Interview Styrofoam - Ik maak geen bedroompop. Tenzij het een hele actieve bedroom is natuurlijk.
Styrofoam is niet bepaald de groep die je in de zomer op iedere Vlaamse wei tegenkomt. Toch kan deze band die eigenlijk uit slechts één man bestaat, Arne Van Petegem, op tonnen respect rekenen in het buitenland, en zelfs de hulp inroepen van mensen die een verleden hebben bij Sex Pistols en Devo. Naar aanleiding van zijn nieuwste cd “Disco Synthesizers and Daily Tranquilizers” besloten wij om Arne eens aan de tand te voelen. Zijn waffles met kip lekker?

Indiestyle: Dag Arne, het eerste waar ik aan denk als ik jouw muziek hoor is: dat is iemand die verliefd is op de eighties.
Dit is absoluut niet grof bedoeld, maar ik denk dat ik even verliefd ben op de eighties als een groot deel van het muziekjournalistendom op de sixties en early seventies. Ik begrijp het “historische” belang van Beatles, Neil Young en andere Fleet Foxes, maar ik voel zelf veel meer opwinding als ik naar Run DMC of Egyptian Lover luister. Ik ben opgegroeid met Domino op onze BRT radio en Firma Onrust op de VPRO die Man Parrish en Public Enemy op mij loslieten als nietsvermoedende vijftienjarige.
Het klopt waarschijnlijk dat een deel van de sounds op mijn nieuwe plaat refereren aan een bepaald soort muziek dat ruwweg van eind jaren zeventig tot midden jaren tachtig geproduceerd werd. We wilden gaan voor een uitgebeende sound met ruwe en vette klanken. En dan geef ik ook grif toe dat ik kick op vintage drum machines en analoge synths. Ik denk trouwens niet dat er ooit minder gitaren op een Styrofoam plaat gestaan hebben dan op deze nieuwe.
Indiestyle: Opener 'Carolyn' heb ik zelf omschreven als het beste nummer dat Bernard Sumner nooit geschreven heeft.
Dat vind ik een erg mooi compliment. Wat bij Bernard Sumner dikwijls vergeten wordt is dat hij een hele resem catchy popsongs heeft geschreven en een ongelooflijk gevoel voor melodie heeft.
Indiestyle: Styrofoam staat voor Arne Van Petegem. Is de groep een eenmansproject?
Absoluut. Nu opnieuw meer dan ooit denk ik. Buiten wat gastdrummers en backing vocals heb ik quasi alles op mijn nieuwe plaat zelf ingespeeld. Ik ga ook live weer alleen op pad, na vijf jaar met een band op het podium gestaan te hebben.
Indiestyle: In het Engels heb je daar en mooie benaming voor: bedroompop. Vind je dat dit ook geldt voor jouw band?
In het verleden was dat wel het geval denk ik, maar ik denk niet dat je de nieuwe plaat onder die noemer zou kunnen plaatsen. Tenzij het een erg actieve bedroom is natuurlijk.
Indiestyle: Zelf ben ik een kind van de 80’s. Tien jaar geleden moesten het allemaal gitaren zijn en nu zijn het plots weer de synths. Is dit een modeverschijnsel of zit er meer achter?
Het gaat altijd zo wel wat op en neer denk ik. Alles wat daarover gezegd moet worden, wordt eigenlijk het best samengevat in “Losing My Edge” van LCD Soundsystem. Dat nummer gaat daar gewoon over. Iemand die zijn gitaren verkoopt om synths te kopen omdat al zijn vrienden dat ook doen, maar op het moment dat het zover is erachter komt dat al zijn vrienden opnieuw hun synths hebben verkocht om weer gitaren te kunnen kopen. Zo kan je altijd alles achterna blijven hollen. Tegenwoordig is het minstens even hip om met lange baarden en geruite hemden iets Crosby, Stills & Nash-achtigs te doen.
Ik heb tijdens de lange toer die volgde op 'A Thousand Words', met 65 concerten waarvan 60 in het buitenland, erg veel gitaar gespeeld op het podium. Het laatste concert van die toer was meteen ook een hoogtepunt – het ATP festival in Engeland. Nadat we terug thuis waren, ben ik onmiddellijk aan mijn nieuwe plaat begonnen en heb ik er bewust voor gekozen om mijn gitaren en versterkers niet opnieuw uit te pakken in mijn studio maar allemaal netjes in zijn flightcase te laten.
Ik wou eens zien waar ik zou uitkomen als ik mezelf qua instrumentarium zou beperken tot de synths en drumcomputers die op dat moment in mijn studio stonden opgesteld. Ik had op de vorige plaat massaal veel overdubs gedaan en ik wou bewust vermijden om opnieuw die kant op te gaan. Ook later, toen we in Hollywood de plaat verder aan het afwerken waren, heb ik wel een aantal basgitaren vast gehad, maar de electrische en akoestische gitaren grotendeels laten staan. Het voordeel aan een eenmansband zijn is natuurlijk dat je écht wel volledig je zin kan doen.
Indiestyle: Jij trok zowaar naar Hollywood om je nieuwe plaat in te blikken. Iemand die dat doet heeft internationale ambities.
Ik heb in 2007 mijn job als directeur bij TRIX opgezegd en een deal getekend bij het Noord-Amerikaanse Nettwerk label en besloten om er helemaal voor te gaan. Dat was een heel bewuste keuze waar ik tot op de dag van vandaag nog geen second spijt van heb gehad. Ik heb altijd al muziek gemaakt binnen een internationale context – eerder zat ik bij het Berlijnse Morr Music en ook mijn remixes waren bijna altijd voor buitenlandse artiesten.
Ik heb ook altijd veel meer getoerd in het buitenland dan in België. Op zich creëert dat soms wel vreemde situaties, maar het maakt de zaken er in ieder geval wel extra boeiend op. Zo heb ik net nog een maand in LA gezeten om er een plaat te produceren voor de Amerikaanse singer-songwriter Meiko, die daar bij Interscope zit.
Dat ik zo een kans krijg is ook een rechtstreeks gevolg van al wat ik de afgelopen jaren heb gedaan.
Indiestyle: België heeft wel een EBM-verleden maar niet echt een synthpopverleden. Hoe werd jij daar als Belg bekeken?
Ik heb niet het gevoel dat de mensen die ik daar tegenkom echt bezig zijn met uit welk land ik afkomstig ben. Ze zijn ook weinig of niet vertrouwd met Belgische muziek. Ik heb de baas van Myspace Music een paar weken geleden ontmoet en die had ooit van dEUS gehoord en kende verrrassend genoeg ook Selah Sue omdat hij haar clip online ergens was tegengekomen.
Het mag dan een heel groot cliché zijn, de eerste associatie die “België” bij Amerikanen oproept is nog altijd “waffles”. Iedereen wou me daar ook voortdurend meenemen naar waffle tenten om dan mijn kundig advies te weten over de kwaliteit van de waffles aldaar. En ik maar uitleggen dat geen enkele Belg het in zijn hoofd zou halen om wafels als ontbijt te eten. Wafels met kip en siroop heb ik er ook gegeten. Best lekker.
Indiestyle: Je werkte samen met Paul Cook en Alan Myers. Hoe kwam je die tegen? Die kwamen zich toch niet zelf voorstellen?
Paul Cook heb ik zelf spijtig genoeg niet ontmoet. Hij is een vriend van producer Wally Gagel. Toen we aan 'Kids on Acid' werkten, hadden we zin om er live drums aan toe te voegen met een punky feel. Wally had gewoon zoiets van “zal ik Paul even bellen?”. Ik vind het natuurlijk fantastisch dat er zo een toch wel legendarische figuur meewerkt aan mijn plaat. Paul Cook kon niet naar de studio komen terwijl ik in LA zat, maar is de week erna langskomen. Ik kreeg dan ’s morgens in m’n mailbox een filmpje van Paul Cook die zat te drummen op mijn nummer. Kicken was dat. Alan Myers speelde op de klassieke DEVO albums maar heeft besloten om niet mee te doen aan de recente reünie van de band. Hij heeft zijn eigen elektro bedrijf en was in de studio om de nieuwe dimmers af te regelen. We hebben hem 'Believe Everything' gespeeld en gewoon gevraagd of hij zin had om erop te drummen. “Past donderdag voor jullie?” was zijn antwoord.
Indiestyle: Al bij al, zijn dat Sex Pistols en Devo. Legendes. Kijk jij op naar zo’n mensen of blijven het gewoon mensen?
Langs de ene kant zijn het natuurlijk legendes, maar tegelijkertijd is het verfrissend om vast te stellen hoe een doodnormale mensen dat allemaal zijn. En toch – je merkt heel goed dat ze een rijkgevuld leven achter zich hebben en als het moet urenlang de meest fantastische verhalen kunnen opdissen.
Indiestyle: Wat vind je van de Belgische respons op je werk tot nu toe?
Ik vrees dat ik een beetje een buitenbeentje ben in de Belgische muziekscene. Ik sta niet in de Afrekening en speel geen twintig zomerfestivals. Toch is er blijkbaar een Amerikaans label dat me voor zes weken naar LA vliegt om een plaat op te nemen waar dan de drummer van DEVO op meespeelt en ga ik vervolgens een plaat voor Interscope producen. Daardoor ben ik nogal moeilijk in één van de klassieke vakjes van de Vlaamse muziekscene onder te brengen en kunnen een hoop mensen niet echt volgen wat ik nu precies doe, vermoed ik. Tot overmaat van ramp ben ik dan ook nog eens geen rock- of popband maar ook geen dance artiest.
Soms heb ik zelfs het gevoel dat ik zelf nogal moeilijk uitgelegd krijg wat ik nu precies allemaal doe. Nu, ik mag dan niet het parcours van de typische Belgische pop- of rockband afleggen, toch ben ik heel dankbaar voor alle kansen die ik ook hier gekregen heb: mensen die komen kijken naar concerten, clubs die me boeken, radiozenders die me draaien. Ik besef dat er gigantisch veel muziek te rapen valt. Dan is het altijd wel bijzonder als ze jou eruit kiezen.
Indiestyle: Dit vraag ik al mijn helen leven me af: is muziek gewoon muziek, of is het meer?
Natuurlijk is het meer. Veel meer.
Indiestyle: Iets wat ik graag aan iedereen vraag: welke is jouw favoriete plaat aller tijden en waarom deze?
'Zen Arcade' van Hüsker Dü omdat ze veel voor me betekent op persoonlijk vlak én omdat ze me duidelijk maakte dat je op zoek moet gaan naar de perfecte balans tussen melodie en chaos.
Indiestyle: Een speciale boodschap voor de Indiestyle-lezers?
Je kan nooit genoeg espresso drinken. Maar wel het goeie spul.
door Didier Becu
Luister gratis naar enkele nummers van Styrofoam op MySpace.
Album verdeeld door V2.
Dit artikel delen met je vrienden?

Helemaal mee eens? Of net helemaal niet? Klik hier en laat het ons weten op de discussion board van onze Facebook group!