|    Registreren
   

foto copyright Caroline De MeyerVerslag Boomtown 2010 - Dum Dum Girls, An Pierlé en de andere hoogtepunten

Liep je er vroeger als Gentenaar wat verweesd bij als je op zoek was naar een portie alternatieve muziek, dan word je de laatste jaren door Boomtown royaal in de watten gelegd. Dit (bijna) gratis festival voorzag dit jaar meer dan zestig optredens in een periode van vijf dagen. Onze lezers die het programmaboekje in handen hadden, zullen wel meerdere malen geglunderd hebben toen ze het logo van Indiestyle in diverse artikels zagen opduiken. Dit maar om je te zeggen dat dit festival ons nauw aan het hart ligt.

Het gehele gebeuren speelde zich af op vijf (!) podia, waardoor je als reporter wel eens een hartverscheurende keuze moest maken. Gewapend met de goede muzikale raad van onze hoofdredacteur, trokken wij vijf dagen richting Kouter.


Dag 1, dinsdag 20 juli


Zoals steeds heeft Indiestyle oog voor ontluikend talent en dus was Clockmonster (**1/2)  op het “Alles Kan" podium een ideaal opwarmertje. Deze jongens uit Lochristi zijn misschien wel nog groen achter de oren, je hoort dat ze goed naar hun SubPop-platen hebben geluisterd. Mits wat oefening zou dit in de toekomst wel eens garant kunnen staan voor gebalde indierock waar meer muziek in zit.

Het werd al snel hollen om niks van Boston Tea Party (****) te missen. Al gauw bleek heel duidelijk waarom dit duo met hun vuile noisepop de mensen van het Kinky Star label hadden gecharmeerd. Gooi het stevig gitaargerammel van Jon Spencer in dat van The White Stripes en het zou wel eens kunnen uitdraaien op wat deze twee talenten in de Handelsbeurs teweeg brachten. Je verslaggever wist ook meteen hoe het kwam dat hun debuutalbum “Little trouble kids” op deze pagina’s zo bejubeld werd. Als toemaatje kregen we een ongewone (maar uiterst sublieme) versie van Nick Cave’s “The Mersey Seat”.

Volgens Luc Waegeman van Kinky Star is Chrome Hoof (***) de ideale feestband als je van Sun  Ra, Black Sabbath en Funkadelic houdt. Deze Britse groep schuwt inderdaad de vette soul uit de jaren ’70 niet, wat ook onmogelijk is met een diva als Lola Olafsoye in hun rangen. Je houdt van dit experimenteel spektakel, met de mooiste verkleedpartij sinds Masters Musicians Of Bukkake, of je houdt het na twee nummers voor bekeken. Ondergetekende bleef tot de laatste toon staan.

Een van de meest besproken groepen van dit moment moet Dum Dum Girls (****) zijn. Sommige hebben het over hun sexy imago, maar de muziekliefhebber breekt zich nog steeds het hoofd over de vraag of deze vier meiden (met alweer een nieuwe drumster!) nu echt de hype waard zijn die de underground pers ervan gemaakt heeft. Het antwoord is een volmondig ja, alleen moeten je hun tijd gunnen. Zo boekten ze in vergelijking met hun recente (korte) optreden in Botanique al heel wat vooruitgang. De set was quasi dezelfde als drie maanden geleden, maar alles leek overtuigender. Blijkbaar vond Indiestyle collega Bart dit ook toen hij ze een paar dagen eerder op Dour aan het werk zag.

Wie we ook ooit zagen, al is dat bijna een half mensenleven terug, is Chokebore (**1/2). Deze groep uit Hawaï, opgebouwd rond de charismatische zanger Troy Von Balthazar, wordt algemeen beschouwd als de moeder van de sadcore-beweging. Na twintig jaar lijkt het vet een beetje van de soep. De nummers staan nog steeds als een huis, maar je ziet dat door de vele jaren de bandleden te kampen hebben met vermoeidheid. Chokebore verdient zijn pagina in de muziekgeschiedenis. Om ze echt te smaken, moest je hen wel twee decennia terug aan het werk gezien hebben.

De vreemdste gasten bleken ook meteen de aangenaamste te zijn. Ook al wordt doom metal op Indiestyle nooit besproken, de heren van Amenra (****) verdienen deze keer hun pluimen op onze pagina’s meer dan ooit. Op Boomtown opteerden zij voor een akoestische set die de meeste (lees saaie) post-rockgroepen deed verbleken. Geheel in het donker (waarbij we onmiddellijk aan onze fotografe Caroline moesten denken), en met de rug naar het publiek gekeerd, liet Amenra hun wereldbeeld op de luisteraars los. Eens je de poorten van de Handelsbeurs verliet werd je er niet echt vrolijker van, maar het greep je wel naar de keel.

Zowel Robert Smith als Indiestyle zijn vol lof over 65daysofstatic (***1/2). Deze Britten konden hun ogen niet geloven dat ze voor een bomvol plein in de Gentse stadskern mochten spelen. Het was echter ook dit plein dat de finesse van het concert wegnam. Hun prachtige post-metal (die trouwens meer en meer in de richting van New Order aan het uitgaan is) is gemaakt voor een concertzaal, niet voor een terrein waar de omstaanders massaal hun vakantieherinneringen bovenhalen, terwijl de PA-mensen (wellicht om alles wettelijk in orde te houden) de volumeknop niet echt naar rechts omdraaiden.

Moe en voldaan trokken we in het midden van de nacht huiswaarts op zoek naar energie voor een tweede Boomtowndag.


Dag 2, woensdag 21 juli

Op deze tweede festivaldag bleek alles aanwezig te zijn behalve de zon. Niet getreurd: een blik op het programma van vandaag deed zelfs de grootste donderwolken wegdrijven, al moesten we weeral (bijna onmogelijke) keuzes maken.

Werden het de vaak bejubelde Intergalactic Lovers of het onvolprezen Tape Tum (***)? Een afgeladen tent deed ons besluiten om richting Handelsbeurs te trekken, ons neer te vleien op een sofa  en voorzien van een frisse pint te genieten van de indie-electronica van de broers Dousselaere. De muziek van Tape Tum is niet altijd simpel te noemen en dat was wellicht ook de reden (of misschien wel het vroege uur, want uitslapen is bij de Gentse Feesten meer dan een must) waarom de clubzaal niet meteen door massa’s volk overspoeld werd. Wie er wel was, bleef er ook, en dat zal wel iets te maken met de muziek waarmee de makers van “The night we called it a day” zich ergens bevinden tussen The Notwist en Slint: kwaliteitsmuziek met andere woorden.

Een groep wiens fanbase alsmaar groter en groter lijkt te worden is Dez Mona (***1/2). Met Paul Webb (de befaamde producer die Talk Talk ooit in de tuin van Eden bracht) achter de knoppen lijkt de internationale faam niet veraf meer te zijn. Zanger Gregory Frateur deed op overtuigende wijze waar hij goed in is: het publiek bedwelmen met zijn prachtige stem. Het is meer dan eens geopperd maar Antony & The Johnsons hebben al langer dan vandaag een Vlaamse concurrent rondlopen en dat werd gisteren meermaals voor het uitzinnig publiek bewezen.

Het was opvallend hoeveel mensen die gisteren Dum Dum Girls aan het werk zagen vandaag ook present waren bij Vivian Girls (****). Met een zangeres die de naam van Cassie Ramone draagt, weet je meteen dat je je mag verwachten aan een portie garagerock die zijn invloeden haalt uit zowel de 60’s als de Riot Grrrl-beweging. Dit sexy trio wist in een paar seconden tijd het publiek te charmeren met hun rammelende noisepop. Meteen drong zich dan ook bij velen de vraag op wie nu het best was: de Dum Dums of de Viviannekes. De enige gelijkenis die ondergetekende zag was dat het twee groepen zijn die tot het kruim van de hedendaagse Amerikaanse indienoisepop behoren.

Wie je zeker tot het kruim van de commerciële indierock-popscene mag rekenen is Adam Green (***). Deze Amerikaan, die tegenwoordig in Duitsland woont, heeft op korte tijd reeds zes solo albums uitgebracht op Rough Trade. Het was dan ook geen wonder dat de Handelsbeurs snel vol liep voor de singer-songwriter die aan iedereen kan verkondigen dat zowel Lou Reed als Leonard Cohen deel uitmaken van zijn vriendenkring. De gillende meisjes lieten er geen twijfel over bestaan dat deze halfgod die onlangs de AB had uitverkocht er geen moeite mee zou hebben om zijn rockerige indiesongs aan dit publiek probleemloos te verkopen. Green genoot en werd meerdere malen letterlijk en figuurlijk op handen gedragen. Als het muzikaal al eens minder werd (ook al leek hij op muzikaal vaak als een bastaardzoon van Nick Cave en Iggy Pop), kon hij dit euvel door middel van zijn uitmuntende showperformances meer dan goed verkopen. Grappig weetje: Freaky Age drummer Jonas Pauwels, fan van Adam Green en aandachtig toeschouwer, viel in toen Greens drummer zich blesseerde, zodat het optreden toch afgewerkt kon worden.

Een blik op de klok gaf aan dat we mits een snelle sprint nog een halve set van Mintzkov (***) konden meepikken. Deze Belgen klinken nog steeds als een soort van Sonic Youth die dwepen met Deus, maar door de jaren heen (en zeker door hun meest recente wapenfeit “Rising Sun, Setting Sun”) hebben zij een meer volwassen groepsgeluid ontwikkeld, waardoor zij in iedere rechtvaardige maatschappij al lang aanspraak hadden moeten maken op wereldfaam.

Afsluitertje van de avond werd voor ondergetekende samen met enkele lawaaierige vrouwen uit New York het hoogtepunt van de dag want The Kissaway Trail (****) toonde gisteren dat zij perfect weten hoe je neo-psychedelica met shoegazegeluidjes moet combineren. Boomtown-presentator van dienst, Wim Defoort, omschreef ze inderdaad net als Indiestyle als één van de groepen die je in het oog moet houden. Jammer genoeg stuurde het publiek zijn kat, al zal Mintzkov daar wel voor iets tussen gezeten hebben. Wie aanwezig was droomde gewillig mee op hun prachtige klanktapijt dat vooral uit subtiliteit bestond.

Met nog drie dagen Boomtown voor de boeg wisten we ondertussen dat we na deze Deense geluidsgolf dringend de richting van onze slaapkamer moesten opzoeken.


Dag 3, donderdag 22 juli

Na drie dagen Boomtown kun je stilletjesaan het woord routine in de mond beginnen nemen, waarbij we nu reeds ons hart vasthouden voor de eventuele afkickverschijnselen. Gratis kwaliteitsmuziek in het hartje van het Gentse stadscentrum werkt nu eenmaal verslavend.

Het is een zeldzaam fenomeen om weggeblazen te worden door een opener. Dat was deze keer wel degelijk het geval bij de Gentse Maya’s Moving Castle (****). Wie goed luistert zal al snel bemerken dat deze jonge mensen “Seventeen Seconds” van The Cure of iets van Siouxsie & The Banshees uit de platenkast opgevist hebben. Het siert hun vooral dat ze er iets zeer origineel met aangevangen hebben, want tegenwoordig zijn de Joy Divisionklonen niet meer bij te houden. Wie zangeres Ann-Sophie Claeys op het podium zag, begreep meteen waarom zij weleens met  Karen O van The Yeah Yeah Yeahs vergeleken wordt. Tijdens een gesprekje met de groep achteraf ontdekten we dat ene Luc Van Acker verantwoordelijk was voor het geluid, wat meteen de goede smaak verklaart. Klik deze groepsnaam in je brein want qua vers talent is dit dé revelatie van Boomtown 2010!

Wie ook ooit een revelatie was, maar allang geen moeite meer moet doen om de Handelsbeurs te laten vollopen, zijn Isbells (***), tegenwoordig niet meer van de radio weg te denken. Hun alternatieve country folk wordt weleens vergeleken met Fleet Foxes, wat bloedstollende momenten oplevert. Alleen blijft het voor de concertganger moeilijk om na de bom van Maya’s Moving Castle stil te blijven staan bij dit toch wel zeer statische optreden.

Iets wat je niet kan zeggen van die andere Boomtownrevelatie Joe Gideon & The Shark (****), die in een vorig leven actief waren bij Bikini Atoll en zelfs Steve Albini als huisproducer konden aantrekken. Joe en Viva (aka The Shark) zijn broer en zus en voor wie het zou denken, dit duo klinkt nu eens niet als The White Stripes, wel als een wilde noiserockmachine die neigt naar wat The Fall ooit deed op “Dragnet” of “Grotesque”. Zulke vergelijkingen zijn voor de muziekliefhebber meteen synoniem voor iets onweerstaanbaars.

Terwijl de heupen nog nawiegden, moesten we hollen naar de clubzaal voor John Grant (***), een mens die ooit “bekend” stond als bezieler van The Czars. Deze afgeleefde alcoholist werd onlangs terug opgevist door Midlake, dat hem bij het Bella Union-label bracht. Een intrigerende stem en een typische Bella Union-sound staan garant voor weldoordachte indiefolk die het midden houdt tussen het oude van Steely Dan en het vernieuwende van (jawel) Midlake.

Als we tijdens de Gentse Feesten een kilootje kwijt zijn, zullen we het wel te danken hebben aan Boomtown, want meteen na de laatste noot van John Grant werd het spurten naar de andere zaal waar een gigantische volksmassa stond te wachten op Balthazar (***1/2). Met wat ellebogenwerk slaagden we erin ons plaatsje te veroveren en gelukkig maar. Enkele minuten later wist  presentator Wim Defoort ons namelijk te vertellen dat de deuren dicht gingen omdat er geen mens meer bij kon. Wie het programmaboekje van Boomtown doorbladerde zag meteen dat er een interview met deze West-Vlamingen in stond, dat reeds eerder verschenen was op Indiestyle. Onze site houdt van deze groep en dat komt vooral doordat Balthazar een zeer eigen geluid heeft gevonden in de wirwar van de Belgische popscene. Het heeft geen zin om vergelijkingen te gaan zoeken want ze bestaan gewoon niet : Balthazar is Balthazar.

Wie ook meer dan een eigen geluid heeft waren afsluiters Archie Bronson Outfit (***1/2), die enkele maanden geleden nog Les Nuits Botanique openden en nu op een goed gevulde Kouter hun ding mochten doen. Hun psychedelische noise die overheerst wordt door ritmische Afrikaanse percussie is nog altijd loeihard, waardoor het soms moeilijk is om de nummers uit hun laatste meesterwerkje “Coconut” te herkennen. Niemand ergerde zich daaraan want het blijft steengoed.

Na het laatste bisnummer van dit Londense trio merkten we dat we nog wat van Tommigun konden meepikken. Wie hun onlangs aan het werk zag met Daniel Johnston weet dat dit project soms aardig in de buurt komt van Mazzy Star.

Een derde dag Boomtown zit erop. Met nog twee dagen te gaan, besloten wij deze alweer geslaagde avond te beëindigen met wat men in het caféjargon betitelt als een “slaapmutske”.


Dag 4, vrijdag 23 juli

Aan alle mooie liedjes komt nu langzaam maar zeker een einde. Zo werd vrijdag de voorlaatste dag van een festival dat zichzelf meer en meer op de kaart van de alternatieve muziekliefhebber weet te zetten. Zeker vandaag kon je werkelijk op de koppen lopen. Daar zaten Amatorski en afsluiter The Van Jets zeker voor iets tussen.

Beginnen deden we met wat lokaal talent uit Maldegem. Van Jerusalem Syndrome (**1/2) onthouden we vooral de energie en het gevoel dat er af en toe een jonge Evil Superstars om de hoek kwam piepen. Met zo’n schaduwbeeld achter je kan het alleen maar goed aflopen.

Na enige rondvraag bij diverse muziekfans lijken vooral de diversiteit (en natuurlijk de extreem lage toegangsprijzen) van Boomtown in de smaak te vallen. Hoe onverwacht het festival uit de hoek kan komen bleek met Liesa Van Der Aa (***),  een jonge vrouw die duidelijk de nodige podiumervaring mist, maar muzikaal wel net als Laurie Anderson gretig gebruik weet te maken van talloze loops en effecten. Met haar cover van PJ Harvey’s “Rid of me” kregen we meteen een voorsmaakje van wat ons later te wachten stond met John Parish, en wisten we ook dat we Liesa Van Der Aa onder te brengen valt in het vakje “te onthouden”.

Eerlijkheidshalve waren de persoonlijke verwachtingen van jullie reporter eerder laag bij Junip ft. José Gonzalez (***). Onder lichte dwang van onze hoofdredacteur ging deze jongen toch richting Handelsbeurs en hij kwam zowaar met een glimlach terug naar buiten. Deze Zweed die ooit beroemd raakte met zijn cover van The Knife bracht vandaag in Gent zijn oude liefde (lees zijn eerste band Junip) terug samen en het resultaat valt nog het best te omschrijven als een José Feliciano die zweeft op synthklankjes die niet zo ver af staan van Air.

Tijdens deze klanken die typisch zijn voor de zomer, waar buiten in de bittere kou even niks van te merken viel, werd ondertussen het hoofdpodium klaar gemaakt voor de winnaar van de vi.be wedstrijd. Dit jaar ging deze eer naar Cloon (***), wat volgens presentator Wim Defoort klinkt alsof je de Helmet-platen naast die van Tom Waits legt. Deze rauwe bluesswamprock’n roll zou in de toekomst best weleens potten kunnen breken. Door de geluidsmuur heen zag je ook een andere fenomeen opduiken: een ware volkstoeloop die zich klaarstoomde voor één de grootste Belgische beloften van de afgelopen tien jaar, die vanavond voor het eerst in hun carrière voor een groot publiek gingen spelen.

Presentator Wim liet er geen gras overgroeien en stelde dat vandaag Amatorski (****) missen even erg zou zijn als Nirvana twintig jaar geleden in de Democrazy aan je neus zien voorbijgaan. De organisatoren stonden met hun handen in het haar te aanschouwen hoe naar schatting zo’n 300 mensen moesten geweigerd worden wegens volzet. Waarom niet geopteerd werd voor de grotere Handelsbeurs? Twee maanden geleden was Amatorski een naam om in het oog te houden. Enkele weken later ziet het er plots naar uit dat de groep die tijdens de laatste Rock Rally de duimen moest leggen voor School Is Cool voor één van de grootste uitdagingen in de Belgische muziekgeschiedenis staat.
Muzikaal lijkt het er soms op dat alles schaamteloos overgenomen is uit de Sigur Rós-catalogus, maar de pittige en originele details (een eenzaam shoegaze gitaartje, een ingetogen blaasinstrument, een glockenspiel) maken van deze groep een verademing. Eigenlijk was er maar één conclusie mogelijk: nu reeds was Boomtown te klein voor hun geworden, en dat voor een band waarvan de leden nauwelijks hun zenuwen de baas kunnen op het podium.

Wie je niks meer moet leren is John Parish (****), een gitarist die wellicht eeuwig verbonden zal blijven met PJ Harvey. Hierdoor durven mensen weleens vergeten dat deze rasmuzikant zelf de schepper is van een heleboel prachtige soloplaten, waaronder zelfs de soundtrack voor de Belgische film “Rosie”. Topmusici krijgen soms het verwijt dat hun liveshows een aaneenschakeling zijn van het vertonen van kunstjes, en ook al vielen de meeste concertgangers meerdere malen achterover van John’s geniale gitaarspel, hij wist dat mooi te verpakken in doodeerlijke klassesongs waar de pop vanaf druipt.

Er restte ons net nog tijd om een tweetal nummers van Quartier Rouge mee te pikken. De groep slaagde er aardig in om met hun eigentijdse beats het Alles Kan Podium te verbouwen in een vrolijke danstent.

Na een aardbeienboterham (waarschijnlijk enkel verkrijgbaar op Boomtown) werd het terug rennen naar de Handelsbeurs om de eigenzinnige indienoisepop van Sukilove (***) te bewonderen. Waarschijnlijk is bezieler Pascal Deweze een mens die het zichzelf graag moeilijk maakt. Hoewel je kwaliteit hoort, snak je soms naar het concept van een eenvoudige popsong, wat trouwens geleverd werd door totaal onverwachts “Orange” van Metal Molly (Pascal’s vorige groep) uit de kast te halen. Soms is Sukilove moeilijk te verteren maar het handjevol publiek lustte er wel pap van.

Het andere deel van de massa volk stond zich inderdaad reeds de ziel uit het lijf te schudden voor The Van Jets (***1/2) die gisteren bewezen dat zij een Belgische groep zijn die anno 2010 alles bezit. Ze hebben meebrullers, ze bezitten subtiliteit, en sinds “Cat Fit Fury!” hebben ze vooral een eigen geluid ontwikkeld dat hun helemaal bovenaan de Belgische top gebracht heeft.

Op weg naar huis beseften we dat we niet veer meer af waren van de laatste uren van één van de sympathiekste festivals van deze zomer… Morgen brengen we natuurlijk nog verslag uit van dag 5.


Dag 5, zaterdag 24 juli

Eens we de Gentse Kouter opstapten, wisten we ook dat dit het laatste luik van Boomtown 2010 was. Dat het bovendien een memorabel luik ging worden, was meteen duidelijk toen we de eerste klanken hoorden van Arquettes (****), die eerder reeds samenwerkten met Pascal Deweze. Voor hun binnenkort te verschijnen debuut mochten zij op de hulp rekenen van Stéphane Briat (Air, Phoenix). Hun verslavende melodietjes voelen net aan alsof je het gitaargeweld van The Van Jets zou koppelen aan de gedurfdheid van Bikini Kill. Na een halfuurtje Arquettes weet je meteen ook waarom je ooit je hart wegschonk aan de wondere wereld van de muziek.

Minder rockend, maar daarom niet minder subliem, zijn An Pierlé & White Velvet (****1/2) die vandaag hun comeback maakten en ons een voorproefje lieten horen van hun binnenkort te verschijnen nieuwe album. An’s vaste bassist bezeerde zijn pols, waardoor in een recordtempo de bassist van Girls In Hawaii werd opgetrommeld. Gezeten op de vertrouwelijke skippybal en verscholen achter een vleugelpiano ontwapende An haar innerlijke demonen, terwijl Koen Gisen bewees dat hij zich tot het kruim van de Belgische gitaristen mag rekenen. An Pierlé klinkt nog steeds als Tori Amos, maar dat maakte het er niet minder spannend op. Na een prachtconcert gunde de zangeres haar publiek nog een luchtige versie van “C’est comme ça” van Les Rita Mitsouko, die ooit in betere tijden op datzelfde podium stonden.

Gentenaars die de laatste maanden ook niet meer weg te denken zijn van de Vlaamse podia zijn Waldorf (***), die hondstrouw aan de stonerrock-ingrediënten vasthouden. Ze doen dit evenwel goed en dat vond blijkbaar ook het publiek.

Een groep die stilletjesaan volgens het gebruikelijke DIY-principe het buitenland weet te charmeren, is The Go Find (***1/2) die met hun fijne indietronica de beste herinneringen aan The Notwist weten op te halen. Na een uurtje concerteren hebben ze je ervan overtuigd dat ze wel een zeer speciaal eigen geluid hebben. Meteen weet je ook dat je ze alvast kan aankruisen op je Pukkelpoplijstje van dit jaar.

Met trots presenteerden de organisatoren één van de paradepaardjes van dit festival, en net als bij An Pierlé liep de Handelsbeurs weer vol voor Shearwater (****). Het lijkt misschien een grote contradictie om een bende Texanen te horen zingen over de milieuproblematiek, maar ze deden dat gisteren, net als op hun laatste “The Golden Archipelago” overigens, op aangrijpende wijze. Noem het post-rock, noem het indie met een avant-gardistisch trekje of wat dan ook, Shearwater is net als zweet dat aan je lijf blijft plakken en je denkt er niets eens over na om naar de douche te hollen.

Omstreeks elf uur begon de gedachte dat Boomtown ten einde liep langzaam door te sijpelen. Een blik richting overkant toonde echter alweer een lange rij wachtenden voor DAAU (**1/2). Ofwel loop je weg van hun kamermuziek, ofwel sta je er als betoverend naar te gapen. Na vijf dagen sex, drugs en rock ’n roll (geloof daar maar niet te veel van), hadden we eerlijkheidshalve niet echt veel zin in hun neo-klassieke aanpak.

Dan maar naar festivalafsluiter Flip Kowlier (***). Je kan veel zeggen over de beroemde Izegemnaar, maar net voor het festivalseizoen afkomen met “Otoradio” getuigt van een weldoordacht brein. Laten we er eerlijk over doen: Flip Kowlier is niet de nieuwste Horace Andy of Augustus Pablo. Op een speelse manier weet hij commerciële deuntjes te combineren met aardige reggae. Na vijf dagen Boomtown was dit meer dan een zonnige afsluiter.

Boomtown 2010 zit erop. Bij deze wensen we de organisatoren uitdrukkelijk te feliciteren voor een puik festival, en wensen we hun ook te bedanken voor de royale ontvangst waarop Indiestyle dag na dag mocht rekenen.

See you next year, guys!

door Didier Becu

Links:
Boomtown website
Boomtown Facebook

Dit artikel delen met je vrienden?

Share/Bookmark

Helemaal mee eens? Of net helemaal niet? Klik hier en laat het ons weten op de discussion board van onze Facebook group!


Meer Indiestyle

foto copyright twitter

copyright facebook

 copyright last fm

Contact    |    Copyright 2008-2011 Indiestyle.be     |    Privacybeleid    |    Gebruiksovereenkomst