No-Man - Wild Opera: voor Porcupine Tree fans die destijds de boot hebben gemist
Iedere fervente indie liefhebber kocht vroeger allerlei releases die ooit wel eens op een bladzijde van de NME gehypet werden, zonder daarbuiten ooit enige vorm van erkenning te hebben gekend. No-Man is zo’n groep die midden jaren ’90 in dit rijtje thuishoorde. Zij zaten destijds op 3rd Stone Ltd. De bekendste namen op dit label waren toen Spacemen 3 en Bark Psychosis.
Vijftien jaar na datum besloot het progrocklabel K-Scope Records deze release opnieuw uit te brengen. Dat heeft zo zijn redenen: in No-Man zat ooit ene Steven Wilson, die later een bekend mens zou worden met Porcupine Tree. Wie Porcupine Tree zegt, denkt meteen aan prog-rock waarbij dromerige gitaarriffs de scepter zwaaien. No-Man stond er meer voor bekend om “art rock” te maken, geen wonder als je ziet dat indusfiguren als Muslimgauze of dronepeetvader Robert Fripp hun medewerking verleenden. Zo weet je meteen wat voor (kwaliteits)vlees je in de kuip hebt.
Art rock is vaak wel te omschrijven als muziek waar enkel journalisten en de makers zelf een natte broek van krijgen. Daardoor is het zeker geen wonder dat de muziek van deze Britse band niet meer verwante zielen bereikt heeft. Soms heb je weleens het idee dat Tim Bowness, de man waar het eigenlijk allemaal om draait, teveel hooi op zijn vork neemt, waardoor je moeilijk kan gaan beweren dat deze plaat een homogeen geheel geworden is. Er zijn momenten waarbij je denkt dat je naar een soundtrack van Angelo Bandalamenti aan het luisteren bent, in andere songs hoor je Miles Davis-blazertjes, soms komen de oude Boo Radleys eens om de hoek loeren, ook het avant-gardewerk van mensen als Gavin Friday of Marc Almond komt in je hoofd op, maar het minst welkom aspect van allemaal is dat er teveel tracks tussen zitten die verwijzen naar de vroegere trip hop. Iedereen wou destijds als Portishead klinken en eigenlijk is zowat iedereen hierdoor op zijn bek gegaan, waardoor dit anno 2010 wat gedateerd klinkt. Als toemaatje krijg je bij deze reissue ook het eerder verschenen “Dry cleaning ray” uit 1997.
No–Man is gewoon één van die duizenden groepjes die nooit de erkenning kregen die ze destijds verdienden. Ondanks het nobele idee van labels om al dit onvindbaar materiaal terug her uit te brengen, kunnen wij ons niet inbeelden dat er hier 15 jaar later plots wel een publiek voor zou bestaan. Behalve de Porcupine Tree-fans die destijds de boot hebben gemist natuurlijk.
Score: 3/5
door Didier Becu
Links:
No-Man MySpace
No-Man homepage
Verdeeld door Bertus
Dit artikel delen met je vrienden?

Helemaal mee eens? Of net helemaal niet? Klik hier en laat het ons weten op de discussion board van onze Facebook group!