|    Registreren
   

copyright infadelsInterview Infadels - We willen de ‘Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band’ van de 21e eeuw creëren

Vlak voor het begin van hun optreden in de Botanique ontmoette ik Richie Vernon (reeds bedolven onder de ostentatieve podiumgrime) en Matthew Gooderson, respectievelijk de keyboardspeler en gitarist van de Londense band Infadels. Heel veel tijd hadden ze niet, maar desondanks mocht ik hen even apart nemen voor een bijzonder joviale babbel over onder meer hun nieuwe album ‘Universe in Reverse’, de problemen met hun vorige toermanager en hun rondreizende ‘Circus of the Mad’.

“We zijn het slachtoffer geworden van het grootste rock ’n roll cliché dat er bestaat: de rip-off!”

Jullie zijn nu aan het toeren met een nieuw album, maar even leek het erop dat er niet eens een nieuw album zou komen omwille van serieuze problemen met jullie toermanager. Wat is er precies gebeurd?
R: Eind 2006 hadden we er een heel jaar van toeren opzitten en zijn we zwaar belazerd door onze toermanager. Hij heeft zo goed als al ons geld uitgegeven aan coke en prostituees.
M: Hij had ons kort geïntroduceerd in de manier van werken van de muziekindustrie: band speelt optreden, toermanager verzamelt het geld, toermanager plaatst het geld op de bankrekeningen en op naar het volgende optreden. Onze toermanager plaatste het geld echter níet op onze bankrekeningen, hij transfereerde het achter onze rug naar de bankrekening van zijn drugdealer. (gelach) Het grootste deel van het geld is opgesoupeerd aan coke en hoeren. Híj heeft absoluut een geweldige tijd beleefd.
R: We zijn er zowat achter gekomen toen we in Rusland waren. Wag (de bassist) was in zijn hotelkamer toen hij wakker werd en heel wat commotie hoorde komen vanuit de gang. Hij gluurde door het kijkgaatje in de hoteldeur en zag hoe onze toermanager een hoop geld overhandigde aan een man en hoe een stel Russische prostituees zijn kamer binnengingen. De volgende ochtend hebben we meteen onze bankrekeningen gecontroleerd, maar daar stond dus niks op. (lacht, maar nogal groen)
M: We zijn het slachtoffer geworden van het grootste rock ’n roll cliché dat er bestaat: de rip-off! (gelach)

Wat is er uiteindelijk gebeurd met de toermanager?
M: Hij is verdwenen naar Nederland om nooit meer gezien te worden. Maar hij is daar ergens – en wij willen ons geld terug.

Heb je er nooit aan gedacht om met de band te kappen wanneer al die problemen zich voordeden?
R: Ja. Eind december konden we de huur van onze studio niet meer betalen. We waren compleet geruïneerd. Het heeft een hoop geploeter vereist om er weer bovenop te komen, maar we vonden dat we uit al die ellende op z’n minst een goed album moesten laten voortkomen. Dat werd ‘Universe in Reverse’. Het album gaat over het omkeren van een negatieve in een positieve situatie. ‘Circus of the Mad’ handelt bijvoorbeeld over de meltdown die we aan het einde van het jaar hadden. Maar ik denk dat we er uiteindelijk als betere, sterkere mensen uitgekomen zijn.
M: ‘Circus of the Mad’ vertelt over hoe we tegen de wind in hebben moeten lopen. De wind stuit in mijn gezicht en ik zal er nooit meer hetzelfde uitzien.En toch: je kan me blijven slaan, maar ik zal blijven doorlopen.

Wat was het waardoor jullie zijn blijven doorzetten?
R: Een zekere levenskracht. Het vreemde is dat al die vreselijke gebeurtenissen ons dichter bij elkaar hebben gebracht.
M: Je zou verwachten dat we tijdens die moeilijkheden tegen elkaar zouden uitvaren, maar de benarde situatie heeft ons net closer gemaakt als mensen. Het is een beetje zoals wanneer je een moeilijke fase meemaakt in je relatie – het brengt je dichter bij elkaar omdat je er zo gefocust op bent om alle problemen op te lossen.
Ach ja, we waren enorm dom in zekere zin. Het lijkt wel alsof we niet logisch kunnen handelen. Maar we hebben een sterke weerstand tegen alle vormen van tegenspoed. Slechte reviews? Geen probleem. Mensen die niet komen opdagen op onze shows? Geen probleem. Managers die ons een loer draaien? Geen probleem. We hebben een vreemd vermogen om zware problemen als het ware te absorberen, waarschijnlijk meer dan eender welke band waarin ik ooit zal zitten of die ik ooit zal zien. Het houdt echt geen steek om in Infadels te zitten. (gelach)

Is het niet moeilijk om iemand nog te vertrouwen na alles waar jullie doorheen zijn moeten gaan?
M: We vertrouwen niemand meer.
R: We houden iedereen met wie we werken nu nauwgezet in de gaten en we hebben nu op z’n minst een degelijke accountant en toermanager.We hebben de accountant van Franz Ferdinand ingehuurd.
M:  Ja, met de gedachte dat als hij iemand zou willen afzetten, het Franz Ferdinand zou zijn en niet wij, want zij hebben beslist een pak meer geld dan ons. (gelach) Maar goed, sindsdien hebben we geen problemen meer gehad.
R: We hebben onze zaakjes goed in handen.
M: Je moet fouten kunnen maken, dat zijn nu eenmaal de regels van het spel. Je moet die vreselijke vergissingen maken en je er nadien niet té druk over maken. Het was een vreselijk harde les, maar zolang als het uiteindelijk goed afloopt, is het oké.

De song ‘Make Mistakes’ is dus eigenlijk autobiografisch getint?
R: Het is deels autobiografisch.
M: Bnann (zanger), de songwriter, schreef voor dit nummer over een personage dat zodanig veel fouten maakt dat het uiteindelijk zijn dood wordt, dus het is niet helemaal autobiografisch – want Bnann is niet dood. (lacht) Ik denk dat het nummer in zekere zin gebaseerd is op zijn ervaring van wat er gebeurd zou zijn moest hij in die negatieve spiraal gebleven zijn.

Denk je er nooit over om opnieuw je eigen platenlabel te runnen en zo meer grip te krijgen op wat er allemaal gebeurt?
R: Ja, absoluut! De platenindustrie lijkt trouwens toch steeds meer die richting uit te gaan. Ik denk dat het goed is dat we al de ervaring hebben van het runnen van een eigen label, want je weet nooit wat er gaat gebeuren.
M: Maar we hebben een goede relatie met PIAS. Ze zijn heel aanmoedigend en laten ons zelf de beslissingen maken. Met een eigen platenlabel zouden we niet meer evenveel tijd hebben om te toeren of muziek te maken, al kan ik me best inbeelden dat we uiteindelijk toch terug die weg op gaan.
We zijn voortdurend aan het praten over wat voor albums we zouden releasen op ons label. We creëren zelfs ingebeelde bands!
R: Ja, we creëren een hele scène, just in here. (wijst naar zijn hoofd)
M: We kunnen er urenlang over praten.   
Wat voor band zou je dan tekenen, bijvoorbeeld?
M: Wel, er is een zekere anti-eco band.
R: Ja, een metalband.
M: Een metalband uit de UK die energiecentrales laat smelten en er alles aan doet om de wereld op te blazen.
R: Ze hebben de grootste ecologische voetafdruk die je kan indenken.
 
Maar je zou hen toch niet bedonderen, of wel soms?
R: Ik weet het niet. Zij doen niets anders dan mensen belazeren en haat verspreiden.
M: They’re nasty bastards.
R: En gesponsord door McDonald’s. (lacht) Kijk, dat zijn nu de dingen waar een mens zich mee bezighoudt wanneer hij zich verveelt.


“Wat je ook verwacht van ons is exact wat je niet zal krijgen.”

De nieuwe songs zijn heel wat rockender en minder electro dan de nummers op het vorige album. Is dat het resultaat van een bewust gemaakte beslissing?
R: We wouden vooral een album maken dat verschillend is van het vorige. Ons derde album zal opnieuw anders zijn. Misschien willen we een razende electroplaat maken.
M: Wat je ook verwacht van ons is exact wat je niet zal krijgen. (gelach) We vertikken het om een band te zijn die steeds weer hetzelfde doet. Nochtans is het meestal dat wat populair wordt tegenwoordig, kijk maar naar Kings of Leon. Ook The Killers maken steeds weer hetzelfde album. Het eerste verkocht miljoenen, het tweede ook en zo zal het blijven doorgaan.
R: We waren er ook een beetje bezorgd over dat ons debuut in dezelfde periode uitkwam waarin veel bands met iets gelijkaardigs op de proppen kwamen. Klaxons, bijvoorbeeld. We wouden dus absoluut niet opnieuw een van hún albums schrijven. We zwemmen altijd stroomopwaarts.

Jullie hebben ook met een andere producer gewerkt.
R: Ja. Het eerste album deden we met Jagz Krooger die zowat een electronic wizard is. Deze keer werkten we met Youth, wat een geheel nieuwe ervaring was. Het zijn beide geweldige producers, maar hun manier van werken verschilt enorm. Youth is heel relaxed. Bij hem gaat het als volgt: “speel je nummers, plaats dat stukje daar, klaar”. (gelach) Wat ook goed is bij Youth is dat hij zo snel werkt. We hebben ‘Universe in Reverse’ in enkele weken opgenomen.
M: 14 dagen. We hebben negen maanden over het eerste album gedaan. Een eeuwigheid. We waren absoluut niet gewend aan zo’n snelheid.
R: Het was dan ook zwaar, maar uiteindelijk hebben we zijn manier van werken leren appreciëren. Je bent klaar in 14 dagen en dan kan je naar huis! Klinkt goed, toch?




Gaan jullie opnieuw met hem samenwerken op de volgende cd?
M: Ik denk dat we opnieuw met een andere producer gaan werken, ofwel onszelf gaan produceren. Er is alleszins nog een lange lijst van mensen waarmee we graag zouden samenwerken.

Zoals?
M: David Sitek. Hij werkte ook al met TV On The Radio, een band waar ik erg van hou. En Rich Costey, die Muse produceert. En Rick Rubin, die…
R: Oh ja, dan brengen we jullie het kersverse Infadels metalalbum! Ik denk niet dat iemand dàt zou hebben zien aankomen. (gelach)
M: Wie nog? The Prodigy?
R: Wie weet.

Youth werkte al samen met epische bands als Guns ‘n Roses en The Verve, maar ook met het meer elektronisch gerichte Depeche Mode. Denken jullie dat die samenwerkingen op de een of andere manier jullie nieuwe cd beïnvloed hebben?
M: Youth had heel wat goede verhalen te vertellen tijdens het maken van ons album, maar ik denk dat hij gewoon weer zijn eigen gang ging.
R: Hij heeft niet één bepaalde stijl als producer. Jagz Krooner heeft die typische Jagz Krooger sound die je terughoort op al zijn platen, maar Youth past zijn producties aan naar wat hij ook maar denkt dat het beste is om de muziek ten goede te komen. Hij heeft net nog het nieuwe album van The Cult geproduceerd, en ons album klinkt helemààl niet zo. Hij kan de ene minuut aan onze muziek werken en dan meteen Ierse folkmuziek beginnen maken met Paul McCartney. Hij heeft zelfs klassieke muziek geproduceerd. Hij is verandert constant.


“Energie komt wanneer het nodig is. Wanneer je even zonder zit, moet je het er terug uithalen.”

In 2006 hebben jullie meer dan 150 optredens gedaan in 20 verschillende landen. Is het nieuwe toerschema even hectisch?
R: Het is nogal hectisch, maar naar díe dagen keren we nooit meer terug. Dat was pas een circus of the mad. Dat jaar hebben we, denk ik, 14 dagen thuis doorgebracht. Aan het einde had ik mijn been gebroken, sukkelde Wag met een gebroken enkel en moest Bnann naar huis vliegen omdat hij ziek was.
M: We bleven nog met z’n tweeën over.
R: Onze gitaartechnicus moest bijspringen op het podium.
M: Ik zong. Niet zo geweldig. Het was gek en niet meer zo gezond, denk ik.

Waar hebben jullie die energie kunnen blijven halen?
M: Van de sterren.
R: Mensen stellen mij die vraag geregeld. Wat is het dat je bijeenhoudt? Zit je voortdurend onder de invloed van drugs? Nee, ik ben gewoon energiek van nature. Het is niet zó moeilijk.
M: We zijn aangeboren energieke mensen, we houden ervan om domme dingen te doen. We vinden het geweldig om op het podium te staan en een connectie te maken met het publiek. Energie komt wanneer het nodig is. Wanneer je even zonder zit, moet je het er terug uithalen.
R: Good point.


Hoe is het festivalseizoen verlopen?
R: Het was fantastisch!
M: We hebben een enorm leuke tijd gehad.
R: De piek was Lowlands in Nederland waar we voor zo’n 10000 mensen speelden. Het was toen Matthews verjaardag en dus het ideale optreden om hem een taart te geven en die uiteraard recht in zijn gezicht te smijten. Spandex Andrex, de dansers in catsuits, zijn toen ook het podium opgekomen. Dat was absoluut een hoogtepunt. Een ander hoogtepunt was Pukkelpop (sidenote: raar maar waar juist uitgesproken!) in België. Het was de eerste keer dat we in jullie land kwamen met onze nieuwe cd, dus we wisten niet of de mensen hier nog enig idee hadden van wie we waren en er ook maar iets om gaven, maar de tent zat stampvol en er werd veel gedanst.  


“Iemand zei: ‘ach mensen, dat klinkt gewoon als DJ ötzi’.”

Wat is jullie favoriete song op het album?
R: Voor mij is dat ‘Circus of the Mad’, één van de eerste nummers die we deden. Ik vond meteen dat het een single moest worden. Het is er momenteel nog geen, maar gaat er wel nog een worden.
M: Ik hou van ‘Free things for poor people’ omwille van het statement. Het lied kwam trouwens echt naar boven als een statement. We hebben er aan gedacht om het album zo te noemen of T-shirts met die slogan te laten drukken. De song is altijd een prominent onderdeel van het album geweest. Ik hou van de boodschap in het nummer, namelijk dat men geld niet moet aanbidden en moet proberen de meer belangrijke dingen in het leven te bereiken.

Ik zag op YouTube dat ‘Free things for poor people’ vergeleken werd met DJ ötzi.
R: Ja, dat heb ik ook gezien! Iemand zei: “ach mensen, dat klinkt gewoon als DJ ötzi”.
M: Nooit van gehoord.
R: Het is een soort van vreselijke dansmuziek.

Voor zover ik weet is het een Oostenrijker die heel populair is voor zijn après-ski muziek. Hij scoorde bijvoorbeeld een serieuze après-ski hit met ‘Anton Aus Tirol’. En inderdaad, de muziek is nogal vreselijk.
R: Klinkt het als ‘Free things’?

Ik vind van niet.
R: Ik stond ook versteld. Maar het is best grappig.
M: ‘Free things for poor people’ is een ongelooflijk eenvoudig nummer. Het concept was om het meest simpel mogelijke muziekstukje ooit te maken. Alles is opgebouwd rond een ‘boom-boom-boom’ beat die steeds herhaald wordt, en het refrein is gewoon een oude hymne. Er zit geen echte structuur in, de vocals bewegen in een cirkel.

Misschien is het daarom dat de vergelijking met DJ ötzi gemaakt wordt, omdat het zo gemakkelijk en catchy is.
R: Yeah.
M: Het was niet bedoeld om ingewikkeld te zijn.
 
Maar wees gerust, ik verkies jullie nummer boven DJ ötzi.
(gelach)
M: Het komt niet meer vaak voor dat songs zo simpel zijn, maar ik vind het een geweldige manier om een connectie te maken met de mensen.
R: Sommige mensen zeggen dat het klinkt als ‘Wishing Well’ van Wet Wet Wet. Wie weet.

Bij ‘Free things for poor people’ hoort ook een leuke videoclip. Wie heeft die gemaakt?
R: Een bedrijf, Minivegas.
M: We zijn fan van de Coen broers en wouden altijd al in een van hun films meespelen, dus kwamen we met het idee om een really nasty remake te maken van een scène uit ‘O Brother Where Are Thou?’.
R: Het is een geweldige video. We hebben hem gefilmd op een ijskoude dag.
M: Vooral voor de meisjes in het clipje moet het absoluut verschrikkelijk geweest zijn. Hoedje af voor hen, zij zijn de echte sterren van de film.
R: Het was de eerste keer dat we echt zelf acteerden in een van onze video’s, maar het was enorm leuk om te doen.
M: Ja, maar tegelijk ook angstaanjagend omdat het iets was dat ik nooit eerder gedaan had. Ik vond het echt moeilijk.

In hoeverre zijn jullie betrokken bij een Infadels-video waarin jullie niet acteren?
R: Op het nieuwe album zijn we veel meer betrokken bij de video’s.
M: Ja, we zijn in het algemeen trouwens meer betrokken. Ook bij het artwork.  
Meestal komt iemand van ons met een idee aanzetten en zoeken we dan een regisseur die zijn werk gewoonlijk erg goed doet. In het geval van ‘Free things for poor people’ was ik echt omver geblazen door het resultaat.
R: Het is een video, maar het ziet eruit als een echte film. We hebben ons geld blijkbaar goed besteed.


 “We zijn geweldig goed in het dansen als complete idioten”

Daarnet hadden we het al over jullie nummer ‘Circus of the Mad’. Jullie hebben ook gelijknamig project opgestart. Waar gaat dat over?
M: Wel, ‘Circus of the Mad’ is zowat onze toerende waanzin. We hebben de reputatie een beetje dom en kinderachtig te zijn en we dachten dat we dat tot het uiterste konden drijven. Onze reputatie tot werkelijkheid maken, weet je. Daarom houden we een circus in elke Europese stad die we bezoeken en iedereen is welkom, niets is te gek voor ons. Vandaag liepen we rond in het financiële district in Brussel, gekleed als Mexicaanse worstelaars, bodysurfend in de fontein.
R: We lokten nogal wat rare blikken uit. Het was dan ook niet bepaald de plaats waar je iedere dag figuren ziet rondlopen die zo gekleed gaan. Ik vind het leuk om te zien wat voor reacties we kunnen teweegbrengen. In Amsterdam gingen we op pad met twee worstelaars en even later stonden Darth Vader en de Reaper toe te kijken.
M: Het concept is dat we al het materiaal bijeenbrengen en gebruiken voor de video van ‘Circus of the Mad’. We brengen ook altijd een podium mee naar de plaatsen waar we optreden, om audities te houden en fans de kans te geven om hun act of truc te doen en zo misschien deel uit te maken van de video.
R: We weten dus compleet niet hoe de video er uiteindelijk uit zal zien.  


Met wat voor act zouden jullie zelf naar de audities trekken?
R: Hm, tricky.
M: Dat is een goede vraag.
R: Waarschijnlijk wat bodypopping.
M: We zouden een dance-off kunnen houden op het nummer. Een soort van danswedstrijd waarin ik dans en Richie danst en dan ik weer en dan hij weer, enzovoort. Aan het einde krijgen we allebei punten op tien. Dat is een goed idee, want we zijn geweldig goed in het dansen als complete idioten.

And the winner is…?
Richie wijst naar zichzelf, zonder dat Matthew het ziet.
M: Gelijkstand.
R: (lacht) Ja, gelijkstand.

Jullie lijken me een band met veel humor. Denk je dat die humor een belangrijke eigenschap is in deze business?
R: Ik weet het niet. We zijn nooit een Radiohead geweest, omdat we niet goed zijn in depressief doen. We zijn niet bepaald treurige mensen. Infadels is een liveshow gebouwd op een grote hoeveelheid energie. Je moet gewoon spelen zoals je je voelt, really.
M: We zijn een energieke rock ’n roll show.
R: Maar het is niet zo dat we het in het belachelijke trekken.
M: Inderdaad – het is geen grap. Het is niet bedoeld om grappig te zijn. Maar we staren niet naar onze schoenen, we steken ons hoofd niet in de grond en we zingen niet over het einde van de wereld. Infadels gaat erom anders te zijn, jezelf toe te staan om je te laten gaan.


“Het is best grappig. Eerst heb je een toermanager die al je geld wegsmijt voor coke en dan ga je zelf nog wat meer geld weggooien door een raam.”

Niet zo lang geleden hebben jullie geld gegooid uit een raam in centraal Londen. Wat was daar de bedoeling van?
R: We brachten ‘Free things for poor people’ uit en we wilden die boodschap in de praktijk omzetten. Sommige mensen denken misschien “Free things for poor people, maar wat geef je dan weg?” – wel, we gooiden duizend pond uit een raam, is dat niet eerlijk? We hebben ook een gratis busdienst georganiseerd die doorheen Oxford Street reed, dat was een groot succes.
Vandaag de dag geven heel wat mensen gratis muziek weg, dus wij dachten gewoon eens geld weg te geven. Geld devalueren in plaats van muziek.
M: Het geld dat we weggaven was trouwens ons eigen geld, we hebben het van niemand of niets gekregen voor die actie.
R: Het is best grappig. Eerst heb je een toermanager die al je geld wegsmijt voor coke en dan ga je zelf nog wat meer geld weggooien door een raam.
M: We kregen een rapport van onze accountant waarin we konden zien waaraan we ons geld allemaal uitgegeven hebben. Toerbus, 10.000. Toermanager, 7.000. Roadies, 12.000. Studio, 1.000. En dan, oh, ‘geld smijten uit een raam’.  
R: Dus dat is wat er gebeurd is met ons geld! (gelach) Het was grappig om te zien hoe de mensen daar in Oxford Street reageerden. Eerst waren ze een beetje terughoudend omdat ze niet wisten wat er gaande was, maar dan werden ze compleet gek. Er werd gevochten en het verkeer werd tegengehouden. We hebben zelfs het nieuws gehaald. Ze vroegen ons naar onze beweegredenen, maar het was gewoon iets dat we besloten hadden te doen.

Wou je geen statement maken, dan?
R: Het statement was ‘free things for poor people’.
M: Het statement was het gebaar en het gebaar was het statement. Het spreekt voor zich. Iedereen kan zijn eigen conclusies trekken over waarom we het precies deden.
R: De dansers van Spandex Andrex waren er trouwens ook bij in Oxford Street. Ze waren blij verrast: “Sweet, three quid!”
M: Iedereen heeft zich geweldig goed geamuseerd.


“We willen de ‘Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band’ van de 21e eeuw creëren. Een ontzettend nieuw en opwindend concept dat het album meteen gedateerd maakt.”

Wat denk je dat de toekomst nog in petto heeft voor Infadels?
R: Dat weten we nooit. Tijd is niet belangrijk in deze band.
M: We denken niet na over de toekomst, we denken na over vandaag en de show die we nu brengen.
R: We leven op een dagbasis.
M: We gaan geen band worden als Rolling Stones of Queen, dat is zeker. Dik en oud en geschift. (lacht)

Maar denk je dat er wel nog een aantal albums inzitten?
M: Wie weet.
R: We denken altijd ‘laten we dit doen’ en dan zie we wel wat er gebeurt.
M: Dat was het punt van Infadels. Het was iets nieuws. We schreven gewoon een song en waren er blij mee, dus schreven we er nog een. We dachten dat het daar wel bij zou blijven, maar uiteindelijk maakten we een album. Voor we het wisten, hadden we er nog een gemaakt en zaten we helemaal aan boord. (pauze) Dus misschien blijven we dan toch nog rondhangen totdat we stokoud zijn. (lacht)
We willen de ‘Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band’ van de 21e eeuw creëren. Een ontzettend nieuw en opwindend concept dat het album meteen gedateerd maakt. We denken er dus niet perse aan om nieuwe albums te maken, maar misschien wel iets dat veel boeiender en meer futuristisch is.

Heb je al ideeën?
M: Ja, we hebben hópen ideeën, maar die gaan we je niet verklappen! (lacht mysterieus)
R: We shall see.

Ik ben benieuwd.

Laura Van Eeckhout

 

                        


Contact    |    Copyright 2008-2011 Indiestyle.be     |    Privacybeleid    |    Gebruiksovereenkomst