Interview Tommigun - Ik wilde in positieve zin breken met Rumplestitchkin
Thomas Devos was jarenlang het boegbeeld van Rumplestitchkin, een beloftevolle Belgische band die tot de onfortuinlijke split in 2008 enkele fijne singles en cd’s op ons afvuurde. Devos vond in Joeri Cnapelinckx de ideale partner om zijn creatieve ei weer kwijt te kunnen. Het betekende het begin van Tommigun, een project dat ondertussen veel groter lijkt dan het aanvankelijk was. In een gesprek met Indiestyle blikt Thomas terug op zijn dagen bij Rumplestitchkin en wordt hij bijgestaan door Joeri Cnapelinckx om te praten over die debuutplaat van Tommigun, Come Watch Me Disappear. We ontmoeten elkaar in de backstage van het festival Muzikale Dinsdagen waar Tommigun zo meteen het voorprogramma verzorgt van het Noorse Katzenjammer.

Indiestyle: Hey Thomas, we zitten hier in Ieper, de organisator van het festival vertelde me dat jij roots hebt in Ieper. Hoe zit dat precies?
T: Roots is een groot woord. Mijn vader is van West-Vlaanderen, namelijk van Hooglede (nabij Torhout). Al heb ik wel een band met Ieper. Ik heb hier indertijd veel nummers geschreven voor een project rond de eerste wereldoorlog. En mijn moeder kwam hier ook heel vaak.
Indiestyle: Inderdaad, je moeder Vera Coomans speelde ooit bij Madou en is dus ook geen onbekende in het wereldje. Heb je de muzikale microbe van haar te pakken?
T: Ja, toch wel. Vroeger speelde er altijd wel muziek thuis. Bovendien waren mijn ouders vrij jong. Ik herinner me nog veel feestjes waar ik bij was met mijn ouders. Ze hadden ook een uitzonderlijke smaak van muziek. Vanaf het moment waarop ik zelf geïnspireerd werd door muziek heb ik hun ganse vinyl-collectie aangeschaft. Ze hadden de meest waanzinnige platen van de 60’s en de 70’s. Ik merk dat ik daar ook wel fel naar teruggrijp en dat die muziek me nog steeds inspireert. Ook voor de nummers die ik met Tommigun maak.
Indiestyle: Daar zeg je het. Tommigun is je eerste solo-project. Je bent bekend geworden met Rumplestitchkin. Is dat nu voorgoed opgedoekt?
T: Goh, niet echt. Het is zo dat de persoon waarmee ik Rumplestitchkin opgestart heb, volledig gestopt is. Ik kan je wel vertellen dat ik met de oorspronkelijke bezetting, uitgezonderd die andere persoon dan, opnieuw ben begonnen. We hebben ook al een aantal nummers die we kunnen uitbrengen maar dat doen we wellicht onder een andere naam dan Rumplestitchkin. Dat zit allemaal in zijn kinderschoenen.
Indiestyle: Rumplestitchkin bracht stuiterende pop. Wat is volgens jou het verschil tussen die band en Tommigun?
T: Wel, Tommigun is eigenlijk begonnen omdat ik het gevoel had dat ik sommige nummers in Rumplestitchkin niet meer kwijt kon. Als we een nieuwe plaat gingen maken, zou dat gewoon weer dezelfde zijn als Somersault. En dat wou ik niet, ik wou werken aan een nieuwe plaat, met een vernieuwde energie. Tommigun is volgens mij veel donkerder en veel meer singer-songwriter eigenlijk. Dat is ook normaal. Niet vergeten dat Tommigun een beetje het resultaat is van het slaapkamerschrijven. Ik kon thuis niet zo veel lawaai maken. Dus zat ik op mijn slaapkamer te schrijven en automatisch ga je gewoon verstillen. Je maakt nummers die een pak rustiger zijn.
Indiestyle: Even over die plaat. Op Come Watch Me Disappear klink je een stuk volwassener, ernstiger. Was dat de bedoeling?
T: Persoonlijker bedoel je? Dat klopt wel. Ik had de behoefte om enkele zaken te schrijven en te zingen. Dus de nummers vloeien echt wel voort uit persoonlijke ervaringen. In dat opzicht gaat het er toch wat persoonlijker aan toe dan in de nummers die ik schreef voor Rumplestitchkin.
Indiestyle: Je riep de hulp in van Pall Jenkins, de frontman van The Black Heart Procession. Was hij een grote steun tijdens het proces?
T: Ja, enorm. Wat de sound betreft, sowieso. De opnames gebeurden in zijn studio en het werd ook op zijn manier opgenomen. Maar niet alleen daarvoor was de aanwezigheid van Pall Jenkins belangrijk.
Indiestyle: Hoe bedoel je?
T: Weet je, ik ben een enorme twijfelaar. En zeker tijdens opnames kan ik heel snel gaan twijfelen. Je zou kunnen stellen dat ik iemand nodig heb om naar op te kijken. Pall Jenkins is zo iemand. Toen hij me zei dat ik een aantal zaken moest herbekijken deed ik dat. Bovendien deed het me ook enorm veel deugd te zien dat hij zoveel zin en energie had om te werken aan Come Watch Me Disappear. Ook in de laatste fase heeft hij heel wat nummers uitgepuurd. Hij heeft me gewezen op zaken die er teveel aan waren of die nog te kort waren. Om maar te zeggen dat hij echt wel belangrijk was binnen het proces.
Indiestyle: De formatie van Tommigun werd in navolging van Come Watch Me Disappear aangevuld met een aantal sterke muzikanten. Hoe ben je bij hen terecht gekomen?
T: Wel, Joeri was er al van bij de start. Het is begonnen met de gitaar en de piano als basis. Pim, de bassist, deed vroeger al de klank van Rumplestitchkin, daar kende ik hem van. En we hadden altijd al het idee om samen iets te doen. In San Diego had ik zelf de baslijnen gemaakt en ingespeeld maar toch voelde ik dat daar nog te weinig drive in zat. Ik ben tenslotte geen bassist. Dus de komst van Pim was wel belangrijk. Net zoals die van drummer Matthijs. Ik heb voor hem gekozen omdat ik een atypische drummer wou. Matthijs is geen gewone rockdrummer. Nee, dat zou de nummers kapot maken. De drums moesten subtiel zijn en daar is Matthijs echt fantastisch in.
Indiestyle: En dan is er nog Kaat Arnaert, de zus van Geike (hooverphonic). Hoe ben je bij haar terecht gekomen?
T: Ik zag Kaat heel vaak spelen in het Brusselse met haar band Sutrastore. Daar viel me haar mooie stem op. Ik vroeg haar later een paar nummers in te zingen die ik oorspronkelijk had ingezongen in de studio van Pall Jenkins. Ik vond dat nog een kinky gedachte om een tekst geschreven door een man te laten inzingen door een vrouw. Uiteindelijk is het wel dit dat de plaat wat breekt.
Indiestyle: Je muziek is ingetogen, sober en donker. Niet echt festivalmuziek. Spelen jullie niet liever in een kleine kroeg dan op een groot festival?
J: Ik zou niet durven dat zeggen dat we dat liever doen. Het is wel waar dat de muziek op een festival minder tot zijn recht komt. Maar dat kan net positief zijn.
Indiestyle: Positief?
T: Zeker, het is net een gevecht om de muziekliefhebbers eruit te pikken en deze te overtuigen van onze muziek. Bovendien heeft dat ook niet echt een invloed op onze prestatie. Eens we begonnen zijn, houden we er eigenlijk geen rekening mee of we nu op een festival zijn of in een kleine kroeg.
Indiestyle: De doorbraak liet al bij al toch wat op zich wachten. Heb je nooit getwijfeld dat het wel eens niet zou lukken?
T: Tijdens het maken van een plaat had ik wel wat twijfels, maar dat heb je sowieso. Als iets goed gaat, dan ben je daar heel fier over. Als iets niet lukt, dan blijf je daar langer mee zitten. Over de groep daarentegen had ik meteen een heel goed gevoel. Ik geloof er heilig in dat we met Tommigun het verschil kunnen maken op sommige vlakken. En die ‘grote doorbraak’, dat interesseert ons eigenlijk niet echt. Nee, wij willen gewoon platen kunnen maken in de meest ideale omstandigheden voor een groep. En met Come Watch me Disappear is dat gelukt.
Indiestyle: Rumplestitchkin had een aantal bescheiden successen. Was je niet bang dat het publiek te veel van Tommigun ging verwachten?
J: Nee eigenlijk, het is namelijk heel traag gegaan. We hebben dat nooit zo aangevoeld.
T: Je bent daar ook op zich niet veel mee bezig. Rumplestitchkin en Tommigun liggen ook mijlenver uit elkaar. In Tommigun spelen we op een heel andere manier. Bovendien wou ik net een nieuwe start. Ik wilde in positieve zin breken met Rumplestitchkin. Al zijn er wel mensen uit die periode die na het optreden komen en zeggen ‘ja, het is wel rustiger…’. De vergelijking is er wel vaak. (lacht)
Indiestyle: Rumplestitchkin had ook een grote fanbase. Zijn er mensen uit die tijd die je nog regelmatig terug ziet op optredens van Tommigun?
T: Toch wel, Wim (Vandamme, programmator Muzikale Dinsdagen Ieper) hebben we bijvoorbeeld toen leren kennen. We speelden regelmatig hier in de Westhoek (De Flodder Langemark, Joc Ieper, …) en vaak programmeerde hij ons. Sindsdien volgt hij ieder muzikaal project van me. Dat is wel een leuk gevoel. Bovendien zijn er nog die af en toe eens komen piepen naar wat ik allemaal uitsteek. Ik vind dat plezant. En er zijn ook heel wat mensen die het beter vinden dan Rumplestitchkin. Anderen dan weer niet. Maar dat is ook niet meer dan normaal.
Indiestyle: Een waarheid als een koe. Staat er de komende maanden nog iets op het programma?
T: Ja hoor. We doen nog een paar leuke optredens in de Ancienne Belgique en de Nijdrop. Verder staan er ook een aantal dingen te gebeuren in het buitenland. Het is heel spannend allemaal.
Indiestyle: Dat kan ik geloven. Dank je voor dit interview Thomas en Joeri en veel succes met jullie show.
T: Graag gedaan!
J: Dank je.
door Vincent Coomans
Links:
Tommigun MySpace
Tommigun Facebook
Dit artikel delen met je vrienden?

Helemaal mee eens? Of net helemaal niet? Klik hier en laat het ons weten op de discussion board van onze Facebook group!