Interview Luc De Vos (Gorki) - Mia is een icoon waar ik zelf nog weinig mee te maken heb
Gorki heeft een nieuwe cd uit: ‘Research and development’. Tijd om Luc De Vos nog eens een bezoekje te brengen. We worden hartelijk ontvangen in zijn woning te Gent waar cd’s, gitaren en boeken nooit veraf zijn. Een trotse man vertelt ons over zijn pasgeboren geesteskind. Een filosofische babbel. “Heb je even? Ik ben nog frieten aan het bakken…”

Hoe ouder ik word, hoe meer zin ik heb om op te treden
Indiestyle: Eerst en vooral: hoe kwam je bij de titel?
Research and development is een modieuze term. R&D zeggen ze zelfs. Het is een term die veelvuldig gebruikt wordt. Wat bedoelen ze daarmee? Ik vind het fascinerend. Het is een filosofische vraagstelling die toepasbaar is op het leven: “Wat onderzoek je en ontwikkel je? En zou je niet beter thuisblijven?” Het is ook een ironische knipoog naar al het Engels dat we tegenwoordig constant over onze kop gedonderd krijgen. Kinderen zijn geen kinderen meer, maar kids. Wat is daar verkeerd mee? Daarover gaat het: spraakverwarring, wat verloren gaat in vertaling, lost in translation. Snap je? Het heeft ook iets wetenschappelijks. Maar daar heeft het niets mee te maken hé. Dit is rock-’n-roll, popmuziek, ’t is om te lachen. Als je vraagt om mijn bullshit uit te leggen, kan ik er uren over babbelen, maar ik laat het liever over aan de mensen om er een eigen interpretatie aan te geven.
Indiestyle: Het gaat vaak over het uitgaansleven.
Ik ben nogal een uitgaander geworden. Mijn omgeving heeft mij moeten aansporen om dat deel van het leven ook mee te maken. Vroeger zat ik liever thuis tv te kijken of een boekje te lezen, maar de jongste tien jaar interesseert mij dat minder en probeer ik zoveel mogelijk uit te gaan. Kijk, ik ga vanavond nog eens uit met mijne moat. Da’s fantastisch hé. Vroeger was ik nogal bang, verlegen, maar met de jaren ben ik beginnen inzien: waarom zou ik? De mensen moeten me maar nemen zoals ik ben. Als mijn kop u niet aanstaat, is dat uw probleem. Nu sta ik onnozel te doen op de dansvloer op mijn 48e en ze staan mij uit te lachen, wat kan mij dat schelen? Ik doe enkel nog mijn goesting, de rest is tijdverlies. ’t Is nu of nooit, dus stort ik mij in het volle leven. Ik wil dat nog vijftig jaar volhouden, maar voor hetzelfde is het morgen gedaan. Als ik jong was, stond ik daar niet bij stil. Zeker als je mijn leeftijd en karakter hebt om diep na te denken over alles wat ons overkomt op deze planeet en in het heelal, word je filosofisch over het bestaan en zo.
Indiestyle: Eén constante: de nacht.
De nacht staat synoniem voor alles wat duister is en ik niet begrijp. ‘Ik reis door de nacht’ gaat over een nachtmerrie. Waarom droom ik absurde toestanden, zoals ik die aan een dakgoot hang? Vanwaar komen dromen? Ik vraag me altijd af waarom je eigen lichaam, je eigen hersenen je zouden bedriegen? Zit er een duivel verborgen in mijn hersenen? Mensen noemen mij een filosoof, maar iedere normaal denkende mens vraagt zich dat toch af? Daarvoor moet je niet hoogopgeleid zijn. In dat liedje typ ik 10 tot de 10de tot de 10de, … in mijn rekentoestel en dan verschijnt er error. Daar denk ik ook over na: de oneindigheid van de getallen.
Indiestyle: Zijn je teksten autobiografisch?
Ik zing altijd in de ik-persoon, maar daarom gaat het niet over mij. ‘Satan’ bijvoorbeeld gaat over jonge gasten die constant teleurgesteld worden. Ze laten zich triggeren en denken dat ze zich niet meer laten vangen, maar dan lopen ze toch in de val en zijn ze nog wanhopiger dan voordien. Satan zet aan om op zoek te gaan naar geluk en liefde, geeft goede moed. Dat gevoel noem ik Satan. Die bestaat niet, maar het is een mooi symbool. Satan rules!
Indiestyle: Waar put je inspiratie uit?
Ik verwijs vaak naar wat er in de krant staat, maar het is aan de luisteraar om uit te zoeken waarover ik het precies heb. Ik loop veel rond, lees en luister veel, behalve naar politiek en verkeersinformatie. Crisis en file aan de Kennedytunnel waren er in de jaren ’70 ook al. Ik ben w: hier en daar ‘steel’ ik, om dat in mijn eigen werk in te kapselen. Ik pleeg bijna plagiaat, maar doe er mijn eigen ding mee. Waarom zou ik mij niet laten beïnvloeden? We leven in de postmoderne tijd, wat wil zeggen dat je het warm water niet meer kunt uitvinden. Alles is al gedaan en geschreven, maar je kunt het nog in je eigen woorden opnieuw trachten te verwoorden.
Indiestyle: Sloop er na ruim 22 jaar routine in?
Het voordeel aan ouder worden, is dat je sneller weet wanneer je bullshit maakt. Toen ik jong was, schreef ik heel veel bullshit, terwijl ik het zelf niet besefte. Toen ik achttien was en een Engelstalig groepje had met een paar gastjes heb ik een liedje geschreven: “I wanna dance with you all night long, I wanna dance with you till the night is gone.” (lacht) Waarom schreef ik dat? Gelukkig ben ik daarna snel op het Nederlands overgeschakeld, want daar voel ik mij veel beter bij. Zulke experimenten kan ik nu rustig achterwege laten. Er moeten toch een of twee voordelen zijn aan oud worden, hé? Maar jong zijn is natuurlijk het schoonste.
Indiestyle: Je hebt pas een solotournee achter de rug, heb je nu meer zin om met je band te spelen?
Het is altijd leutig om op een podium te staan. Om de vijf, zes jaar doe ik eens een solotournee. Dat is de ideale gelegenheid om oude songs op te frissen, die we zelf vergeten waren, zoals een B-kant uit ’95. Eens je twintig jaar bezig bent, heb je al veel gereleased. Ik hoop het binnen zeven jaar nog eens te doen, als ik hier nog rondloop, maar nu is het weer tijd voor de zomerfestivals. We gaan er keihard invliegen. We hebben een nieuwe drummer: big boy Bert Huysentruyt en een nieuwe gitarist: Tomas Estlander. Ze maken echt wel deel uit van de band.

Mia zou ik nu helemaal anders aanpakken
Indiestyle: Wat is hun aandeel?
“Ik kom meestal af met de ideeën, maar we schrijven met drie: Eric Biesen, Luc Witten en ik. Die andere gasten hadden nog geen gelegenheid om muziek met ons te maken, maar ik sta altijd open voor ideeën. Een goed idee is een goed idee, het moet daarom niet van mij komen. Ik ben wel ‘eindredacteur’ omdat ik moet zingen. Ik krijg geen jazz, opera of een tangonummer uit mijn strot geramd. Ik heb mijn eigen stijl van zingen. Het gaat sowieso altijd een bepaalde richting uit.
Indiestyle: Probeer je te vernieuwen?
Ik ben er niet mee bezig, ben er te lui voor. Ik ken mijn trucs: ik kan fantastisch goed gitaarspelen en zingen in mijn eigen groep. We hebben een eigen stijl. Dat is vanzelf gekomen. Je kunt dat als een handicap zien, maar ik beschouw het als een voordeel. Als je ons plaatje oplegt, herken je het meteen: dat is Gorki, geen twijfel mogelijk. Dat is gemakkelijk voor de mensen.

Koning eenoog in het land der blinden
Indiestyle: Wil je nog hits schrijven?
Mensen verwijzen vaak naar ‘Mia’, maar dat zou ik nu helemaal anders aanpakken. Ik had toen geen ervaring. Het is een momentopname: dat is hoe ik mij toen voelde en wat ik toen over de wereld dacht. In “mijn tijd”, twintig jaar geleden, waren wij koning eenoog in het land der blinden. Er was veel popmuziek in België zoals Arno, The Scabs, The Radios, … maar dat was al een oude lichting. Daar kwamen wij als nieuw en fris groepje uit, waardoor we meteen aandacht kregen en hits scoorden. Twintig jaar later zijn we een deel van het meubilair, een dinosaurus die niet wil uitsterven. Het ligt niet voor de hand om fris uit de hoek te komen. Er zijn zoveel jonge groepjes, waarvan ik fan ben trouwens. Ik vind het fantastisch dat hier zoveel goede muziek gemaakt wordt. In zulke omstandigheden is het moeilijk om een megahit te scoren. Maar ik zit er wel op te wachten. Onze volgende single, ‘Kamikaze’, vind ik het allerbeste liedje dat we ooit maakten, al kun je dat natuurlijk niet forceren.
Ik zit hier gewoon wat op mijn gitaarkes te spelen en als ik een leuk idee heb, denk ik “wauw”, maar het is nooit mijn bedoeling om ‘Mia’ te evenaren. Mensen zouden ook niet aanvaarden dat er een tweede ‘Mia’ komt. Laat ik het noemen bij zijn naam: een icoon, waar ik zelf nog weinig mee te maken heb. Het is een eigen leven gaan leiden. Ik heb het nu al 3000 keer gespeeld. Ik ben daar blij mee, maar denk altijd: de laatste plaat is de beste die we ooit gemaakt hebben.
Indiestyle: Studiowerk is ondergeschikt aan optreden?
Natuurlijk, ik ben een grote voorstander van het live werk. Op een podium kruipen is het hoogste. Optreden is telkens de muziek heruitvinden en er een feest van proberen maken. Ik zou niet altijd in een studio willen zitten. Tussen vier muren voor een bandopnemer staan spelen zegt mij niets. Velen willen gerust gelaten worden: er mag niemand komen, maar bij mij is het juist omgekeerd: ik zou mensen uitnodigen om te komen luisteren. Op een of andere manier wil ik aandacht, performen.
Ieder jaar opnieuw heb ik enorm veel zin in de zomerfestivals. Je zou denken: “het is nu wel ‘op’ zeker voor die ouwe zak?” Maar bij mij is het juist omgekeerd: hoe ouder ik word, hoe meer zin ik heb om op te treden. Het is nog altijd hetzelfde: we maken wat lawaai en op het einde spelen we ‘Mia’. Ik begin wel lichtelijk af te haken van het zelf naar festivals gaan. Vorig jaar ging ik een dag naar Pukkelpop. Ik dacht dat ik eraan moest: van het ene optreden naar het andere crossen tussen al die mensen en op den duur zat rondlopen van al die getrakteerde pintjes… Dat is toch voor de jeugd. Maar spelen voor jonge gasten: hoe meer, hoe liever.
Indiestyle: Doet media-aandacht je nog iets?
Het is altijd leuk om een goed interview te lezen, maar ik beschouw het als een deel van de promotie. Ik ben trots op mijn product, dus ik wil het zoveel mogelijk rondbazuinen. Ik ben tevreden met alle aandacht, of dat van Humo is, iets van internet zoals Indiestyle of van een Hollands gazetje maakt me niet uit. Ik wil het altijd met handen en voeten uitleggen, maar het is geen onderdeel van mijn arbeidsvreugde. Ik heb er niet veel aan dat ik met mijn muil in een magazine sta. Zo ijdel ben ik niet. Het is altijd leuk meegenomen, maar ik kick er niet op. Ik ben een bescheiden gast, zonder vals bescheiden te zijn. Ik vind het gewoon wijs om te kunnen spelen en nieuwe dingen te proberen. Daarvoor doe ik het.
Indiestyle: Wat zijn je plannen nog?
Ik ben nu bezig met een boek. Het is bijna af, maar naar het schijnt releasen we teveel. Vorig jaar bracht ik twee boeken en een solo cd’tje uit. Telkens zit er zes maand tussen, dus ik ga nu effe wachten. Ik zie niet in wat ik anders zou kunnen doen. Er zijn altijd wel dingen waar ik geen ‘nee’ kan tegen zeggen, zoals toneelmuziek maken, meespelen in een toneelstuk, acteren in kortfilms, op televisie komen zoals met een rubriek in De Laatste Show, ... Dat zijn leuke zijsprongetjes. Zoiets doe ik supergraag, maar het is geen ambitie van mij. Ik solliciteer er nooit naar, ik word altijd gevraagd. Verder koester ik geen grote plannen. Gewoon blijven leven, blijven ademen. De komende vijftig jaar toch, tot in 2062: dan ben ik honderd jaar en kan ik er misschien nog een paar jaartjes bijdoen. (lacht) Waarom niet? Om één reden wil ik zeker blijven leven: ik heb nog zoveel muziek in mij zitten. Alle dagen heb ik nieuwe ideeën. Dit is de tiende plaat en ik hoop er nog eens tien bij te kunnen maken.”
Door Wouter Jaques en Wendy Claes
Concertdata en andere nuttige info vind je op de website van Gorki
Album verdeeld door PIAS
Dit artikel delen met je vrienden?

Helemaal mee eens? Of net helemaal niet? Klik hier en laat het ons weten op de discussion board van onze Facebook group!