja, we zaten om 9 uur op kantoor vrijdagochtend, en bolden het daar met plezier weer af om 13 uur om richting Franse grens te zoeven) weer paraat voor Los Campesinos! (***). We zagen de bende uit Wales op 2.5 jaar tijd 5 keer aan het werk en eerlijk gezegd: we kijken niet echt halsreikend uit naar de 6de maal. De heren en dames hebben te weinig sterke nummers om te blijven boeien, songs als "You! Me! Dancing!" staken teveel boven de rest van het oeuvre uit.

Benieuwd of New Young Pony Club (***) de verwachtingen wel waar kon maken? Wij ook, maar het begon er helaas meer en meer op te lijken dat de middelmaat zou overheersen in Dour. Ook dit was weer niet slecht, hoewel de eerste 3 liedjes echt wel vervelend waren tot en met. Daarna kon de mix van 80's geluiden met invloeden gaande van Duran Duran tot Siouxsie and the Banshees bij momenten aardig boeien. Echt wervelend werd het evenwel nooit.

Gelukkig stonden er op Dour Festival 6 podia, zodat vluchten naar de tent waar Serena Maneesh (****) optrad een hele goede zet bleek te zijn. We noemen hun mengeling van psychedelische shoegaze en noise zonder aarzelen beter dan genregenoten als A Place To Bury Strangers, en dat komt niet omdat we ons blindstaarden op de blonde bassiste.

Vervolgens waren er dan de immer hyperkinetische The Futureheads (****1/2) om ons helemaal wakker te schudden. De mannen uit Sunderland weten als weinige anderen opwindende en catchy rocksongs te schrijven. Of ze dat nu doen met recenter werk als "Heartbeat Song" en "Beginning of the Twist" of (in grote mate aanwezige) oudere meezingers als "Decent Days and Nights" of Kate Bush cover "Hounds of Love", de Britten stralen immer echte speelvreugde uit en dat is iets wat we bijlange niet van alle andere artiesten kunnen zeggen.

In The Magic Tent lieten The Antlers (****) onmiddellijk hierna zien dat ook zij waren gekomen om een overtuigende prestatie neer te zetten. Eerder dit jaar verkocht de band 2 keer op 1 dag de ABClub uit. Afgaande op wat we in Dour zagen, was dit meer dan terecht. Met een geluid dat zwerft tussen post rock, rock opera en 'gewone' songs krijgen we een episch resultaat dat regelmatig refereert aan Indiestyle favorieten als Mercury Rev en Sigur Rós.

Absynthe Minded (***1/2) hield zich moeiteloos staande tussen al het buitenlandse geweld. De groep lijdt wat ons betreft in 't algemeen wat te vaak aan de 'Belgische' ziekte. Wat we daarmee bedoelen? In het buitenland hoor je weleens dat bands uit ons land net iets te vaak speciaal gaan doen om speciaal te doen, wat de kwaliteit van een song niet noodzakelijk ten goede komt, of net kan dienen om het gebrek daaraan te verhullen. Bert Ostyn en de zijnen laten ook geregeld zien dat het niet altijd gekunsteld hoeft te zijn, en zorgden met "Envoi" voor één van de hoogtepunten van de dag.

Als er "Best of Indiestyle"-compilaties zouden bestaan, was de kans klein dat je er een nummer van MLCD (***) op terug zou vinden. We bekeken de band al zittend tijdens Les Nuits Botanique, en afgelopen vrijdag dus ook al staande in Dour, en zagen telkens een groep met Muse allures, maar dan wel veel minder goed. "Holy Grail" is een topsong. Daar tegenover staan een handvol liedjes die gewoon niet goed genoeg zijn om te zorgen voor een geheel dat een uur onophoudelijk kan boeien.

Een halfuurtje, zoveel tijd kregen AKS feat. Selah Sue (****) toebedeeld om te laten zien wat ze konden. Dertig minuten na het begin wisten we weer helemaal wat kort en krachtig nu eigenlijk is. Met een Prodigy-aanse slagkracht en gezonde agressie spreidde de Leuvense bende zijn opzwepende kunsten tentoon in een overvolle tent. De toekomst, mijne dames en heren, ziet er veelbelovend uit voor dit zootje ongeregeld.

Of het nog krachtiger kon? Atari Teenage Riot (***1/2) vond in elk geval van wel. De muziek ging er nog wilder tegenaan dan de groepsnaam doet vermoeden. Op een bleep meer of minder werd niet gekeken. Dat een groot deel van wat we horen voorgeprogrammeerd stond, stoort anno 2010 geen mens meer. Voor de niet-superfan kon deze verwoestende elektronische orkaan na een 20-tal minuten wel eentonig overkomen wegens teveel tegen dezelfde sneltreinvaart. De massa voor het podium liet het zich welgevallen en slikte ook de politieke boodschappen tegen het politieke establishment dat in dienst staat van de rijken als zoete pap.

Met Chromeo (****), Carl Craig (****) en Chris Cunningham (***1/2) dansten we vervolgens de nacht in. Moe maar volgetankt.

DAG 3, zaterdag 17 juli

Hoezo, festivals zijn vermoeiend? Na een nachtje slapen van 2 tot 12 volgde een ijskoude douche. Letterlijk dan toch. We hadden de keuze: effe op de tanden bijten en laten zien dat we echte mannen zijn, of onze kleren terug aantrekken en aan de verantwoordelijke van de Festihutten gaan zeggen dat hij een gasfles moest vervangen. We kozen voor optie 1 (de trots straalt nog steeds van ons af telkens we het vertellen) en stapten daarna fris en monter Dag 3 tegemoet.

Over Vismets (***1/2, 3 voor de muziek en een halve punt erbij voor de inzet) hadden we al veel fraais mogen horen van Franstalige landgenoten. En inderdaad, op het podium stond er een goed geoliede en enthousiaste bende jongelui die bijna allen verschillende instrumenten kunnen bespelen. Zo kregen we afhankelijk van het liedje dat ze speelden meer toetsen of meer gitaren en bas. Af en toe zou je denken dat de muziek van Vismets ideaal is voor fans van Ghinzu, hoewel deze vaak veel dansbaarder is. Kort samengevat bracht deze groep een mooie mix van alles tussen gitaarpop, indie rock en post-punk.

Vervolgens slaagde Fucked Up (***1/2) er verrassend genoeg in om ons te doen blijven tot het einde van hun show. Deze Canadezen speelden hardcore zoals vele anderen dit ook doen. Rammen was de belangrijkste boodschap als je even de dikke kale zanger vergat. Als je hem ooit zag, verdwijnt hij nooit meer uit je geheugen. Na een nummer of 2-3 sprong hij van het podium in het publiek om daar niet meer weg te gaan voor het einde van de show. Father Damian aka Pink Eyes (Damian Abraham), zoals hij volgens een MySpace fanpage blijkt te heten, verkende werkelijk alle hoeken van de tent en zeulde in zijn zog een horde dolenthousiaste fans en al even uit hun dak gaande fotografen mee.

Hierdoor misten we het begin van The Middle East (***). Naarmate de set van deze laatsten vorderde, scheen het ons toe dat dit nu ook niet zo'n groot drama was. De 7 bandleden, waarvan de ene er al meer als een verdwaalde hippie uitziet als de andere, gaven de akoestische gitaar een prominente rol. Daarrond weefden ze dan een fijn folky geluid dat ging van rustig als Fleet Foxes tot af en toe uitbundig als Port O'Brien, met vaak meerstemmige zang. Dat we na 30 minuten op onze horloge keken en er ons over verbaasden dat de set nog maar een halfuur bezig was, gaf anderzijds wel aan dat we toch niet echt naar een memorabel evenement stonden te kijken.

Wie naar Mayer Hawthorne (***1/2) afzakt krijgt een geboren entertainer voorgeschoteld, die dankzij een voor festivals zeldzaam uitgebreide soundcheck met een kwartier vertraging begon, maar vanaf de eerste minuut het publiek betrok bij de show. Met zijn variant van de Soul kreeg hij onmiddellijk sfeer in de tent, hoewel de echte vonk die nodig was om de Club-circuit Marquee helemaal te doen ontploffen toch ontbrak.

Op een festival kies je af en toe voor avontuur, en zo belandden we bij Os Mutantes (**1/2) uit Brazilië. Na een erg veelbelovend begin, met een lied dat familie leek te zijn van "Matador" van Garland Jeffreys, slaagden de heren in traditionele gewaden er razendsnel in om ons aandachtsniveau te laten verslappen tot bijna nul. We besloten dan maar om even ver van alle podia een korte zitpauze in te lassen.

Heel lang mocht deze niet duren, want niet veel later stond Black Mountain (***) ons alweer op te wachten. De muziek van deze groep sluit aan bij de dingen die bands als Deep Purple in de vroege jaren 70 op de wereld loslieten. We hoorden orgels op de voorgrond treden, stevige gitaren, en veel lange instrumentale stukken. Ontwaarden we ook een liedje dat reikte tot aan de enkels van pakweg 'Smoke On The Water" of "Child In Time"? Helaas, neen.

Na enkele middelmatige en vrij goede shows begonnen we toch stilaan te snakken naar het optreden dat ons voor het eerst die zaterdag deed herinneren wat euforie betekent. Gelukkig hadden we Franstalig gezelschap dat ons Pony Pony Run Run (****) aanraadde. In een voor popmuziek klassieke bezetting met zang, gitaar, bas, synths en drum produceerden de Fransen een geluid dat je vaak aan Delphic of New Order deed denken. En zorgden ze ervoor dat je er na ongeveer 7 seconden niet meer in slaagde om stil te staan. Als de gitaar wat meer op de voorgrond trad waren The Killers nooit veraf.

Lang voor Das Pop (****) de scene betrad, was deze al gevuld met ballonnen die de naam van de band vormden en opblaasbare palmbomen. Bent sprak de zaal toe in vlekkeloos Frans, hoewel een spelletje om ter hardst roepen tussen Vlamingen en Franstaligen ongetwijfeld had geresulteerd in een glansrijke overwinning voor de jongelui uit 't Noorden van 't land. De zanger onderhield de fans op de hem eigen dynamische wijze. Met een drumduet tijdens "Never Get Enough" bewees Bent nog eens dat hij ook zelf een voortreffelijk drummer is. Hits als "Fool For Love" en "Try Again" wisselden af met minder bekend materiaal en wie weet wat nog, want na een half uur verhuisden we naar een tent iets verderop.

Daar had The Very Best (*****) eveneens palmbomen laten aanrukken. Met hun op Afrikaanse leest geschoeide danspassen zetten ze werkelijk het hele kot op zijn kop. Veel meer herinneren we er ons eigenlijk niet meer van, alleen dat dit festivalmuziek ten voeten uit is die je zodanig in extase brengt dat je al de rest vergeet. Oh ja, ook nog dit: om ondergetekende aan het dansen te krijgen op een nummer van Michael Jackson moet er veel gebeuren. Het kon ons bij wijzen van spreken geen barst schelen of 's man lijk begraven is, verbrand of in zee gegooid om het olielek van BP te dichten. De versie van "Will You Be There" waarmee The Very Best afsloot deed ons echter helemaal uit de bol gaan.

Met Chinese Man (****), Etienne de Crécy (****), dÉbruit (****) en Brodinski (****) doken we de nacht in en ontpopten we onszelf tot rap- en dance fanaten.

DAG 4, zondag 18 juli

Aan alles komt een einde, dus ook aan Dour Festival 2010. Nadat we onze bagage hadden gedropt in de koffer van onze auto gingen we natuurlijk eerst nog een resem artiesten bekijken. Huiswaarts keren was voor een hoop songs en een pak (soms een te groot pak) decibels later.

Met Balthazar (***1/2) kozen we op deze laatste dag voor een Belgisch ontbijt. Een deel van de in omloop zijnde tijdsschema's gaf Moon Duo aan in de Club-circuit Marquee om 14.00, waardoor ongetwijfeld veel fans (een deel van) de show van Balthazar hebben gemist. De aanwezigen kregen iets minder vuur dan we van deze band gewoon zijn, het middaguur zat er misschien wel voor iets tussen, en in al onze vermoeidheid hadden we er best begrip voor. Deze groep op halve kracht kan evenwel nog met vele anderen wedijveren.

Vervolgen deden we met Baddies (*), die in Dour bewezen zowat de meest overbodige band ter wereld te zijn. We hebben de kunstmatig gecreëerde hype rond deze kerels nooit echt begrepen. Vorig jaar op Pukkelpop gaven we hen nog het voordeel van de twijfel. Als je zag dat ze aan The Last Arena echt geen enkele toevallige passant naar voor wisten te lokken, en hoorde dat de nieuwe songs al even ordinair klonken als de oudere, kon je alleen maar besluiten dat er heel veel nodig zal zijn om Baddies de roem te bezorgen die hun promo-mensen hen toedichten.

We haastten ons dus maar snel richting Dance Hall waar Curry & Coco (***) fijne dansbare synthpop ten beste leken te geven. Na een tijdje ging het echter allemaal toch wat te plat klinken.

Om 15u25 mocht Moon Duo (***) dan werkelijk opdraven. Met repetitieve, psychedelische synths, gitaar en oerdonkere zang wist het man/vrouw duo oorspronkelijk onze aandacht helemaal vast te houden. Met oog voor details die verder gaan dan de muziek (hij helemaal in het wit gekleed, zij in contrast daarmee helemaal in het zwart) brachten de 2 songs die fans van The Sisters of Mercy of The Neon Judgement zeker moeten kunnen behagen. Na verloop van tijd ging het geheel helaas toch eerder langdradig klinken in plaats van repetitief.

Vlak daarna moesten we kiezen tussen Melissa Auf der Maur en Errors (****). We besloten om deze laatsten te gaan bekijken en de Schotten ontgoochelden niet. In tegenstelling tot Moon Duo bewezen ze dat repetitief en vervelend niet hand in hand moeten gaan. Toegegeven, na 15 minuten vroegen we ons af waar het optreden naartoe zou leiden, maar net toen we bijna besloten om toch naar MAdM te gaan, kregen Errors ons in hun ban. Dankzij een klein uur vol variatie, waarin elk nummer op zich wel vrij monotoon is, maar de songs onderling erg van elkaar verschillen, kregen ze ons helemaal in de ban met hun set waarin de meest dansbare nummers achteraan zaten.

Toen de nomaden van Tinariwen (***) op het podium stonden, waren ze onder een bijtende zon allicht de enigen op heel het festivalterrein met lange mouwen. De groep had zowaar een liefdesverklaring veil voor België en Frankrijk, de zanger communiceerde ondanks zijn gebrekkige Frans vrij aardig, en het achtergrondkoortje speelde vlotjes in op het publiek. Ons wegblazen deden ze niet helemaal met hun woestijnblues.

Het bericht dat Monotonix (***1/2) La Petite Maison dans la Prairie helemaal op stelten aan het zetten was lokte ons dan ook zonder verpinken naar de andere kant van de festivalweide. Muzikaal stelde de loeiharde stormram van bulderende gitaren allemaal niet zoveel voor, maar in het spelletje Meng Je Eens Onder het Publiek versloegen deze Israëliërs hun collega's van Fucked Up met verve. Bij Monotonix mochten ook de drums de hele show lang mee door het publiek laveren, en verhuisden ze zelfs mee naar buiten de tent tot aan de drankstand.

Dum Dum Girls (****1/2) beoordeelden we na hun show tijdens Les Nuits Botanique als heel goed maar veel te kort. Op een 4-daags festival is het natuurlijk veel minder erg als je maar 40 minuten speelt in plaats van de voorziene 60, zolang het maar goed klinkt. En of het dat deed. De meiden dragen de gouden melodie hoog in het vaandel, ontdoen zich van bijna alle franjes, en gooien aan een rotvaart songs die zich ergens bevinden op een pad tussen Ramones en The Drums de tent in.

Wie daarna naar The Last Arena trok voor een greatest hits show van The Raveonettes (***1/2) kwam bedrogen uit. De groep putte vooral uit het obscuurdere gedeelte van het rijke oeuvre, een bekender nummer als "Heart of Stone" niet te na gelaten. Zowat alle hits, inclusief de recente topper "Bang!", bleven in de slaapzak van de Denen zitten. Lang niet iedereen was hierover te spreken, en eerlijk gezegd, het zorgde er zeker voor dat het enorme potentieel van de band verre van volledig tot uiting kwam.

Een beetje jammer vonden we het daarna om Giant Sand (***1/2) mooie dingen te zien doen voor een zo goed als lege Marquee. De Americana van Howe Gelb en kompanen is duidelijk niet hip. Met 3 gitaren, een contrabas en drums zette de band nochtans hele fijne melodieën neer die zich zonder al te veel andere franjes staande wisten te houden. Helemaal uit de bol gingen we niet, wat niet wegneemt dat we 't heel jammer vinden dat Americana door steeds mensen gezien wordt als een uitgemolken genre zonder toekomst.

Gouden tijden lonken daarentegen zeker wel voor Buraka Som Sistema (***1/2). In een meer dan goed gevulde Dance Hall toverden de Portugezen met Angolese roots opwindende, door Afrika en kuduro beïnvloede elektronische dance klanken uit de mouwen en uit de Apples. Tijdens een opzwepende set, waarin de showbeesten van Buraka tekeer gingen alsof Portugal zonet het WK had gewonnen, kwamen zowel eigen materiaal als covers van onder meer "Buffalo Stance" (Neneh Cherry) aan bod. Na een tijdje drong de nood aan een beetje variatie zich toch stilaan op.

Na een teleurstellende performance van Devendra Banhart (****1/2) enkele jaren geleden op Pukkelpop hoopten we voor Dour alvast op beterschap. Gelukkig haalde de Amerikaan deze keer wel alles uit de kast om het publiek te behagen. Enorm veelzijdig is veel te licht uitgedrukt om te beschrijven hoe zijn optreden in elkaar zat. Hij wisselde van genre zoals Paris Hilton van lief, maakte van een banaal lijkend nummer als "Tell It To My Heart" van Taylor Dayne een solide song, zong zowel in 't Engels als in 't Spaans en deed en passant Black Mountain ook nog eens voor hoe je nu eigenlijk een early 70's rocksong speelt.

Afsluiten deden we op gepaste wijze met het Belgische Vermin Twins (***1/2), die meer dan hun beste beentje voorzetten om de Club-circuit Marquee zowel auditief als visueel te behagen. Het donkere pak met lichtgevende ogen achter de knoppen en de in een allesverhullend zwart kleed ronddwalende zangeres lokten al snel een hoop volk naar de tent. Wat later ontspon de frontlady zich tot een krolse kat in een zwartwit gestreept pak en demonstreerde ze een overdosis energie. De show miste een beetje lijn en sprong wat teveel van de hak op de tak. 1 ding is zeker: het oog voor detail en de volledige overgave verdienen enkel bewondering en lof.

Daarmee zit Dour Festival 2010 erop. Over de festivalzomer kunnen we dat zeker nog niet zeggen. Boomtown, Rock Olmen, Leffingeleuren en vele andere betalende en gratis festivals staan nog van de deur. We laten er uiteraard zoveel mogelijk aan bod komen op Indiestyle. See you and have fun.

door Bart Somers

Links:
Dour Festival website
Dour Festival Facebook

Dit artikel delen met je vrienden?

Share/Bookmark

Helemaal mee eens? Of net helemaal niet? Klik hier en laat het ons weten op de discussion board van onze Facebook group!


Meer Indiestyle

foto copyright twitter

copyright facebook

 copyright last fm

Contact    |    Copyright 2008-2011 Indiestyle.be     |    Privacybeleid    |    Gebruiksovereenkomst