Interview Arsenal - Goede nummers schrijven is als kinderen maken, en leuker dan kinderen opvoeden
Iedereen heeft intussen al kennis kunnen maken met het nieuwe werk van Arsenal. ‘Lokemo’ ligt sinds vorige week in de winkel, de songs worden gretig opgepikt door de radiozenders en het publiek, en tja, voor ons kunnen de AB-concerten er niet snel genoeg aankomen. We waren dan ook maar wat blij dat we voor de release even met John Roan en Hendrik Willemyns, het dynamic duo achter de band, mochten vooruitblikken op wat voor moois er hen en ons zoal te wachten staat.

Indiestyle: Twee jaar geleden was de tour rond het vorige album ‘Lotuk’ nog volop aan de gang. Lang hebben jullie dus duidelijk niet stilgezeten?
Hendrik Willemyns: Laat ons zeggen dat we in maart vorig jaar echt begonnen zijn. We hebben een huis gehuurd in Locquemeau, een dorp in Bretagne (zo verviel meteen onze vraag waar de albumtitel vandaan kwam, red.). Daar zijn de eerste songs geschreven. We zijn dus ongeveer een jaar met de plaat bezig geweest. De zaadjes voor het album waren echter al eerder gekiemd: voor de muziek in het literaire programma ‘Paper Trails’ (Canvas-programma waar Roan en vooral Willemyns volledig de hand in hadden, red.) hebben we al enkele ideetjes gebruikt, die we later ook in het album hebben verwerkt. Dat gebeurt altijd zo: na ‘Lotuk’ kwamen er meteen ideeën, en nu hebben we eigenlijk ook al inspiratie voor een volgende CD.
Indiestyle: Wat zijn jullie daar in Frankrijk gaan doen?
Willemyns: We hebben er een huis gehuurd op een klif. Het is daar ontzettend desolaat, met guur weer en een wind waarbij je denkt dat het dak eraf gaat vliegen. Terwijl we muziek maakten, hoorden we de hele tijd de schoorsteen tekeer gaan, en dat zorgt nogal voor een onwezenlijke sfeer. Het leek alsof we op een andere planeet zaten.
Indiestyle: Dat is niet bepaald dezelfde zonnige, zomerse sfeer waarmee jullie doorgaans geassocieerd worden?
John Roan: Dat is duidelijk niet de associatie die wij maken. Ook bij vorige platen zaten we vaak op gure en koude plaatsen. ‘Lotuk’ hebben we bijvoorbeeld opgenomen in Noorwegen.
Willemyns: Het contrast tussen wat wij denken en wat de fans denken is eigenlijk ook best tof. Dat gebeurt zonder elkaar af te stoten, en het houdt alles spannend. Er is niets saaier dan evidentie. Stel dat we onszelf Summerbreeze zouden noemen, en de fans die ons horen zouden denken “oh, als ik Summerbreeze hoor, dan denk ik aan de zomer!” (lacht). Dat is toch allemaal veel te voor de hand liggend. Iedereen kan zijn eigen betekenis geven aan onze muziek. Ons gevoel daarbij is maar een laag. Of het je nu prikkelt om te dansen of om gewoon achterover te liggen en te ontspannen, dat is allebei perfect. Zolang het je maar prikkelt. Bij ons prikkelt het ergens anders… het kietelt (lacht).
Indiestyle: Waaruit haal je voldoening bij het maken van zo’n plaat?
Willemyns: Het werk zelf: een nummer maken waarvan je het gevoel hebt “fuck, dat was goed”. Dat is even bevredigend als geweldige seks. Zo’n beetje het idee dat je net een kind gemaakt hebt. Dan loop je altijd een klein beetje op wolkjes, dat geeft zelfvertrouwen. Dat is veel leuker dan kinderen opvoeden trouwens. Dat mag dan de metafoor zijn voor het afwerken van de nummers: ook nog wel plezant, maar toch een stukje minder.
Roan: Je bent dan de eerste kick van de nieuwe nummers kwijt, terwijl ze wel nog gefinetuned moeten worden. Dat is het minst creatieve deel.
Willemyns: Dat zijn de laatste kleine stapjes, terwijl de eerste grote stappen het leukste zijn.
Roan: Het is toffer om een taart te bakken dan ze te versieren met slagroom. Maar het moet ook gebeuren natuurlijk.
Indiestyle: ‘Lokemo’ klinkt alweer iets dansbaarder dan het vorige werk. Was het de bedoeling om wat verder weg te gaan van hiphop en Braziliaanse invloeden richting dancerock? Met het oog op enkele nieuwe zomerhits als ‘Lotuk’ en ‘Estupendo’ misschien?
Willemyns: Nee, we hopen dat niemand de plaat koopt en dat de liedjes niet gedraaid worden (lacht). We hebben niet echt liedjes geschreven met het idee “nu gaan we een zomerhit maken”, we hebben vooral gedaan waar we zin in hadden. En slaat het aan, zoveel te beter. Ik maak me geen zorgen: we zijn echt supertevreden met wat we gemaakt hebben. Uiteraard vinden we het ergens wel belangrijk dat de plaat de aandacht krijgt die ze verdient, maar voor ons is ze eigenlijk nu al geslaagd.
Roan: Alles wat daar nog bijkomt van successen en publieksreactie is extra. Het is natuurlijk wel afwachten hoe de plaat live wordt opgepikt. Dat is altijd een verrassing, en we hebben ons daar in het verleden wel al eens in vergist. We zijn alvast heel benieuwd.
Indiestyle: Er zijn maar weinig groepen die zo moeilijk te categoriseren vallen als Arsenal: van Braziliaanse invloeden over electro tot poprock. Hoe zouden jullie zelf jullie muziek omschrijven?
Willemyns: Ik denk dat wij gewoon alternatieve pop maken. Eclectisch is dan ook een woord dat vaak valt. En dansbaar? Wij maken hoofdzakelijk elektronische muziek, weliswaar met echte instrumenten. Elektronische muziek heeft zoiets robotachtigs, iets vierkants. Dat geeft een drive die het allemaal erg dansbaar maakt. Als elektronische muziek niet dansbaar is, dan zal het toch wel heel apart moeten zijn. Iets als Boards of Canada of zo. Dat vinden we ook wel erg goed, maar dat is nu niet wat wij maken.
Indiestyle: De plaat staat alweer boordevol samenwerkingen met bekende en minder bekende namen. Waar vinden jullie die mensen toch altijd?
Willemyns: Meestal selecteren we ze op basis van hun muziek: we grasduinen eens door onze platencollectie of surfen het internet af. Neem nu Johnny Whitney: wij zijn altijd grote fans geweest van zijn groep The Blood Brothers, en vonden hem een geweldige zanger met speciale stem. Wat houdt je dan tegen om die gast eens te contacteren, wie weet heeft die wel zin om mee te doen? Uiteindelijk zingt die man drie nummers in op onze plaat (‘Lokemo’, ‘High Venus’ en ‘Glitter & Gold’, red.). Of Depotax: zij deden mee aan een wedstrijd waar ik in de jury zat. Ik vond hun optreden het meest originele dat ik sinds lang had gehoord. Het enige wat je dan moet doen, is het gewoon eens vragen. Die groepen hebben ook heel weinig te verliezen: als het kleine namen zijn, kunnen ze er alleen maar wel bij varen. En als het grote, buitenlandse namen zijn: vaak hebben zij en de mensen in hun thuisland nog nooit van Arsenal gehoord. Dan hebben ze helemaal niets te verliezen. Er is toch geen hond die het hoort als het resultaat tegenvalt.
Roan: Daarnaast pakken wij ook nooit uit met onze gastzangers. We plakken geen grote sticker à la “contains Johnny Whitney” ofzoiets op de cover, je moet het echt gaan zoeken in het CD-boekje.
Willemyns: Het is ons dan ook niet om de namen, maar puur om de songs te doen. Met al die gastzangers is het altijd wel even puzzelen. We hebben twee nummers gehad waarbij we eindeloos hebben moeten zoeken. We zaten op een gegeven moment aan acht versies van acht verschillende zangers. Dan is het gewoon zoeken tot het bij eentje wel klikt.
Indiestyle: Is het niet moeilijk om die songs later nog live te brengen, als de gastzangers alweer weg zijn?
Roan: Ach, het is intussen al de vierde keer dat ik dat moet doen. Dat went wel. In het begin kopieer je die gasten een beetje, maar na een paar optredens vind je daar je eigen draai in. Fans verwachten ook niet dat die guests er altijd bij zijn.
Willemyns: Anders krijg je ook zo’n revue van guest vocals, daar gaat ook niemand blij mee zijn. Op de komende tournee zullen er natuurlijk wel soms wat gasten bijzijn, maar ook niet altijd. Nu ja, het ligt ook nog niet vast we exact gaan doen.
Indiestyle: Jullie halen het zelf al aan: de komende tour. Binnenkort staan jullie maar liefst vijf keer in de Ancienne Belgique. Jullie houden van de AB en de AB houdt van jullie. Hoe kan je dat verklaren?
Willemyns: We hebben altijd wel een band met de AB gehad. Daar is het echt serieus geworden voor ons. Ze hebben dan ook echt veel gedaan voor Arsenal: ooit plaatsten ze ons na Basement Jaxx in de Club, en ze hebben de hele industrie (pers, boekers,…) warm gemaakt voor ons. Dat zijn dingen die je enorm vooruithelpen. Tot slot is het ook een deftige zaal, met een uitstekende ligging, een goed soundsystem, een topontvangst en uiteraard een geweldige sfeer.
Indiestyle: Mogen we in de AB ook terug gasten van vorige platen verwachten?
Willemyns: Het zullen toch vooral gasten van de nieuwe CD zijn. “Hoe, komt Gabriel Rios niet? Dan kom ik niet, ik ga altijd kijken met de kans dat Gabriel Rios komt” (lacht).
Roan: We hebben ook een nieuw concept: ik ga me altijd verkleden in de gastzangers. Ik heb een mooi pak voor Gabriel Rios gevonden, ik denk dat de mensen dat wel mooi gaan vinden. Het moeilijkste wordt Balo wel. Omdat ik zo klein ben hé… (lacht)
Indiestyle: En de band zelf? Is die dezelfde gebleven als bij de vorige tour?
Roan: Ja, absoluut. Je hebt live je muzikanten nodig, je moet weten dat ze achter je staan. Nu hebben we een topteam, waarom zou je daaraan beginnen sleutelen?
Willemyns: Inderdaad, deze set-up is precies wel een blijver. Ik heb daar een heel goed gevoel over.
Roan: Geen ego’s of kleine strubbelingen, alles loopt vlot.
Willemyns: De wilde ambitie is ook een beetje getemperd. De mensen zijn rustig en willen gewoon fun hebben. Er is niemand die aan de coke zit. Alleen een pintje mag nog (lacht).
Indiestyle: De vorige keren speelden jullie geregeld hetzelfde liedje twee keer, waarbij het dak er nog meer afvloog dan na de eerste opvoering. Mogen we dat nu opnieuw verwachten?
Willemyns: Ik weet niet of we dat nog gaan doen. Nu ja, ik vond het twee jaar geleden wel nooit erg om ‘Lotuk’ nog een tweede keer te spelen.
Roan: Het getuigt wel een beetje van armoede natuurlijk, maar langs de andere kant is het zo plezant. En ik denk niet dat er iemand naar huis is gegaan met het idee van “lap, nog eens”. Nu ja, we zien wel.
Indiestyle: Wat vonden jullie zelf jullie beste optreden ooit?
Willemyns: Het optreden met het meest uitzinnige publiek was ongetwijfeld op Pukkelpop in de Wablieft?-tent. The White Stripes en Soulwax speelden toen op de grote podia, en wij gingen ervan uit dat er geen kat ging zijn. Die tent zat echter afgeladen vol: mensen zaten tot in de palen, en niemand wou dat we ophielden. We hadden toen nog maar amper zes nummers of zo, die we de hele tijd moesten herhalen. “Nog eens Mr. Doorman!” (lacht). Al was dat soms wel nogal belachelijk. In die tijd had ook Marktrock ons geboekt: voor een uur en twintig minuten, als headliner op de Vismarkt. We hadden zes nummers! Nu zouden we ook wel niet meer op gelijk welk voorstel “ja” antwoorden.
Indiestyle: Tot slot: vinden jullie dat jullie zelf voldoende waardering krijgen? Zou je niet liever wat meer in de spotlights staan?
Roan: Ach, dat valt best mee. We staan niet vol in het licht, maar hebben daar ook bewust een stap voor opzij gezet. Het is zeker niet zo dat we in de schaduw staan. Intussen is dit toch alweer onze vierde plaat, en met de waardering lijkt het wel goed te zitten. We zijn wel buitenbeentjes, maar hebben onze eigen trouwe fanbase. Daar zijn wij al meer dan tevreden mee.
Door Filip Van Der Elst
Voor wie de unieke AB-concertreeks van Arsenal niet wil missen: voor sommige optredens zijn er nog/opnieuw enkele tickets beschikbaar. Klik snel hier voor meer info.
Arsenal website
Album verdeeld door PIAS
Dit artikel delen met je vrienden?

Helemaal mee eens? Of net helemaal niet? Klik hier en laat het ons weten op de discussion board van onze Facebook group!